Een wedstrijd met veel te veel winnaars

Ze worden de Oscars van het internet genoemd: de Webby Awards. In 1996 begonnen als kleinschalig feestje voor de incrowd van San Francisco, inmiddels uitgegroeid tot massale mediahappening in New York. Maar liefst 750 juryleden – onder wie The Simpsons-bedenker Matt Groening en Huffington Post-oprichter Arriana Huffington – beoordeelden dit jaar zo’n 13.000 inzendingen, verdeeld over meer dan honderd categorieën. Deze week werden de nominaties bekendgemaakt. In iedere categorie zijn vijf online initiatieven genomineerd.

De Webbys zijn boven alles een marketing-evenement. Gerenommeerde internet- en mediabedrijven als Google (16 keer genomineerd), Vice (15), de BBC (12), The New York Times (9) en Buzzfeed (7) nemen een aanzienlijk deel van de nominaties voor hun rekening. Deelnemers betalen een behoorlijk bedrag om mee te doen; de organisatie verdient ieder jaar zo’n drie miljoen dollar aan inschrijfgeld alleen. Meedoen kost minstens 295 dollar. Voor categorieën die specifiek op advertenties zijn gericht (zoals ‘best use of native advertising’) kan dat oplopen tot 495 dollar. Weggegooid geld voor wie buiten de boot valt – maar voor de genomineerden en winnaars een schijntje. Een Webby levert publiciteit op.

Dat heeft iets ongemakkelijks. Kiezen we hier de beste sites en apps van het jaar? Of zijn we beland op een feestje ter meerdere eer en glorie van wat usual suspects? In elke categorie zijn een juryprijs en een publieksprijs te vergeven. In totaal worden er dus meer dan tweehonderd prijzen uitgereikt. De Webby’s hebben veel weg van een wedstrijd die veel te veel winnaars kent.

Flinke kans dus dat er ook voor Nederlandse webontwikkelaars eremetaal in het verschiet ligt. Onder meer Hoi Dokter, een app die families met jongere kinderen helpt bij het voorbereiden op een ziekenhuisopname, en de interactieve documentaire Jheronimus Bosch, de Tuin der Lusten zijn genomineerd.