Opinie

Dwing naleving verbod gifwapens af

Met de gifgasaanval in Khan Shaykhun heeft de slager in Damascus de chaoot in Washington willen testen, schrijft

Illustratie Osama Hajjaj

Het gebruik van chemische wapens veroorzaakt een storm van afschuw en woede. U zult zich niet deze beginzin herinneren van mijn stuk dat op 24 augustus 2013 op de opiniepagina van NRC stond, en waarin een verklaring werd gezocht voor de extra verontwaardiging die het gebruik van gifgas oproept in vergelijking met zogenaamde conventionele wapens. Aanleiding was het zeer waarschijnlijke bombardement met het zenuwgas sarin door de luchtmacht van Assad op Ghouta, dat honderden doden tot gevolg had. Aanleiding nu is het bombardement van (waarschijnlijk weer) Assad met (waarschijnlijk weer) sarin op honderden burgers in (deze keer) het dorp Khan Shaykhun.

We zijn vier jaar, 250.000 slachtoffers en 5 miljoen vluchtelingen verder. Had herhaling van de horror voorkomen kunnen worden? De verwachting was destijds dat president Obama het Ghouta-bombardement zou bestraffen met een salvo kruisraketten, omdat Assad de rode lijn had overschreden die de Amerikaanse president een jaar eerder had getrokken: als je chemische wapens gebruikt, krijg je straf. Dat deed Obama vervolgens niet, want hij woog de strafeffecten van een vergelding af tegen de baten van een andere optie die hem met hulp van de Russen werd aangeboden: Syrië stemde ermee in toe te treden tot de Chemische Wapenconventie en zijn strijdgassen in te leveren en te laten vernietigen.

Deze afweging van Obama is veel bekritiseerd. Zou Assad geen gifgas achterhouden? Was de deal sluitend? Zou het inslikken van de rodelijnbelofte geen diplomatieke blunder van hogere orde zijn, omdat die toch nog onderhandelbaar was gebleken en de Verenigde Staten voortaan als ongeloofwaardig mochten worden beschouwd? En, niet in de laatste plaats, was de absolute ‘horribiliteit’ van het chemische wapen hiermee gerelativeerd tot diplomatieke handelswaar in de betrekkingen met zelfs een dictator uit de eregalerij van het barbarisme?

Want dat was de conclusie van dat artikel in augustus: de speciale behandeling van chemische wapens wordt toegeschreven aan de ‘horribiliteit’ van het spul. Kalasjnikovs en drones veroorzaken meer slachtoffers maar worden als ‘gewoon’ beschouwd. Gifgas veroorzaakt relatief veel meer burgerslachtoffers, ‘onnodig’ leed en geldt als ‘laf’ onder professionele militairen, en heeft daarom het label hors catégorie gekregen dat het juist tot een ononderhandelbaar wapen maakte. De tragiek van Obama’s besluit uit 2013 is dat hij dat terechte stigma inruilde voor het vertrouwen in de calculerende dictator en het grotere goed (illusie?) van een vrijwel universeel verbod. De tragiek van zijn afweging was dat ze rationeel was, maar juist de deur voor morele degradatie openzette: er was ruimte om chloorgas – dat buiten de deal was gebleven omdat het geen exclusief wapen was, maar ook een alledaags industrieel product – tegen burgers in te zetten, er was ruimte om de controle op het inleveren van strijdgassen te hinderen omdat het strijdtoneel lang niet overal toegankelijk was, er was ruimte om met desinformatie te strooien over het daderschap, er was ruimte voor Assad om te poseren als een coöperatieve gesprekspartner, die bereid was een internationale verbodsnorm te accepteren. Er was iets voor de deal uit 2013 te zeggen: zelfs ene Donald Trump was tegen militaire interventie in Syrië en verwenste de red line van Obama in 2012 als ‘tremendous’.

Die Trump heeft nu in het Witte Huis wel iets om zich over achter de oren te krabben. Zijn regering heeft een paar dagen geleden Assad een politieke realiteit genoemd, een man op wie de VS voorlopig zijn pijlen niet richten omdat de strijd tegen Islamitische Staat belangrijker is. Dat heeft de slager in Damascus goed gehoord en wellicht aangegrepen om de chaoot in Washington te testen, in navolging van wat Noord-Korea (raketten richting Japan), Iran (idem richting Amerikaanse oorlogsschepen bij Jemen), Oekraïne en Rusland (escaleren in de Donbas) doen met aantredende concurrenten.

Bekijk hier: “Waarom is Assad nog altijd aan de macht in Syrië?

De grens opzoeken, uitdagen, twijfel veroorzaken. In zekere zin vond bij Khan Shaykhun de slag plaats tussen de twitteraar die op 7 september 2013 al trumpte „There is no upside and tremendous downside. Save your ‘powder’ for another (and more important) day!” en de internationale gemeenschap die nog in de universele afschuw van het gifgas gelooft. Ik zeg het nog maar eens een keer: de horribiliteitsfactor, waar de verbodsnorm inzake chemische wapens op rust, is een construct van de beschaafde gemeenschap. Hoe langer die in Syrië wacht met het afdwingen van het verbod op chemische wapens, hoe meer ze de naam ‘beschadigde gemeenschap’ verdient.