Column

De sterfkalender

Een paar jaar geleden kreeg ik op mijn verjaardag een verjaardagskalender cadeau. Dat was vermoedelijk vooral omdat er afbeeldingen van cavia’s op stonden, maar een gegeven caaf kijk je niet in de bek en dus hing ik het ding op en gebruikte ik het om de verjaardagen van hen die niet op Facebook zaten, te noteren. Omdat veel van mijn vrienden op Facebook zitten leek het door die kalender alsof ik maar weinig vrienden had: ik kon gemiddeld per maand twee namen opschrijven. Op een zeker moment begon ik er ook maar sterfdata op te zetten.

De laatste jaren was deze verjaarskalender daardoor veranderd in een sterfdagkalender. Hoewel er dankzij geboortes wel wat nieuwe feestdagen bijkwamen (de meeste (let wel, niet álle) pasgeborenen zitten niet meteen op Facebook), bestond het ding vooral uit dagen waarop bekenden stierven. Straks, dacht ik, is er op elke dag van het jaar iemand die ik ken gestorven. De verjaardagen werden nu al overwoekerd door de dode klimop van de sterfdata. Sterker nog: als de verjaardag van een dode nadert, is dat ook al een gedenkdag. Op de geboortedag van mijn inmiddels allang overleden grootmoeder denk ik meer aan haar dood dan aan haar leven. Dus de verjaardagen zijn ook al momenten van rouw geworden. Zo wordt de dood een routine.

Ik voelde me sip worden en belde mijn zus. Zij is professioneel mensenoppepper, die zou wel weten hoe ik hiermee moest omgaan.

„Jezus, idioot!” zei ze. „Waarom houd je in godsnaam bij wanneer mensen doodgingen?”

„Nou gewoon, voor hun nabestaanden, kan ik een kaartje sturen enzo.”

„Flikker die kalender onmiddellijk weg! Je moet alleen aan de doden denken als ze toevallig in je opkomen. Waarom denk je dat de Katholieke Kerk maar één keer per jaar een dodenherdenking heeft? Omdat je anders krankjorum depri wordt!”

Ik keek naar buiten. De kastanje in mijn achtertuin stond vol belachelijk dapper jong blad. Ik keek op mijn verjaardags-/sterfkalender en ontdekte dat het alweer bijna een jaar geleden was dat een vriend uit het leven stapte. Ik vermoedde dat mijn kastanje er net zo bijstond als toen ik het nieuws net had gehoord en maar naar de takken staarde in de hoop dat die kalmeringspil snel zou inslaan. Weten dat het alweer bijna zijn sterfdag was, bood een afbakening, een manier om ermee om te gaan. Maar het maakte me ook enorm verdrietig.

Ik legde de sterfdagkalender bij het oud papier. Mijn zus had gelijk. Ik wilde niet meer de hele tijd stilstaan bij de dood. Wanneer ik zou sterven, zou daar tijd genoeg voor zijn. Ik gooide de data weg omdat ik wilde vergeten, niet meer wilde herinneren. Ik wilde leven.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.