Created in China

Op een steenworp afstand van elkaar bouwen zowel China als Hong Kong aan nieuwe musea voor design. Bij beide instellingen zijn Nederlanders betrokken.

Artist's impression van het M+ Museum in Kowloon, Hong Kong. Beeld Herzog & de Meuron

Het idee was dat we zouden ontbijten op de bovenste verdieping van het hoogste hotel ter wereld, het 488 meter hoge Ritz-Carlton in Hong Kong. Al etend zou Aric Chen, een Chinees uit Chicago, vertellen over het museum M+ dat diep, diep beneden ons in aanbouw is. Hij is hoofdcurator design en architectuur van dit nieuwe museum voor visuele cultuur van de twintigste en eenentwintigste eeuw dat in 2019 moet openen, in een gebouw ontworpen door de Zwitsers Herzog De Meuron. Maar de wolkenkrabber zit nog helemaal met z’n hoofd in de wolken: niets te zien.

Op een uurtje varen hier vandaan is er nóg een reusachtig designmuseum in aanbouw: Design Society in de Chinese havenstad Shenzen, pal tegenover Hong Kong. Op een toplocatie aan het water in de welgestelde wijk Shekou – aan de overkant kun je Hong Kong zien liggen - heeft de Japanse architect Fumihiko Maki een groot gebouw ontworpen in opdracht van handelsconcern China Merchants Shekou. In samenwerking met het Victoria & Albert Museum in Londen ontwikkelt Design Society daar het programma voor. Het gaat komende oktober open, in het Jaar van de Haan.

Creative juice

Maar niemand die ik spreek in Shenzen of in Hong Kong vindt het vreemd dat er op zo’n kleine afstand van elkaar twee grote nieuwe culturele instellingen worden gebouwd die inhoudelijk op z’n minst aan elkaar verwant zijn. Toch spelen ze een rol in de politieke strijd tussen het grote China en het kleine Hong Kong dat zich aan de greep van China probeert te ontworstelen.

De recente verkiezingen, waarbij de China-gezinde kandidaat won, zijn het zoveelste teken dat China de touwtjes aantrekt. Ook cultuur wordt daarbij ingezet, zoals blijkt uit een artikel in de South China Morning Post. „Binnen enkele maanden zullen Hongkongers die het fijnste op designgebied willen zien, de boot naar Shekou moeten nemen”, kraait de krant. „Raakt de creative juice van Hong Kong op?”

Bij beide projecten zijn Nederlanders betrokken. Directeur van Design Society in China is Ole Bouman, oud-directeur van het Nederlands Architectuurinstituut en in 2014 curator van de Shenzen-Hong Kong architectuurbiënnale. In Hong Kong is het park van het West Kowloon Cultural District waar M+ deel van uitmaakt, een ontwerp van het Rotterdamse landschapsbureau West8.

Bouwput

Als het ontbijt op is, is ook de mist opgetrokken. Aan onze voeten ligt de uitgestrekte bouwput. Het lag vier jaar braak terwijl er gesteggeld werd over wat er precies moest komen. Nu is dit de West Kowloon Cultural District, een veertig hectare groot gebied aan de westkant van het schiereiland Kowloon waar naast M+ zo’n zeventien culturele locaties zijn gepland. „Het gebied is eerst bedacht als toeristische attractie, met een Guggenheim of een Pompidou erin”, legt Aric Chen uit. „Maar op dat topdown idee was veel kritiek, en de plannen zijn nu meer gericht op lokale en Aziatische cultuur. Ik merk dat de reacties nu omslaan van boosheid in nieuwsgierigheid.” Gelukkig is het geld in 2008 voor M+ veiliggesteld, zegt Chen. „De spanning met China loopt nu op en het zou politiek gezien nu niet meer lukken om een enorm project als dit van de grond te krijgen.”

Interieur van het toekomstige M+ Museum. Beeld Herzog & de Meuron

M+ richt zich op beeldende kunst, design, architectuur en bewegend beeld. Het krijgt niet alleen een groot gebouw maar legt ook een eigen collectie aan; het heeft nu rond de 6.000 voorwerpen, mede dankzij een grote gift van 1.500 contemporaine Chinese werken. In de lange aanloop naar de opening heeft M+ al twaalf tijdelijke tentoonstellingen georganiseerd, onder andere een bijdrage aan de architectuurbiënnale in Shenzen. Die focus op het Aziatische geldt niet voor het gebouw, waarvoor een prijsvraag werd gehouden. Winnaars waren en blijven Herzog De Meuron, die onlangs de uitbreiding van Tate Modern in Londen opleverden en de langverbeide Elbphilharmonie in Hamburg.

„M+ is het eerste museum van zijn soort in Azië”, zegt Chen. „Maar het belang ervan gaat dieper. Ontwerpers en architecten in het Westen weten heel goed wat er aan hun eigen tijd vooraf ging. Hier weet niemand dat – niemand vertelt die verhalen, hier is altijd alles nieuw.”

Staatsbedrijf

Vanuit Hong Kong is het slechts een uur varen naar Shekou, de havenwijk van Shenzen, waar Design Society in aanbouw is. In deze stichting werkt het staatsbedrijf Chinese Merchants Shekou samen met het Victoria & Albert Museum in Londen, dat zelf een grote collectie Chinese objecten bezit. Het V&A is hiermee het eerste Britse museum dat een dergelijke internationale partnerschap aangaat. Ook het particuliere Guanfu museum voor oude Chinese kunst uit Beijing draagt met een grote permanente collectietentoonstelling bij.

Het is net lunchtijd en de bouwvakkers doen overal op stapels bouwmateriaal een dutje – er wordt al een jaar zeven dagen per week gewerkt. Een arbeider zoeft door de centrale hal voorbij op een van de talloze deelfietsen die tegenwoordig overal in Shenzen staan. Het gebouw van Maki – zijn eerste in China – telt vier verdiepingen boven de grond en twee eronder. Veel ruimte is gereserveerd voor retail, die een financiële drager van het project moet worden.

Artist’s impression van het gebouw van de Design Society in Shenzen. Beeld Design Society

Twee verschillende hallen, voor onder meer theater en horeca, kijken uit over de stad en de bergen. Aan de achterkant, met uitzicht op het water, is er de enorme Horizon Hall voor grote manifestaties. Vanaf het ruime voorplein leidt een brede trap uitnodigend omhoog over het gebouw heen naar het openbare dak met drie paviljoens. Ole Bouman gaat me voor, door de ene mega-hal na de andere. „Het Guanfu Museum zal toegepaste kunst uit de Chinese oudheid tentoonstellen”, legt Bouman uit, „en het V&A krijgt een vaste ruimte voor design uit de twintigste en eenentwintigste eeuw. Bovendien verzorgt het V&A in 2018 en 2019 twee reizende tentoonstellingen.”

Design Society zelf neemt de expositie over de toekomst voor zijn rekening. „Die zal alles te maken hebben met de innovatieve maakindustrie hier in Shenzen”, zegt hij. „De stad heeft veel verdiend met het namaken, en dat imago kleeft er nog aan. Maar ze hebben het omslag gemaakt naar een innovatieve cultuur van zelf bedenken, maken en uitvoeren.”

Ole Bouman praat met Tracy Metz over Design Society

In 2004 kondigde het stadsbestuur aan dat het ‘hoofdstad van creative design’ wilde worden met als leus ‘From Made in China to Created in China’. Kort daarna werd een fonds van ruim 40 miljoen euro opgericht om start-ups te ondersteunen. Bouman: „Ze zijn zich zeer bewust van de noodzaak om creativiteit binnen te halen en van binnenuit te stimuleren en niet alleen te leunen op massaproductie.”

Zo bezien is Design Society niet alleen een gebouw, zegt hij, maar een uiting van de ambitie van Shenzen om een echte stad te worden. „Na twintig jaar te hebben geleefd van de toelevering aan de industrie is er een nieuw model nodig. Daar zijn de bestuurders zich zeer van bewust. Deze stad is in dertig jaar tijd van 300.000 inwoners gegroeid naar een regio van 15 miljoen.” Die groei zet door, is de verwachting, want behalve een ‘speciale economische zone’ is Shenzen nu ook nog een ‘free trade zone’. „De bevolking is jong, bijna iedereen is hier nieuwkomer en is op zoek naar inspiratie. De maakindustrie is er nog, maar nu is er óók nog cultuur en nieuwe technologie, zoals de makerslabs die overal in de stad zijn gekomen.”

De stad is zich aan het heruitvinden, aldus Bouman. „Shenzen besteedt 5 procent van zijn economie aan research & development. In Nederland bijvoorbeeld is dat 1,5 procent. Beijing heeft de macht, Shenzen heeft de drive.”

Het M+ museum zal in 2019 openen. Inl: westkowloon.hk
Design Society opent in oktober. Inl: designsociety.cn