Cultuur

Interview

Interview

Dirigent John Eliot Gardiner

Foto Fred Toulet/ Leemage/ AFP

Bach is een spiegel van mededogen

Na dertig jaar herneemt de Britse dirigent John Eliot Gardiner de Matthäus-Passion. De drie eeuwen oude muziek blijft actueel. „Bach weeft ons in het kleed van het verhaal.”

Hij wist wat hij ging zien, maar niets bereidde hem erop voor. Ze vertrokken uit het oude en pittoreske hart van Weimar, liepen langs de boekwinkels met hun etalages die pronkten met titels van Goethe en Schiller, zonen van de stad. Ze reden door de buitenwijken, waar het strenge karakter van de DDR-flats was verzacht door ze in zachte kleuren te hullen. De heuvels oogden lieflijk. Het was de middag voor Kerst. De zon scheen. De wind zweeg.

En toen was er plotseling die poort met de woorden Jedem das Seine – ieder het zijne – de ingang van concentratiekamp KZ Buchenwald. „We hadden gehoopt enkele troostrijke woorden te zingen, een regel uit een Bach-koraal”, zegt dirigent John Eliot Gardiner. „Maar de atmosfeer was angstaanjagend en giftig. Zelfs de vogels zwegen hier. Wie waren wij om die stilte te doorbreken?”

Gardiners gedachten gingen die dag terug naar Bach, naar een cantate die hij schreef, op nog geen tien kilometer van waar twee eeuwen later Buchenwald zou verrijzen. Nur jedem das Seine, heet het werk. Bijna dezelfde woorden als boven de poort, maar de ene zin duivels, de ander hemels.

Bach-pelgrimage

„Tussen de verlaten barakken stond het overblijfsel van een eik, die aan het slot van de oorlog door een bom werd getroffen”, herinnert Gardiner zich. „Gevangenen vernoemden hem naar Goethe, de dichter die in vervlogen tijden wandelde door de bossen en over de heuvels daar. Middenin de hel, in het hart van het kwaad, was deze boom hun symbool van hoop en leven.”

Diezelfde avond van het bezoek aan Buchenwald, ruim zeventien jaar geleden, begonnen Gardiner en zijn musici in Weimar aan hun Bach-pelgrimage. In één jaar brachten ze diens tweehonderd cantates ten gehore, op zondagen en in kerken waarvoor ze geschreven waren.

„Ik ben geen verstokte christen”, zegt Gardiner. „Ik ben gelovig grootgebracht, maar niet dogmatisch. Mijn moeder toonde zich als quaker vrijzinnig van aard. Mijn vader koesterde pantheïstische denkbeelden. Hij zag het goddelijke in de mens. Wat me opviel gedurende het jaar van onze cantate-pelgrimage, was dat mijn geloof aan kracht wint tijdens het vertolken van Bachs muziek. Hij spoort me aan, hij overtuigt me.”

Dat de Duitse componist zijn betekenis voor de mens behouden heeft, merkte Gardiner onder meer vorig jaar, toen hij zestien Europese steden aandeed met de Matthäus-Passion. „We speelden in Brussel, de dag na de aanslagen in de metro en op vliegveld Zaventem. We zagen hoe de muziek troost tekende op gezichten van de bezoekers. Bach is zo ontroerend en wonderbaarlijk, nu nog steeds, omdat hij van tijd tot tijd zijn eigen twijfels en breekbaarheid onthult. Hij beitelt de wet niet in steen zoals Palestrina. Bach legt er de nadruk op dat wij allemaal mensen met gebreken zijn. Hij toont mededogen. Dat is de spiegel die Bach ons voorhoudt in dit tijdperk van onverdraagzaamheid en fanatisme, waarin we elkaar – zo lijkt het – weigeren te begrijpen. Zijn deernis betekent niet dat hij de boel de boel laat, nee, hij verkondigt ook de wet, hij heeft zijn doelen, hij veroordeelt schijnheiligheid en gelovigen die zich wentelen in eigenwaan.”

Portret

Als jongen, opgroeiend op het Britse platteland, zag hij Bach elke dag. Halverwege de jaren dertig vluchtte een joodse muziekleraar uit Duitsland naar Dorset met in zijn bagage een gitaar en een portret van de Duitse componist door schilder Elias Gottlob Hausmann. Het kunstwerk belandde bij het gezin Gardiner op de overloop, en „elke avond probeerde ik zijn strenge blik te ontwijken”, schrijft Gardiner in zijn Bach-boek Music in the Castle of Heaven.

Zijn kennismaking met de Matthäus-Passion kwam al jong. Zijn moeder zong vaak de alt-aria’s. „Als kind begeleidde ik haar op de viool in het ‘Erbarme dich’. In zijn geheel hoorde ik de Matthäus pas op mijn zeventiende of achttiende. Het was in de Royal Festival Hall. Reginald Jakes dirigeerde. Het Londen Bach Choir stond daar op volle sterkte. Het was monsterlijk groot. Dat was de traditie in de jaren vijftig en zestig. De muziek verwarde me. Ik begreep haar niet. Het duurde lang voordat ik vat op het werk kreeg, en nog langer voordat ik het durfde dirigeren. Het joeg me angst aan.”

Hij was halverwege de veertig bij zijn eerste uitvoering in Oost-Berlijn, dat destijds achter het IJzeren Gordijn lag. In die stad regeerde toen de oude en pompeuze traditie van de Matthäus, de opvatting die jaren eerder in Gardiners geest zoveel onbegrip had opgeroepen. De dirigent daarentegen zocht – zoals de meeste meesters van de oude muziek – zeggingskracht in de helderheid van een kleine bezetting. „Na afloop draaide ik me om en zag ik in het publiek een groep DDR-soldaten die hun tranen openlijk de vrije loop lieten. Die Matthäus was een indringende ervaring – niet alleen voor hen, ook voor mij.”

Kort daarna maakte Gardiner zijn eerste opname van de passie in de Leipziger Thomaskirche, waar het meesterwerk ooit zijn première beleefd had. Nu ligt er na dertig jaar een nieuwe uitvoering, een live-registratie van vorig jaar in Pisa, van het laatste concert uit de reeks van zestien.

Naakter dan voorheen klinkt deze Matthäus: in Gardiners doorzichtigheid en eenvoud lijken het hart en de betekenis van het drama tot volle wasdom te komen. „Gedurende onze cantate-pelgrimage ontwikkelden wij als musici een lingua franca voor Bach. We hoeven nu nauwelijks meer te praten. It just locks in. Zelfs nieuwelingen voegen zich naadloos in onze osmose, de onderlinge vermenging. We zingen zonder partituur, uit het hoofd, om dieper te kunnen graven. Noten lezen schept afstand, je moet ze voelen. Ik vraag kwetsbaarheid van hen. Ik doe vaak een oefening. Dan vraag ik een koorlid om in één woord te omschrijven wat het koraal dat wij gaan zingen voor hem of haar betekent. ‘Wenn ich einmal soll scheiden’ bijvoorbeeld. Het leven verlaat het lichaam. Hoe zal ik me voelen wanneer de dood nabij is? Maak het persoonlijk. Daarin zijn we als musici verder dan dertig jaar geleden.”

Stromende beek

Voor Gardiner vormt de Matthäus het meest volmaakte muziekdrama uit de geschiedenis. „Het werk is ongelooflijk krachtig en bij vlagen operatesk. Maar het onderscheidt zich op een wezenlijk punt van theater. In een operahuis ben ik als bezoeker een toeschouwer, ik kijk van buiten naar binnen, naar wat er gebeurt achter een venster. In zijn passies trekt Bach de luisteraar de handeling in. Hij weeft ons in het kleed van het verhaal. Het gaat over onszelf. Dat maakt de Matthäus vandaag de dag nog zo krachtig. Onlangs hoorde ik een gesprek met mensenrechtenadvocaat Philippe Sands op de radio. Hij had het ‘Erbarme dich’ meegenomen, omdat de Matthäus het favoriete werk was van zowel de aanklager als het hoofd van de verdediging bij de nazi-processen in Neurenberg. Vreemd nietwaar? Kennelijk overstijgt Bach alle verschillen.”