Aung San Suu Kyi ontkent etnische zuiveringen in Birma

De Nobelprijswinnares en de facto leider van Birma ontkent tegenover de BBC dat de Rohingya slachtoffer zijn van etnische zuiveringen.

Aung San Suu Kyi, de de facto leider van Birma. Foto Roslan Rahman/AFP

Er hebben geen etnische zuiveringen plaatsgevonden in Birma. Nobelprijswinnaar Aung San Suu Kyi, de de facto leider van het land, ontkent tegen de BBC dat de Rohingya, een moslimminderheid in Birma, slachtoffer zijn geworden van een genocide.

Gevraagd of ze herinnerd zal worden als een Nobelprijswinnaar van de Vrede (1991) die etnische zuiveringen in haar land toeliet, zei Suu Kyi dat het gebruik van dat begrip “een te forse uitdrukking is voor wat er aan de hand is”.

“Ik denk niet dat er etnische zuiveringen hebben plaatsgevonden. [...] Volgens mij is er veel vijandigheid. Ook tussen moslims onderling, als ze ervan verdacht worden met de autoriteiten samen te werken. Het is geen kwestie van etnische zuiveringen, maar van verdeeldheid onder de mensen. We proberen die verdeeldheid te verkleinen.”

Suu Kyi spreekt daarmee verklaringen van de VN tegen. Eind vorig jaar zei een VN-functionaris dat het vernietigen van Rohingya-dorpen gepaard gaat met etnische zuiveringen. Vorige maand stelde de VN een commissie aan, die moet onderzoeken of de politie en het leger in Birma zich schuldig hebben gemaakt aan ‘misdaden tegen de menselijkheid’.

Een Birmese onderzoekscommissie verwierp al eerder de internationale beschuldigingen van genocide. De commissie droeg moskeeën en de stabiele omvang van de moslimpopulatie in het noorden aan als bewijs van het tegenovergestelde.

Buiten beschouwing

De Rohingya vormen een moslimminderheid in het land die vooral in de staat Rakhine woont, aan de westkust die in het noorden grenst aan Bangladesh. De boeddhistische meerderheid in Birma ziet de Rohingya als illegale vluchtelingen uit dat buurland. De moslims worden ook in Bangladesh niet geaccepteerd. Ze worden in beide landen gediscrimineerd, onderdrukt en opgejaagd. Meer dan 70.000 Rohingya zijn sinds vorig jaar op de vlucht geslagen. Een groot deel van hen leeft in vluchtelingenkampen.

Toen Suu Kyi vorig jaar met haar boeddhistische NLD-partij de macht in Birma overnam van de militaire junta was de internationale hoop dat de situatie voor de Rohingya zou verbeteren. Dat is echter nog niet gebeurd. Suu Kyi heeft zelfs de naam van de moslimminderheid nog niet erkend. Wel stelde ze een VN-commissie aan, onder leiding van Kofi Annan, die onderzoekt hoe de verhouding tussen moslims en boeddhisten kan normaliseren. Maar daarbij wordt de huidige situatie buiten beschouwing gelaten.