Recensie

Aprilnummer toont nieuwe koers van Opzij

Maandblad Opzij krijgt een nieuwe uitgever. Hans van Brussel, voormalig uitgever van onder meer HP/De Tijd, heeft vanaf komende maand als belangrijkste taak: lezers trekken. Na een piek begin deze eeuw daalde de betaalde oplage van bijna 90.000 exemplaren naar nog geen 20.000.

Hoofdredacteur Irene de Bel vertrekt volgende maand. Zij mikte sinds haar aantreden in 2014 op een bredere doelgroep: de ‘weldenkende, ambitieuze vrouw’. Niet meer elk stuk zou over emancipatie gaan.

Die nieuwe koers zie je terug in het aprilnummer. Radicaal feministisch kun je het blad moeilijk noemen. Opzij is een gelaagd en serieus vrouwenblad. Het nummer opent met een mooi interview met Volkskrant- en Opzij-columnist Sheila Sitalsing. Over haar werk, de politiek, en over vrouwen natuurlijk: „Boetes uitdelen als een vrouw op straat nagefloten wordt, dat vind ik hysterisch. Dan ga je ervan uit dat vrouwen niet weerbaar zijn.”

Interessant is ook het felle betoog van de Amerikaanse gynaecoloog Amy Tuteur. Zij signaleert een „wereldwijd opkomende natuurlijkheidscultus” in de geboortezorg: vrouwen en verloskundigen met een afkeer van technologie, die het verleden romantiseren. Tuteur komt met akelige voorbeelden van vrouwen die zo graag thuis of vaginaal willen bevallen dat baby’s sterven of ter wereld komen met ernstige en, volgens Tuteur, onnodige hersenschade.

Enigszins luchtig wordt het pas achterin. Daar onderscheidt Opzij zich ineens nauwelijks meer van een doorsnee vrouwenblad. Met lees- en kijktips en een ‘tech & design’-rubriek waarin een koffer wordt aangeprezen die je kunt ombouwen tot een kledingkast met plankjes. In de rubriek ‘man over vrouw’ interviewt Opzij presentator Danny Ghosen over vrouwen die hem „inspireerden”. Een gesprek dat nogal oppervlakkig blijft: „Je kunt bij vrouwen gewoon jezelf zijn, hoeft geen machogedrag te vertonen zonder bang te zijn voor pussy uitgemaakt te worden”.