We moeten af van het vechtmodel bij conflicten

Burgers stappen vaker dan ooit naar de rechter en dat leidt vooral tot polarisatie. Geschiloplossing is daarom aan vernieuwing toe maar vooral aan extra investeringen, schrijft Britta Böhler in haar laatste Togacolumn.

In zijn column van 25 maart besprak Folkert Jensma het rapport Menselijk en rechtvaardig – Is de rechtsstaat voor de burger? van het Hague Institute for Innovation of Law (HiiL) dat begin mei zal verschijnen. De conclusies in het rapport laten er geen twijfel over: wat conflictbeslechting betreft voldoet ons huidig rechtssysteem niet (meer) aan de behoeftes van de burgers. “Er is een groeiende hoeveelheid conflicten die helemaal niet wordt opgelost”, aldus de onderzoekers.

Vooral op het gebied van echtscheidingen, arbeidsrechtelijke geschillen of lestelschade zit het systeem “muurvast”. Dit ligt er met name aan dat het rechtssysteem volgens de onderzoekers een “polariserend” en conflictversterkend” stelsel is. Met andere woorden, de mogelijkheden die juridische procedures bieden, dragen er niet toe bij conflicten snel en efficiënt op te lossen.

Burgers gevangen

De onderzoekers leggen met hun rapport de vinger op de zere plek van het systeem van conflictoplossing in onze moderne maatschappij. De juridisering van de samenleving heeft ertoe geleid dat conflicten tussen burgers veel vaker dan vroeger aan de rechter worden voorgelegd, met als gevolg dat burgers bij intermenselijke conflicten gevangen raken in een systeem dat bedoeld is ‘een winnaar’ vast te leggen. Aspecten als herstelbemiddeling of het gezamenlijk vinden van een compromis komen hierbij nauwelijks aan bod.

Weliswaar zijn er alternatieve vormen van conflictbeslechting (bijvoorbeeld mediation), maar die worden niet vaak genoeg gebruikt.  Het is immers voor twee strijdende partijen niet makkelijk overeenstemming te bereiken over de mediator die over hun conflict moet beslissen. Terecht stellen de onderzoekers in dit verband dat het weinig zin heeft het ontwikkelen van alternatieve routes voor geschiloplossing aan de markt over te laten: “Geschiloplossing is een taak die de overheid voor burgers moet verzorgen.”

Zelfredzaamheid

Maar helaas heeft de overheid er de afgelopen jaren weinig aan gedaan het systeem van conflictoplossing te verbeteren. Integendeel. De overheid heeft zich juist meer en meer teruggetrokken uit de conflictbeslechting en stelt de ‘zelfredzaamheid’ van burgers voorop. Hier komt nog bij dat het bestaande rechtssysteem al sinds jaren gebukt gaat onder bezuinigingen, wat tot gevolg heeft dat er geen geld is voor innovatie en vernieuwing. Bovendien, ook daar is het rapport glashelder over, innovatie en verandering van binnenuit, dus door de juristen die binnen het bestaande systeem werkzaam zijn, is een illusie.

Verouderd systeem

Indien we dus echt af willen van het huidige vecht-model van conflictbeslechting moet de politiek aan de slag en het rapport van HiiL laat zien dat er wel degelijk alternatieven zijn. Helaas is de kans klein dat met een nieuw kabinet eindelijk ook het verouderde systeem van conflictoplossing wordt vernieuwd. Want om het systeem grondig te herzien is het allereerst nodig een visie op de lange termijn te ontwikkelen, en dat gebeurt zelden in de politiek; meestal wordt er niet verder gekeken dan één kabinetsperiode. Innovatie betekent bovendien dat er op korte termijn geld bij moet (de onderzoekers gaan uit van een investering van 100 miljoen euro), en dat staat haaks op het bezuinigingsbeleid dat waarschijnlijk ook door de nieuwe regering voortgezet zal worden.

Maar wie weet, misschien hebben we geluk en komt er een regering die het onderwerp innovatie van het rechtssysteem eindelijk eens serieus zal nemen.

Dit is de laatste bijdrage van Britta Böhler aan de Togacolumn. Zij wordt opgevolgd door Diana de Wolff, die benoemd is tot bijzonder hoogleraar advocatuur. De Togacolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door een advocaat, officier en rechter.

Blogger

Britta Böhler

Britta Böhler studeerde rechten in Freiburg, waar ze ook promoveerde. Ze werkte aanvankelijk als advocaat in Duitsland en sinds begin jaren 90 in Nederland. Eerst bij Loeff Claeys Verbeke en daarna zelfstandig bij Böhler Advocaten. Ze was tot 2011 senator voor Groen Links. Ze schreef diverse boeken, waaronder 'Crisis in de rechtsstaat' en 'De Beslissing'. Britta Böhler is bijzonder hoogleraar advocatuur aan de Universiteit van Amsterdam.