Vuurwerk op de flanken van de Franse politiek

Frankrijk

De ‘kleine’ kandidaten voor het Franse presidentschap zorgden voor enig spektakel bij het eerste televisiedebat met alle elf deelnemers.

Presidentskandidaat Jean-Luc Melenchon tijdens het verkiezingsdebat. Foto EPA/LIONEL BONAVENTURE / POOL MAXPPP OUT

Het was vaak chaotisch, lang (vier uur) en voor veel kandidaten door de strak bemeten spreektijd onbevredigend. Maar het eerste Franse televisiedebat met alle elf deelnemers aan de presidentsverkiezingen van 23 april bracht dinsdagavond een nieuwe dynamiek in de door affaires gedomineerde campagne.

Dat was vooral te danken aan de zogenoemde ‘petits candidats’, de volgens peilingen kleine kandidaten. Na een debat in maart met de vijf belangrijkste deelnemers, schoven nu ook zes splinters aan. Zij zijn vooral uiterst links of pleitbezorgers van soevereiniteit. Door hun inmenging hadden de meest extreme kandidaten bij de koplopers, Marine Le Pen (Front National) en Jean-Luc Mélenchon (La France insoumise), kans zich van hun redelijke kant te laten zien.

Dat gebeurde toen ex-topambtenaar François Asselineau (Union populaire républicaine, 0 procent in de peilingen) uitlegde hoe hij als president Frankrijk direct uit de EU terugtrekt. Die strategie is te „onverhoeds”, oordeelde Le Pen, die net zo goed uit de EU wil. „Ik wil dat het de Fransen zijn die beslissen”, zei ze over haar plan om eerst een referendum over een ‘Frexit’ te organiseren.

Oud-trotskist Mélenchon, die volgens een peiling het „meest overtuigend” was, kon zich naast de heftig gesticulerende belijdende trotskisten Philippe Poutou (Nouveau Parti anticapitaliste, 1 procent) en Nathalie Arthaud (Lutte ouvrière, 0 procent) van zijn rustige, constructieve en soms zelfs humoristische kant tonen. „Ik ben klaar om te regeren”, zei hij.

De kleine kandidaten zorgden ook voor enig spektakel. Vooral fabrieksarbeider Poutou – ongeschoren, slobberig shirt – weigerde mee te doen aan de omzichtigheid waarmee de koplopers elkaar op hun respectieve juridische sores aanspreken. Verschillende keren viel hij frontaal Fillon en Le Pen aan. „Hoe meer men graaft, hoe meer je corruptie en bedrog ziet”, zei hij over Fillon, die ervan verdacht wordt zijn vrouw met belastinggeld een nepbaan te hebben bezorgd. „Fillon zegt dat hij verontrust is over de staatsschuld, maar daar denkt hij minder aan als hij zich direct bij de kas bedient.” De kandidaat van de centrum-rechtse Republikeinen kon hoofdschuddend niets anders uitbrengen dan „Oh, oh, oh” (7x).

Le Pen „is hetzelfde”, vond Poutou. „Die steelt uit de Europese kas.” De FN-leider weigerde zich onlangs te laten verhoren in een zaak rond fraude met EU-gelden. Het FN „zegt tegen het systeem te zijn, maar beschermt zich dankzij het systeem en parlementaire immuniteit”, zei Poutou. „Als wij bij de politie moeten verschijnen, dan hebben we geen arbeidersimmuniteit, maar gaan we gewoon.”

Deels door het vuurwerk op de flanken was de in de peilingen leidende sociaal-liberale middenkandidaat Emmanuel Macron hoegenaamd onzichtbaar. Hij viel Le Pen aan met een beroemde oneliner van oud-president François Mitterrand: „Wat u voorstelt is nationalisme en nationalisme, dat is oorlog.” Maar hij had bij zijn economische plannen vaak moeite concreet te worden. „Ik snap hier niets van”, sneerde souverainiste Nicolas Dupont-Aignan nadat Macron had geprobeerd uit te leggen waarom hij 120.000 ambtenaren minder wil.