De ‘valutamanipulatie’ van China is een heet hangijzer

Renminbi-politiek

’De grootste valutamanipulator van de planeet’, noemde Trump China al. Officieel valt dat wel mee, maar het Witte Huis heeft zijn eigen tactieken voor handelsbeleid.

Foto How Hwee Young/EPA

Speelt China vuil spel met zijn munt? Aan de vooravond van de eerste ontmoeting tussen de Amerikaanse president Trump en de Chinese president Xi Jin Ping op donderdag, hangt die vraag boven de conferentietafel in Mar-a-Lago. Trump gebruikte de term valutamanipulatie in de eerste twee maanden van zijn presidentschap herhaaldelijk, nadat hij China tijdens zijn campagne al „de grootste valutamanipulator ooit op deze planeet” noemde. China zou dat doen om zijn produkten in de VS goedkoper te maken en zo z’n export op te jagen.

Lees ook het artikel over de komst van Xi naar de VS:
Ze gaan in ieder geval niet golfen

Het klinkt brisant, maar valutamanipulator word je niet zomaar: het moet officieel worden vastgesteld. Twee maal per jaar maakt het Amerikaanse ministerie van Financiën, de Treasury, voor het Congres een rapport op over de valutastrategieën van Amerika’s handelspartners. Wordt een land schuldig bevonden, dan kunnen handelsbeperkende maatregelen volgen.

De regering-Obama zag daar telkens van af. De drempel om van dit soort gedrag beschuldigd te kunnen worden is hoog. Aan drie voorwaarden moet worden voldaan. De eerste is een handelsoverschot van meer dan 20 miljard dollar met de VS. Met een enorm overschot van 347.037,9 miljoen dollar voldoet China daar ruimschoots aan.

Tweede criterium is een overschot op de betalingsbalans (waarin ook kapitaalverkeer zit) van meer dan 3 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat haalt China niet: vorig jaar bedroeg het overschot 1,8 procent. En ook aan het derde criterium is niet voldaan: voortdurende, eenzijdige interventie op de valutamarkt om de muntkoers te drukken.

China greep wel in vorig jaar, maar juist de andere kant op: het steunde de koers van de renminbi om te voorkomen dat deze weg zou zakken, vooral als gevolg van toegestane of heimelijke kapitaalexport. De reusachtige Chinese deviezenreserves zijn inmiddels gedaald van 3.993 miljard dollar in het midden van 2014 tot 3.005 miljard afgelopen maart.

Tenzij de criteria veranderen, is de kans dat China in het komende Treasury-rapport, in april, wordt beschuldigd dus klein. Het zal eerder Taiwan, Zuid-Korea, Zwitserland, Japan of Duitsland overkomen. Ook zij staan op de Amerikaanse ‘monitorlijst’. Bondskanselier Merkel kreeg dat ook te horen. Maar zij verdedigt zich door terecht te stellen dat Duitsland geen eigen munt heeft, maar de euro, en dat manipulatie door Berlijn dus niet mogelijk is.

Andere tactiek

Betekent dit alles dat China vrijuit kan gaan? In het Washington van Trump blijft buitenlandse handel sterk onder de aandacht, en dan vooral het vermeende ‘oneerlijke’ nadeel dat de VS daarvan zouden ondervinden. Onder Amerikaanse druk zag de G20-vergadering van belangrijkste landen in de wereldeconomie vorige maand voor het eerst af van het opnemen in zijn slotverklaring van gezamenlijke steun voor vrijhandel.

De Wall Street Journal berichtte in februari dat het Amerikaanse ministerie van Handel al een andere tactiek overweegt. Daarbij gaat het om het bestempelen van de valutapolitiek van buitenlandse handelspartners als een ‘oneerlijke subsidie’ van hun eigen bedrijfsleven.

Amerikaanse bedrijven zouden daar dan bezwaar tegen kunnen maken bij het ministerie. De pijlen zouden in dat geval niet exclusief op heel China worden gericht, maar op afzonderlijke bedrijfstakken – óók van andere landen dan China.

Dat getuigt van realisme: internationale handel vindt vaak plaats binnen bedrijven of de ketens die zij onderling over de wereld hebben gelegd. Het idee dat louter staten hier de spelers zijn is dan ook deels achterhaald. Met algemene barrières beschadigen de VS óók zichzelf.

Maar de nieuwe tactiek doet weinig af aan de strijdbare koers die het Witte Huis onder Trump vaart. Elk Amerikaans bedrijf zou straks op deze manier een concurrent van de eigen markt kunnen weren. Het ministerie van Handel wordt bovendien geleid door Wilbur Ross, samen met handelsvertegenwoordiger Peter Navarro een havik in de ploeg van Trump.

Komt het zo ver? China heeft een koersdaling tegenover de dollar de afgelopen twee jaar niet geheel kunnen of willen tegenhouden. Wel tekenend is dat de renminbi juist de afgelopen maand met 1 procent steeg. Hetgeen niet slecht uitkomt aan de vooravond van Xi’s bezoek aan Trump. Een beetje manipulatie de goede kant op wellicht, om het wat gezelliger te maken in Mar-a-Lago.