Nee, je kunt straks niet de zoekgeschiedenis van Justin Bieber kopen

Privacy

Vanaf december zouden providers in de VS surfgedrag niet meer mogen doorverkopen. Maar de wet die dat regelde, is alweer geschrapt.

President Trump schrapte deze week strenge privacyregels voor Amerikaanse internetaanbieders, die onder Obama werden aangenomen en in december van dit jaar van kracht zouden worden. Vorige maand gingen de Senaat en het Congres akkoord met de resolutie. Dat betekent dat providers het surfgedrag van klanten (geanonimiseerd) mogen blijven verzamelen en kunnen doorverkopen aan adverteerders. Die kunnen daarmee op maat gesneden advertenties tonen.

De beslissing leidt tot veel ophef onder privacyvoorvechters. Zo willen actiegroepen bij wijze van wraak de zoekgeschiedenis van Amerikaanse congresleden kopen en publiceren. Vier vragen over de gevolgen van de resolutie.

Wat is het gevaar?

Providers weten vaak nog meer over hun gebruikers dan bijvoorbeeld Facebook en Google. Als klanten in privémodus surfen, weet de internetaanbieder bijvoorbeeld welke sites ze bezoeken. Ook als een site gebruikmaakt van een beveiligde HTTPS-verbinding, zoals nrc.nl, kan de internetaanbieder zien wie het domein bezoekt (maar niet welke pagina’s daarbinnen).

Maar er verandert toch niks?

Dat klopt. Amerikaanse providers mogen nu ook al gegevens over surfgedrag doorverkopen. De ophef is vooral ontstaan omdat de onder Obama aangenomen nieuwe regels - die werden gezien als een van de grootste Amerikaanse privacyoverwinningen van de afgelopen jaren – nog voordat ze in werking treden alweer worden teruggedraaid.

Komt individueel surfgedrag straks op straat te liggen?

Nee. Veel media schrijven dat informatie over de sites die individuele Amerikanen hebben bezocht aan de hoogste bieder kan worden doorverkocht, maar dat klopt niet. De Amerikaanse Telecomwet verbiedt het delen van „individueel identificeerbare” klantinformatie. Je kunt dus straks niet de zoekgeschiedenis van Donald Trump of Justin Bieber kopen en de pogingen om de internetgeschiedenis van congresleden te publiceren zullen ook niet slagen. Alleen geanonimiseerde gegevens mogen worden verhandeld.

Een cosmetisch onderscheid, vindt Rejo Zenger van burgerrechtenorganisatie Bits of Freedom. „Wat de Amerikaanse providers wél mogen, is het surfgedrag van klanten volgen, op basis daarvan profielen maken en die profielen doorverkopen. Of ze daar nu een naam aan hangen of een geanonimiseerd nummer, is irrelevant. Het gaat erom dat keuzes worden gemaakt op basis van de sites die iemand heeft bezocht.”

Wat zijn de gevolgen voor Nederlanders?

Die zijn erg beperkt. Internetgebruikers gaan in ons land vooral via Nederlandse aanbieders online. Die moeten zich aan de veel strengere Nederlandse en Europese regels houden.

Zo verbiedt de Nederlandse Telecomwet expliciet het tappen van gegevens zonder uitdrukkelijke toestemming van de klanten. Vanaf mei 2018 zijn nieuwe Europese privacyregels van kracht, die providers verbieden toestemming voor het verwerken van surfgedrag af te dwingen.