Commentaar

Motorclubs Autoriteiten moeten niet opgeven tegen No Surrender & Co

De lotgevallen van de motorclub No Surrender lijken exemplarisch voor een succesvol gezamenlijk optreden van justitie, FIOD, gemeenten en politie. De populariteit van deze criminele organisatie, die poseert als een romantische club hobbyisten verslaafd aan de geur van benzine en smeulend rubber, lijkt op zijn retour.

Leden van No Surrender worden in verband gebracht met drugs, wapens en geweld. Dat is niet anders dan met soortgelijke clubs als Hells Angels en Satudarah. No Surrender kon zich door een tamelijk open opstelling een paar jaar terug verheugen in een grote toestroom van leden en bood zo een nieuwe schuilplaats aan illegale activiteiten. Feitelijk vormen dergelijke motorclubs de zichtbare infrastructuur van de georganiseerde criminaliteit. Hun verschijning is intimiderend en daagt het gezag uit, door hun schijnbare onkwetsbaarheid.

Dat dit nu afgelopen is, is het resultaat van een gecoördineerde aanpak van infiltratie door leden van deze club in de horeca, de beveiligingsbranche en bij voetbalclubs. Maar ook tegen infiltratie in de overheid: ambtenaren die lid worden van dit soort motorclubs vormen een integriteitsrisico.

Net als andere verdachte motorclubs probeert ook No Surrender legitiem te worden door in de bovenwereld een rol te verwerven. Het duidelijkst bleek dit bij de recente poging van de leider, Henk Kuipers, om gekozen te worden in de Tweede Kamer voor zijn partij Rechtdoor. Kuipers werd in oktober zelfs uitgenodigd om zijn visie te geven in de talkshow Pauw.

Uit een inventarisatie door NRC is duidelijk dat 36 leiders van deze outlaw motorcycle gang, zoals ze werden aangeduid in een overheidsrapportage, inmiddels zijn opgestapt, opgesloten of worden verdacht van een delict. Alleen in het Zeeuwse Hulst heeft No Surrender nog een functionerend clubhuis. In Noord-Brabant, waar de club de meeste afdelingen telde, zouden ze volgens de gemeenten niet meer bestaan.

Maar de werkelijkheid is anders. De organisatie zelf zegt dat er nog zeker 25 afdelingen actief zijn. Alleen zijn ze niet meer zichtbaar door het sluiten van clubhuizen en het verbod om kleding met opschrift te dragen. Dit beeld wordt bevestigd door de politie. Het succes van repressief optreden is dan ook relatief – clubs die voor de burger niet meer zichtbaar zijn, zijn dat voor elkaar nog steeds.

Het is het waterbedeffect ten voeten uit. Als criminele activiteiten op de ene plek onmogelijk worden verplaatsen zij zich naar een andere plek. Dat betekent dat ook de ‘integrale aanpak’ niet kan worden beëindigd.