De leugens van een Holocaust-ontkenner gedemonteerd

In een tijd van alternatieve feiten en nepnieuws komt Denial als geroepen: een drama over de rechtszaak die de leugens van Holocaust-ontkenner David Irving ontmantelde.

In Denial wordt Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) aangeklaagd door Holocaustontkenner David Irving. Foto’s Laurie Sparham/Bleecker street

Rechtbankdrama Denial komt op een uitgelezen moment in de bioscoop. De film van regisseur Mick Jackson met een hoofdrol voor Rachel Weisz gaat over de rechtszaak wegens smaad die de beruchte Britse Holocaustontkenner David Irving aanspande tegen de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt, nadat ze hem in haar boek Denying the Holocaust (1993) had omschreven als „een van de meest gevaarlijke woordvoerders van ontkenning van de Holocaust”.

Na een jarenlange, zenuwslopende rechtsgang won Lipstadt in 2000 de zaak glansrijk. Irving, die zijn eigen verdediging voerde, hoopte met zijn aanklacht zijn reputatie te herstellen, maar bereikte precies het tegenovergestelde. De zaak bracht een fundamentele slag toe aan de Holocaustontkenners.

Leugen vs. ‘Bullshit’

Weekblad Time kwam onlangs met een verontrustend coververhaal onder de kop ‘Is Truth Dead?’ Van Denial valt misschien iets op te steken over de beste strategieën tegenover leugens en onwaarheden in het publieke debat. Holocaustontkenning valt te beschouwen als een – weliswaar extreme – variant van het ‘feitenvrije’ publieke debat zoals dat momenteel om zich heen grijpt, met nepnieuws, rechts-populistische sites zoals Breitbart die nieuws ondergeschikt maken aan propaganda, en een Amerikaanse president die zijn intimidatie en bluf als zakenman in de politiek voortzet.

‘Post-truth’ heet dat tegenwoordig, maar is dat niet een nodeloos ingewikkelde manier om te zeggen dat iemand liegt? Niet helemaal. De filosoof Harry Frankfurt legde in zijn veelbesproken boekje On Bullshit uit dat het verschil is dat de leugenaar iemand is die het criterium van de waarheid op zichzelf erkent, maar doelbewust de grens overgaat. Iemand die bullshit verkoopt daarentegen kan het niet schelen of wat hij zegt waar is of niet: de waarheid is ondergeschikt aan wat iemand met zijn bullshit probeert te bereiken.

Het probleem is dat er in veel gevallen – en dat geldt zeker ook voor David Irving – in de praktijk sprake is van een mengvorm. Er is ook nog een derde variant mogelijk. Dat is de leugenaar die oprecht in zijn eigen leugens gelooft. Dan is er vanuit het perspectief van de leugenaar eigenlijk geen sprake van bullshit of een leugen; eerder van een waandenkbeeld, dat alleen van buitenaf kan worden geconstateerd. Ook die optie komt in het geval van Irving in Denial nog aan de orde – op een cruciaal moment tijdens de rechtszaak.

Eén been in de mainstream

De zaak was minder eenduidig dan op het eerste gezicht lijkt. Irving is niet zijn hele leven een flagrante Holocaustontkenner geweest. Hij had in zijn lange carrière als autodidact en auteur van historische werken over de Tweede Wereldoorlog – of je hem een ‘historicus’ kunt noemen is omstreden – één been in de mainstream en het andere in de schimmige wereld van oud-nazi’s en extreem-rechts. Zijn uitgebreide archiefonderzoek had waardering gekregen van sommige gerenommeerde vakhistorici, ook als ze zijn politiek gekleurde conclusies – Irving omschreef zichzelf als een ‘gematigd fascist’ – verworpen.

Van haar kant was Lipstadt weliswaar een deskundige in de geschiedenis van de beeldvorming van de Holocaust in de VS en het misbruik van de herinnering van de Jodenvervolging door extreem-rechts, maar ze was geen specialist in de Holocaust zelf. Als joodse Amerikaan was haar historische werk nauw verbonden met de herinnering en het herdenken van de Holocaust, waar veel historici in hun werk een grotere afstand proberen aan te houden: de emotionele lading kan de afstandelijke blik van de onderzoeker vertroebelen. Ze had zich ook niet gedetailleerd met Irvings werk beziggehouden, maar was afgegaan op kritische recensies van zijn werk door specialisten en verslagen in kranten over zijn activiteiten in extreem-rechtse kringen. Lipstads advocaten kozen ervoor om haar niet te laten getuigen in haar eigen zaak, zeer tot haar eigen frustratie.

Drijfzand

In plaats daarvan kreeg Lipstadt bijstand van vier getuige-deskundigen, van wie de belangrijkste de historicus Richard Evans was: hoogleraar in Cambridge en vooraanstaand specialist in de geschiedenis van het Derde Rijk. Evans schreef op basis van zijn rapport als getuige-deskundige en zijn ervaringen in de rechtszaal een boek: Lying About Hitler. Daarin wordt het werk van Irving minutieus gedemonteerd. Evans ploos met zijn onderzoeksassistenten het werk van Irving uit, bekeek de bronnen waar Irving zich op beriep, en stuitte op falsificatie na falsificatie, onjuiste vertalingen van documenten en onhoudbare interpretaties. Irvings reputatie als een weliswaar politiek dubieuze auteur maar een harde werker in de archieven, bleek te zijn gebaseerd op drijfzand.

Keer op keer maakte Irving het historische materiaal ondergeschikt aan zijn politiek-ideologische agenda: dat Hitler niets geweten had van de Jodenvervolging; dat er geen gaskamers in Auschwitz waren geweest; dat in Auschwitz slechts 100.000 joden zijn omgekomen (door ziekte, niet door massamoord); dat excessen aan het Oostfront van onderop, door criminele elementen zijn aangestuurd maar niet van hogerhand zijn opgelegd; dat Irving welbewust het dodental van het Britse bombardement op Dresden naar het onhoudbaar hoge aantal van 100.000 doden had opgeschroefd.

Misleidend

Het wetenschappelijk ogende apparaat van het werk van Irving was misleidend. Evans concludeerde bovendien dat er geen sprake kon zijn van fouten of vergissingen, omdat alle ‘fouten’ van Irving in het voordeel uitpakten van Hitler en het Derde Rijk. Er moest dus wel sprake zijn van een doelbewuste agenda: geen fouten, maar vervalsingen.

Hoe lang je filosofisch ook kunt kluiven op het begrip ‘waarheid’, de werkelijkheid laat zich niet zomaar wegpoetsen. Maar dat onweerlegbaar aantonen vergde veel noeste arbeid van Evans en zijn collega’s. Weerleggen bleek uiteindelijk effectiever te zijn dan het simpelweg negeren van leugens en waanideeën, die op zeker moment misschien marginaal lijken, maar waarvan allesbehalve zeker is dat ze ook marginaal zullen blijven.

Scenarioschrijver David Hare wilde aan een film over waarheid en leugen niet te veel fictionele elementen toevoegen. Hij baseerde de scènes in de rechtszaal op de daadwerkelijke transcripties van de zaak. Dat is nobel, maar van zulke kleurrijke personages zou een meeslepender film te maken zijn geweest. Misschien wreekt zich hier toch dat Lipstadt tijdens het proces niet zelf sprak en zeer flegmatieke Britten de touwtjes in handen hadden. Denial overstijgt het niveau van een redelijk geslaagde televisiefilm niet. Maar nuttig en leerzaam is de film wel.