Kans op onderzoeksubsidie daalt tot onder 20 procent

Wetenschapsbeleid

Een kwart van het geld voor onderzoek gaat op aan het beoordelen van kansloze voorstellen voor onderzoek. Dat moet stoppen.

In onderzoekslaboratoria werken bijna alle wetenschappers met projectsubsidies. Foto iStock

Het toekennen van onderzoeksbeurzen door wetenschapsfinancier NWO is een duur, inefficiënt proces geworden, met almaar dalende succeskansen. De wetenschappelijke wereld roept al jaren gefrustreerd om veranderingen. Die gaan er nu komen.

Dinsdag belegde NWO een conferentie waar zo’n 150 onderzoekers ideeën uitwisselden. Die vormen het uitgangspunt voor aanpassingen.

Een voorbeeld van de frustratie. NWO kent dit jaar 160 zogeheten Veni-beurzen van maximaal 250.000 euro toe aan talentvolle jonge onderzoekers. NWO kreeg 1.126 voorstellen. Dat betekent een honoreringskans van 14 procent. Zo laag is het nooit eerder geweest.

Voor die Veni-beurzen is 40 miljoen beschikbaar. Maar het schrijven van de aanvragen en het beoordelen ervan kost bij elkaar al 9,5 miljoen euro, berekende het Rathenau-instituut een aantal jaren geleden. Bijna een kwart van het beursgeld gaat op aan het bureaucratische proces.

Hetzelfde beeld

Bij veel andere beurzen is het beeld hetzelfde. De gemiddelde slaagkans daalde de afgelopen 8 jaar van 26 naar 20 procent.

De uitschieters naar boven zijn zeldzaam. Bij de zogeheten thema-beurzen is de kans op succes de laatste jaren op wat hoger niveau gebleven: 35 procent. Dat blijkt uit cijfers over de periode 2007-2015 die het Rathenau Instituut maandag publiceerde. Dit betreft hoofdzakelijk subsidies binnen het in 2011 gestarte topsectorenbeleid, waarbij onderzoekers moeten samenwerken met het bedrijfsleven. Dat is geld dat wordt verdeeld binnen negen economische sectoren, zoals agrofood en high tech systems.

Het geld voor het topsectorenbeleid „komt dus slechts een beperkt aantal wetenschappelijke disciplines ten goede”, zegt Jos de Jonge van het Rathenau Instituut. Het idee is dat vooral de aard- en levenswetenschappen en de natuurkunde profiteren van het topsectorenbeleid, maar cijfers ontbreken.

Over de oorzaken van de gemiddeld lage succeskans na een subsidie-aanvraag is De Jonge duidelijk. Het aantal jonge onderzoekers (promovendi en postdocs) is sterk gegroeid. Zij doen steeds meer een beroep op de tweede en derde geldstroom (respectievelijk NWO, en externe bronnen zoals het bedrijfsleven en EU-subsidies) omdat de eerste geldstroom (het bedrag dat universiteiten jaarlijks van de overheid ontvangen) opgaat aan dingen als vaste salarissen en apparatuur.

Het jaarlijks aantal promoties is sinds 2000 verdubbeld tot ruim 4.600 in 2015. „Van alle promovendi wil 70 procent door in de wetenschap, maar er is plek voor 30 procent”, zegt De Jonge. Desondanks dienen veel promovendi, en ook postdocs, een voorstel in bij NWO. De Jonge: „Bij afwijzing dienen ze het een jaar later opnieuw in.”

Prestigieuze beurs

Verder is een NWO- of EU-subsidie ook nog belangrijk voor een verdere carrière in de wetenschap. Bij het toekennen van een vaste aanstelling kijken universiteiten steeds meer of een onderzoeker eerder al een prestigieuze beurs van NWO of uit Brussel in de wacht heeft gesleept. „Universiteiten hebben hun personeelsbeleid uitbesteed”, zegt De Jonge. „Het lage honoreringspercentage wordt nu gezien als een probleem van NWO, maar het is in wezen een probleem van de universiteiten.”

Dit kwam ook duidelijk naar voren bij de NWO-conferentie dinsdag in de Rode Hoed in Amsterdam. Een van de meest gehoorde ideeën is dat universiteiten weer meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor hun personeelsbeleid, en een strenge voorselectie maken van wie wel en wie niet een voorstel voor een beurs bij NWO mag indienen.

Het meest drastische idee kwam van de Wageningse ecoloog Marten Scheffer. Hij stelt een fundamenteel nieuw systeem voor waarin helemaal geen aanvragen meer hoeven te worden geschreven en geselecteerd: wetenschappers krijgen jaarlijks een gelijk onderzoeksbedrag waarvan ze een deel doneren aan een zelf te kiezen collega, die belangrijk, interessant onderzoek doet. Scheffer stelt voor het eerst als proef op te zetten, bijvoorbeeld met een ronde zwaartekrachtsubsidies (150 miljoen euro).

Na de zomer stuurt Stan Gielen, de in januari aangetreden NWO-voorzitter, een lijstje met mogelijke verbeteringen naar de minister.