Interview

Daymé Arocena: Jonge zangeres met oude ziel

Daymé Arocena De zangeres hoort tot een jonge generatie Cubaanse muzikanten die laat horen dat er meer is dan salsa. „Dat is ouderwets. Ik wil recht doen aan de rijkdom van mijn land.”

Daymé Arocena Foto Andreas Terlaak

Nu ze op reis is downloadt de Cubaanse zangeres Daymé Arocena zoveel muziek ze maar kan. „Als ik terugkom in Havana wil iedereen weten wat er nieuw is. Dan is het delen, delen, delen.” Ook haar Cubaanse bandleden hebben hun telefoons vol staan met waardevolle informatie en vooral muziek. „We hebben geen internet. Europese en Amerikaanse muzikanten die al jaren muziek maken zijn volstrekt nieuw voor mijn vrienden thuis.” Ze heeft albums gedownload van Anderson .Paak, Laura Mvula, Lianne La Havas en Kendrick Lamar.

Arocena weet hoe waardevol invloeden van buitenaf zijn. Ze is een van de weinige jonge Cubaanse muzikanten met de mogelijkheid om van het eiland af te komen. Ze werd ontdekt door de Britse dj Gilles Peterson die sinds 2009 een project leidt waarin Cubaans talent wordt gekoppeld aan dj’s, producers en muzikanten uit de rest van de wereld. Hij noemt Arocena zijn golden girl, zijn grote ontdekking. Volgens hem hoort ze in het rijtje Celia Cruz, Elza Soares, Miriam Makeba; grote stemmen uit den vreemde die doordrongen tot de westerse markt.

Ze is 25 jaar, maar op haar nieuwe album Cubafonia klinkt ze driemaal ouder. Volgens haar geldt dat niet alleen voor haar stem. „Oudere Cubanen zeggen dat ik een oude ziel heb, dat ik veel levens heb geleefd.”

Ze is klein van stuk, gaat in eenvoudige witte kleding door het leven vanwege haar achtergrond in de Afro-Cubaanse santería-religie en heeft een klaterende lach die tijdens het interview minstens eens per minuut door de kleedkamer van TivoliVredenburg klinkt. „Ik heb het geluk dat ik de mogelijkheid heb om de wereld te zien. Achter mij staat een beweging van duizenden jonge Cubaanse muzikanten die ook willen vernieuwen.”

Maar de middelen zijn schaars op het eiland. „Cuba is ver weg van de realiteit van de rest van de wereld. Voor toeristen betekent de afwezigheid van internet vrijheid en rust. Ze zien dat wij daardoor minder gehaast zijn. Maar voor ons betekent het: geen informatie.”

Variaties op muntthee

Toch leidt juist die schaarste tot creativiteit. Ze pakt een zakje muntthee van tafel. „Stel je voor dat je een maand lang alleen muntthee hebt, niets anders. Dat ben je na drie dagen zat, dus ga je soep van muntthee maken en daarna een stoofpot, je zoekt variatie. Dat is ook wat er met Cubaanse muziek is gebeurd. We zijn door de boycot het contact verloren met de wereld om ons heen. Van voor de revolutie hadden we de ritmes van son, bolero, mambo en cha-cha-cha en die zijn we gaan oprekken, zestig jaar lang. Moet je nagaan hoeveel ritmes we hebben. Hoeveel soepen, toetjes en variaties op muntthee. Het is een uniek Cubaans fenomeen.”

De reacties op haar album lopen uiteen. Soms krijgt ze van Europeanen en Amerikanen te horen dat het geen Cubaanse muziek is. „Als ik zulk commentaar hoor denk ik: Wat?! Ga jij me dat vertellen?” Voor het eerst maakt haar lach plaats voor ernst, boosheid zelfs. „Het blijkt dat de meeste mensen denken dat Cubaanse muziek altijd klinkt als Buena Vista Social Club, salsa of misschien Chucho Valdes. Zelfs de critici denken dat. Ze weten er geen klap van! Dat is ouderwetse muziek. Ik wil recht doen aan de rijkdom van mijn land.”

Ze pakt het album erbij, begint bovenaan de rij liedjes en somt de ritmes op. „Hier hebben we afro, bolero, chachacha, pilon, oude rumba, mambo met New Orleans invloed, Cubaanse pop…” Zo gaat ze door, om te eindigen met „en dan heb ik nog niet de tango-congo gebruikt, of dengué, nangón, dansa. Het zijn er zoveel!”

Wat Arocena maakt is 21ste-eeuwse Cubaanse muziek. Die is nog altijd geworteld in de traditie, maar de moderne tijd sijpelt erin door. De boycot heeft altijd gaten gekend waardoor culturele invloeden van buitenaf het eiland bereikten en met de deal tussen Obama en Raul Castro lijkt het land zich verder te openen. „We weten niet wat Trump gaat doen, maar we hebben hoop.”

Nina Simone

Op haar album Cubafonia is veel jazz te horen, terwijl Arocena is opgeleid in klassieke muziek op het conservatorium. „Ik ben koordirigent. We bestudeerden Brahms, Schubert, Mozart, Beethoven. Ik heb Bach altijd als de eerste jazzmuzikant uit de geschiedenis gezien door zijn melodieën, wendingen en ruimte voor improvisatie.”

Jazz is in Cuba beter verkrijgbaar dan westerse popmuziek. Tot aan de boycot zaten de veerdiensten tussen Cuba en Amerika vol muzikanten over en weer. Samen ontwikkelden ze de latin jazz, een blijvende invloed op het eiland.

„Op mijn vijftiende ontdekte ik platen van Ella Fitzgerald, Sarah Vaughn en mijn grote voorbeeld Nina Simone. Daarna de Braziliaanse Ella Regina en natuurlijk onze eigen La Lupe. Later kwam daar Britse muziek bij: Sting, Queen. ”

„Ik wil iedereen laten horen dat Cubaanse muziek meer is dan Buena Vista Social Club. Als ik in Havana naar de concerten van mijn vrienden ga, leer ik elke keer weer bij. Het niveau is zo hoog, er gebeurt zoveel nieuws. Jullie hebben geen idee.”