Recensie

De Erfenis: in de schaduw van Ed van der Elsken

Zap

De ongemakkelijke documentaire De Erfenis, over de zoon van fotograaf Ed van der Elsken, is minder mislukt dan je op het eerste gezicht zou denken.

Daan en Tinelou van der Elsken in ‘De Erfenis’ (2DOC/EO).

Ed van der Elskens documentaire Welkom in de Wereld, Lieve Kleine (1963) was een boegbeeld van de cinéma vérité in Nederland. Het onderwerp is de geboorte van zijn zoon Daan, die 53 jaar later ook weer de hoofdpersoon is van de documentaire De Erfenis (2DOC/EO).

Het gaat niet goed met Daan. Hij is depressief, vaak misselijk, zijn partner houdt het niet langer vol om met hem samen te wonen. Daan, met een verleden als gebruiker van vele drugs door elkaar (vooral heroïne) en kraker, wil voor het eerst onderzoeken of de schuld misschien ook buiten hemzelf ligt. Zijn vriend Joris Postema besluit hem lange tijd te filmen bij de zoektocht naar de als een slagschaduw over Daan hangende vaderfiguur, met wie hij veel ruzie had.

Fotograaf en filmer Ed van der Elsken (1925-1990) staat weer sterk in de belangstelling, mede door een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum. Rond de opening was de documentaire over zijn zoon ook kort in de filmtheaters te zien. Het is een merkwaardige film, die ogenschijnlijk is mislukt, omdat Daan steeds afspraken afzegt, geen zin kan afmaken en bovendien aan het slot aan zijn oudere zus Tinelou moet toegeven dat zijn centrale klacht niet klopt. Ed zou zijn kinderen nooit geknuffeld hebben, omdat hij altijd maar bezig was met verliefd zijn op de wereld. Samen met zijn zus kijkt Daan naar filmmateriaal, waaruit het tegendeel blijkt.

Even later zegt de zoon: „Ik vind hem nog steeds een klootzak, maar uit een iets ander perspectief. Dat is dat ik zelf ook die klootzak ben.” De fysieke en karakterologische overeenkomsten tussen Ed en Daan zijn inderdaad nogal opvallend. Ook de zoon heeft een wat dwingende, om niet te zeggen heerszuchtige toon. Ook Daan heeft de neiging om zijn dochter, Zea, voortdurend in zijn kunst (muziek) een hoofdrol te geven. Ze is nu 15, de leeftijd waarop Daan van huis wegliep. Natuurlijk is hij doodsbang dat ze hem ook zal verlaten.

Verhalen over grote geesten die weinig aandacht voor hun kinderen hadden zijn legio, net als die over de onmogelijkheid voor die kinderen om ooit te kunnen voldoen aan de hoge eisen van beroemde en ambitieuze ouders.

De reden dat deze schurende, ongemakkelijke documentaire toch minder mislukt is dan je op het eerste gezicht zou denken, is dat de voor de hand liggende conclusies getemperd worden door nieuwe inzichten. Tinelou vond hun vader helemaal niet koud, zij was juist boos op hun moeder, Gerda van der Veen. En die, zo blijkt uit een gesprek met haar halfbroer Gerrit Jan Wolffensperger, had weer last van de mythologisering van hun vader, de twee maanden voor haar geboorte gefusilleerde verzetsstrijder en beeldhouwer Gerrit van der Veen.

En dan is er nog een factor, zo leren we van oom Gerrit Jan. Die somberte van Daan is misschien wel genetisch bepaald, want dat speelt nogal in de familie van zijn moeder. Ook die schijn bedriegt dus: wellicht lijkt Daan wel meer op zijn moeder dan op zijn vader.

Maar het allermooist vind ik de blikken van Zea, betoverd als ze voor het eerst op film haar grootvader (11 jaar voor haar geboorte gestorven) over zijn werk ziet praten. Het mededogen waarmee ze haar vader beziet. Haar dwingende toon, als ze hem leert hoe je macaroni moet maken. En vooral: hoe ze met haar fotocamera door Amsterdam loopt, op zoek naar mensen die de moeite waard zijn om vast te leggen. De foto van twee Aziatische toeristes lijkt als twee druppels water op de beroemde foto van Ed van der Elsken van twee zusjes op de Nieuwmarkt.