Cultuur

Interview

Interview

‘De Nederlandse cultuur zal me worst zijn’

Filmregisseur Dick Maas schreef een boek over films maken in Nederland. „Iedereen weet dat je zonder sjoemelen geen film van enige ambitie kan maken in dit land.”

Van zijn spektakelfilm Prooi – leeuw zet zijn tanden in Amsterdam – werd veel verwacht. Slechts 31.000 bezoekers kwamen kijken: pas bij het tienvoudige was het een bescheiden succes geweest. „Een enorme klap”, constateert Dick Maas. „Prooi had vaart, was grappig en kreeg goede recensies. Iedereen dacht: hier gaan we geld mee verdienen. Hij ging uit in heel veel zalen. En toen niets.”

Een existentieel moment. Je bent 65 jaar, pensioengerechtigd. Na elf speelfilms met bijna zeven miljoen bezoekers sta je opnieuw voor een bureaucratische hindernisbaan van drie jaar die hopelijk een film oplevert, in de wetenschap dat een filmbudget boven de 2 miljoen euro lastig wordt. Wat doe je?

Dick Maas scheef het van zich af. Jaren geleden begon hij aan een soort „film maken in tien lessen”, zegt hij in Grand Café Krasnapolsky in Amsterdam. Hij wilde stap voor stap, van scenario via financiering tot promotie, laten zien hoe film werkt in Nederland, wat het kost, wat je verdient, wie wat doet en waarom.

Van NRC kreeg ‘Prooi’ drie ballen. Lees de recensie.

Memoires

Maar zijn net verschenen boek Buurman, wat doet u nu?, uitgebracht met steun van het vermaledijde Filmfonds, blijken ook een soort memoires, gelardeerd met anekdotes en soms ranzige humor. Over de acteur die tijdens een seksscène echt ejaculeerde, het drijfvermogen van Tatjana Simic’ borsten en actrice Willeke van Ammelrooy die de jonge Maas na zijn doorbraakfilm De Lift in 1983 twee zelf ingesproken cassettetapes cadeau deed, getiteld ‘Werken met Acteurs’. Maas: „Die heb ik nooit afgeluisterd. Ja zeg!”

Een acteursregisseur werd hij nooit. In zijn boek citeert hij instemmend Hitchcock: acteurs behandel je als vee. Aanvankelijk intimideerden ze hem: extraverte lieden met bontjassen en malle hoedjes die luid in de kroeg stonden te oreren. Op de set had Maas ze weinig te melden over achtergrond en motivatie; hij modderde aanvankelijk maar wat aan. „In actiefilms hoeven acteurs ook niet diep in hun psyche te graven. Maar je moet wel snel en compact je personage neerzetten, dat is best moeilijk.”

Bij de casting heeft de regisseur het voor het zeggen, op de filmset grijpen acteurs soms de macht. Ze herschrijven teksten. Laten opeens een baard staan. Weigeren te roken of uit de kleren te gaan. Eten een bol knoflook voor een kusscène, zoals Naomi Watts beleefde met James Marshall in Down, Maas’ Amerikaanse remake van De Lift.

Flodder

In 1983 was een horrorfilm als De Lift in Nederland onontgonnen terrein. Maas verdedigde zich op licht nurkse no-nonsense toon tegen critici. Hij hoefde niet zo nodig ‘filmauteur’ te zijn, hij wilde gewoon kaartjes verkopen. Zijn boodschap? Boodschappen doe je maar bij de Albert Heijn.

Drie jaar later scoorde Maas met de komedie Flodder zijn grootste hit: ruim 2,3 miljoen Nederlanders kwamen kijken hoe een familie knuffel-asocialen een villawijk sloopt. Er volgden nog twee Flodder-films en een tv-serie. Met zakenpartner Laurens Geels bouwde Maas een studiocomplex in de Flevopolder van on-Nederlandse omvang.

Dat filmbedrijf, First Floor Features, ging in 2004 failliet. Er volgden jaren van procederen. Maas: „Eerlijk gezegd wisten wij van toeten noch blazen. Voor een grote, luxe en geluidsdichte studio was er domweg niet genoeg film en talent in Nederland.” Waar ook het „bijgeloof” heerst dat op straat filmen goedkoper is, aldus Maas.

Een internationale loopbaan kwam niet echt van de grond. Do not Disturb, een thriller in nachtelijk Amsterdam met William Hurt, werd in 1999 geen succes. Down, de remake van De Lift, stierf een wiegendood – na 9/11 was er even geen behoefte aan explosies in wolkenkrabbers. De gitzwarte komedie Moordwijven (2007) en actiehorrorfilm Sint (2011) waren hits, maar niet zo grandioos als eerder werk.

Geheim agent

Na het debacle van Prooi, weet Dick Maas het even niet meer. In zijn actiefilms – Sint 2 en Para (kapster heeft dubbelleven als geheim agent) liggen klaar – steekt niemand nu geld. Gelukkig scoorde zijn eveneens regisserende echtgenote Esmé Lammers in december wel met de romantische komedie Soof 2.

Romkoms lijken op dit moment het enige genre in de Nederlandstalige film, naast kinderfilms, dat nog publiek trekt. Aan Maas is het niet besteed. „Die ladies nights zijn een fenomeen. Vrouwen grijpen elk excuus aan om niet thuis te hoeven zijn. Maar als regisseur loop ik er niet erg warm voor. Het zijn producentenfilms die een Duitse of Spaanse succesfilm aanpassen en daar dan een regisseur bij zoeken. Geen verrijking voor de Nederlandse cultuur – al zal die mij worst wezen.”

In zijn boek Buurman, wat doet u nu? vereffent Maas nogal wat openstaande rekeningen, met naam en toenaam. Zo verwijt hij de inmiddels failliete distributeur A-Film in 2011 het bioscoopbezoek aan Sint kunstmatig te hebben gedrukt door de film na 5 december abrupt uit de bioscoop terug te trekken. Bij meer dan 400.000 bezoekers was er een groter percentage van de omzet richting producent gegaan, ten koste van de distributeur. Die verkocht volgens Maas dan liever wat meer dvd’s.

Scheldpartijen op het Filmfonds

En uiteraard is er the usual suspect, het Filmfonds, dat de gemeenschapsgelden onder filmmakers verdeelt. Maas hekelt de betutteling, de bureaucratie en de vraag om bij elke nieuwe aanvraag weer dvd’s te moeten opsturen van eerdere films. „Het is een rijstebrijberg aan regels, terwijl iedereen weet dat je zonder sjoemelen geen film van enige ambitie kan maken in Nederland. Je moet wel een beetje soepel zijn.”

Zelf steekt Maas naar eigen zeggen zijn salaris als scenarist en regisseur – 10 procent van het filmbudget – bijna altijd terug in zijn films. „Loopt het mis, zoals bij Prooi en Quiz, dan wordt film maken een soort hobbyisme.”

Maas vindt dat het ‘track record’ – bewezen succes – van de regisseur moet bepalen of je geld in een film steekt: zijn echtgenote schreef er ooit een voorstel over dat bij het Filmfonds in een la verdween. „Je hebt toch een gaatje in je hoofd als je tegen Paul Verhoeven zegt: dit personage heeft meer verdieping nodig. Of dat ik na dertig jaar filmen hoor: je moet een scriptcoach inhuren.”

Zo, dat is eruit. „Maar ik wil niet weer die scheldpartijen op het Filmfonds”, zegt Maas. Amsterdam dan maar? Zijn stad krijgt ervan langs in Buurman, wat doet u nu? In 1988, bij zijn thriller Amsterdamned, vond iedereen een achtervolging met speedboten door de grachten reuze spannend. Nu ligt men veel sneller dwars. Maas: „Er wordt nogal wat gefilmd, dus heeft Amsterdam de zaken gecentraliseerd bij een ‘filmcommissioner’, Simon Brester. Die moet alles soepel laten verlopen, maar het tegendeel is het geval. Alle buurtcomités zijn nu direct op de hoogte en maken bezwaar.”

Zo kreeg Maas in park Frankendael „met een filmcircus van honderd man” te horen dat hij ondanks alle ecologische rapportages en vergunningen de opnames moest stoppen als een blauwe reiger er last van had. Maas: „Gelukkig bleek zijn nest leeg. Opnames kosten een euro per seconde.” Het Vondelpark eiste dat Maas speciale rijplaten voor zijn hoogwerker legde. „Dat betekent huur van rijplaten, salaris voor werkstudenten plus een draaidag extra. Maar aan het eind van de avond zei de gemeenteopzichter doodleuk: rij maar zonder die platen, ik wil naar huis. Die onzin kost je tienduizenden euro’s.”

Voor 12-jarigen

Dat Prooi faalde, wijt Maas aan de Kijkwijzer, die de film geschikt vond voor 16 jaar en ouder. „Terwijl hij voor 12-jarigen is gemaakt.” En aan de distributeur, Dutch Filmworks. „Het liep spaak omdat ze zich op ongehoorde manier met Prooi bemoeiden. Ze wilden een andere montage en waren bezorgd over de special effects van de leeuw. Ja, wie niet? Maar de final cut lag echt bij mij.”

Op zijn beurt ging Dutch Filmworks zijn eigen gang bij de promotie van Prooi. De filmposter suggereerde horror, terwijl de film volgens Maas als evenement aan de man moest worden gebracht: er is een leeuw los in Amsterdam! In een voorvertoning werd Prooi als ‘double bill’ gedraaid met Amsterdamned uit 1988. „Dan beklemtoon je: ouwe meuk van Dick Maas uit de jaren tachtig.”

Maar was Prooi dat ook niet een beetje? Imponeer je een generatie die gewend is aan digitale dinosauriërs tegen reuzenrobots nog met een leeuw in Amsterdam? Leek het niet te veel op eerdere films als Amsterdamned en Sint?

Dat is wel een beetje zo, geeft Maas toe. „Ik heb het zelf ook wel, als ik voor de vijfde keer een shot draai op de Brouwersgracht: alweer? Het gekke is: bij scripts die buiten Amsterdam spelen, komt steeds een kink in de kabel.”

En nu? Een Engelstalige film met een leuk script zou Dick Maas niet afslaan. Negen jaar geleden keek hij met zijn gezin rond in Los Angeles, toen het Filmfonds dwarslag bij Quiz en Sint. „We keken of we daar konden slagen. En het was avontuurlijker om daar uit je neus te eten dan hier.” Toen beide films opeens wel doorgingen, was het rondkijken voorbij. Dick Maas: „Of dat erg is, betwijfel ik. Welke Nederlandse regisseur is nou echt geslaagd in Los Angeles? Paul Verhoeven ja. Jan de Bont even, Roel Reiné op zijn manier ook: dan zijn de successtories wel op.” Van Maas zijn we in Nederland dus voorlopig nog niet af.

Dick Maas: ‘Buurman, wat doet u nu? Films maken in Nederland’. Uitgeverij Parachute Pictures, 360 blz., € 24,95.