Cultuur

Interview

Interview

Celliste Harriet Krijgh, artistiek leider van het Kamermuziekfestival

Foto Merlijn Doomernik

‘Ik moet opnieuw bewijzen wat het festival waard is’

Interview

Celliste Harriet Krijgh is de nieuwe artistiek leidster van het Kamermuziekfestival Utrecht. Vandaag onthult ze exclusief in NRC haar plannen en programma.

Schiphol, een grote rolkoffer en een cellokist: voor celliste Harriet Krijgh zijn het doodgewone omstandigheden. Ze is net aan komen vliegen uit haar thuisstad Wenen, „waar cultuur in het middelpunt van de samenleving staat, en – hoe geweldig! - ook de taxichauffeur erover kan meepraten.”

Maar ze zoekt ook een tweede huis in Nederland, waar haar familie woont en haar solocarrière de laatste tijd een hogere vlucht neemt. „De energie hier heeft iets fijns; iets opens en sportiefs”, zegt ze. ,,Lekker doorzetten. Een mix van die beide werelden lijkt me ideaal.”

In het buitenland is Harriet Krijghs roem groter dan hier. Zo speelde ze net bij het Boston Symhony Orchestra onder Andris Nelsons de wereldpremière van het nieuwe celloconcert van Sofia Goebaidoelina. Klassieke eredivisie - op haar 25ste.

Spin in het web van de muziekwereld

Deze week geeft ze een paar recitals in Nederland. Maar ze is er óók voor de laatste besprekingen over de invulling van het Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht (IKFU). Toen Janine Jansen vorig jaar bekend maakte terug te treden als artistiek leider van dat festival, 13 jaar lang haar muzikale „kindje”, introduceerde ze ook meteen haar opvolgster: Harriet Krijgh, toen 24, net als Jansen zelf toen ze met het festival begon. Een spin in het web van de internationale kamermuziekwereld. En, belangrijkst, een geweldige celliste.

De gemeente Utrecht sputterde tegen: structurele subsidie werd omgezet in een bijdrage per jaar, die in elk geval ook voor volgend jaar nog zeker is. „Maar ik heb goede hoop dat we het vertrouwen weer helemaal opbouwen”, zegt Krijgh. ,,Natuurlijk moet ik opnieuw bewijzen wat het festival waard is, en waar we voor staan. Maar daar heb ik veel zin in.”

Festivalvedettes en nieuwkomers

Een aantal ‘festivalvedettes’ van het eerste uur is ook dit jaar present: altviolist Amihai Grosz, solocellist van de Berliner Philharmoniker, klarinetvirtuoos Martin Fröst, violist Boris Brovtsyn. ,,Maar ik ben jonger dan Janine, en veel van de musici die nieuwkomers zijn, zijn van mijn eigen generatie.

Violisten als Nikki Chooi en Nikita Boriso-Glebsky zijn hier misschien nog niet zo bekend, maar het zijn fantastische musici en ik twijfel er geen moment aan dat ons publiek muzikaal net zo voor ze zal vallen als ik. En Lucas en Arthur Jussen komen, geweldige pianisten én goede en warme vrienden die dus echt niet mochten ontbreken. Ik heb eigenlijk alleen musici gevraagd met wie ik al veel elders heb samengespeeld. Zodat je zeker weet: met dat nieuwe elan, komt het goed.”

Plannen te over, zegt Krijgh, die driekwart jaar heeft gewerkt aan wat herkenbaar háár eerste editie is. Zo klinkt op het openingsconcert een wereldpremière van de Oostenrijkse componiste Johanna Doderer. De festivalzaterdag is gewijd aan Weense muziek - in brede zin. ,,Bariton Rafael Fingerlos, net toegetreden tot de Wiener Staatsoper, wilde graag liederen van de vorig jaar overleden componist Robert Fürstenthal zingen: laat romantisch idioom, onbekend, prachtig. Maar we spelen ook Brahms’ Klarinetkwartet, met Daniel Ottensamer van de Wiener Philharmoniker. En ik wil festivalsfeerverhogende extra’s inlassen. Workshops apfelstrudel bakken en walsen bij voorbeeld”. Lachend: „Toen ik pas bij het Nieuwjaarsbal in de Musikverein was, waren daar knappe, professionele ‘taxidansers’ voor dames wier echtgenoten geen zin hadden. Dat is misschien ook een idee.”

Concerten op de gracht

Financieel is het festival dit jaar ietsje (ca. 15%) krapper begroot dan onder Janine Jansen. Maar de vijf festivaldagen zijn onverminderd vol, vaste bestanddelen als de kerkenmarathon, de wandelconcerten en de fietsconcerten zijn gebleven en het contingent grote namen is stevig.

„Natuurlijk heb ik ook plannen die nu nog niet te realiseren waren”, zegt Krijgh. Dat betrof vooral de logistiek ingewikkelde, dure projecten. „Ik droom van een concert op de gracht en meer interdisciplinaire programma’s”, zegt ze. „In zekere zin is dit festival een rijdende trein, met een professionele organisatie en een bestuur. Er je eigen richting aangeven, dat gaat niet meteen. Maar dat vind ik niet erg. Mijn overgebleven wensen realiseren we gewoon volgend jaar. Of het jaar erna.”