Alles wijst op sarinbommen van de Syrische luchtmacht

Het kan nog even duren voor het definitief vaststaat maar veel wijst erop dat het Syrische regime toch weer gebruik heeft gemaakt van zenuwgas.

Een Syrische man wordt dinsdag meegenomen nadat hij gewond is geraakt na een vermoedelijke gifgasaanval. Foto AFP

Door welk gifgas werd de burgerbevolking van het Syrische Khan Shaykhun afgelopen dinsdag getroffen en wie was daarvoor verantwoordelijk? Dat zijn de twee kernvragen die nu voorliggen. Hoewel er voorlopig weinig met zekerheid is vast te stellen, is het meest aannemelijke antwoord: het was een aanval met sarin-bommen door de Syrische luchtmacht. Dat laatste is ook waar de Amerikaanse regering vanuit lijkt te gaan.

De symptomen van de tientallen slachtoffers, zoals die op diverse YouTube-films zijn te zien, komen overeen met de symptomen die worden opgegeven voor een besmetting met zenuwgas: ademnood, speekselvloed, vernauwde pupillen, misselijkheid en overgeven. Een enkel slachtoffer vertoonde ook de typische spiertremor die de literatuur noemt. Ook de hoge dodelijkheid van de aanval, er zouden 72 mensen zijn omgekomen, suggereert dat er een ander gas vrijkwam dan het chloorgas waarmee de Syrische bevolking vaker is geconfronteerd. Chloorgas maakt minder slachtoffers en zijn effecten zijn ook van meer voorbijgaande aard.

Ook een team van Artsen zonder Grenzen, dat ondersteuning biedt aan de Eerste Hulp van het Bab Al-Hawa Ziekenhuis in de Syrische provincie Idlib. constateerde bij acht patiënten symptomen van blootstelling aan een zenuwgas als sarin.

Karakteristieke geur

Voor zover valt na te gaan heeft niemand de karakteristieke geur van chloorgas genoemd. Wel heeft een enkeling tegenover The New York Times de kleur van de explosiewolk als ‘geel’ beschreven (wat op chloor zou kunnen duiden). De gangbare zenuwgassen zijn praktisch reukloos en kleurloos. Mosterdgas, ook in de regio aanwezig, had een heel andere uitwerking gehad: aantasting van de huid en pijnlijke rode ogen. Syrië beschikte vroeger over grote hoeveelheden van het zenuwgas sarin.

Als inspecteurs van de OPCW, de organisatie die toeziet op naleving van het verdrag tegen chemische wapens, toegang weten te krijgen tot Khan Shaykhun kan er al binnen een paar weken uitsluitsel zijn. Dat was bij de beruchte sarin-aanval op Ghouta in augustus 2013 ook zo. Resten van gifgassen blijven lang in het lichaam en in de grond aantoonbaar en de detectiemethoden worden steeds beter.

Rusland en Syrië hebben geopperd dat bij een Syrische luchtaanval een gifgasdepot van de opstandelingen zou zijn getroffen. Er is nog weinig om deze versie te ondersteunen, al kan die ook niet volledig worden uitgesloten. Tot op heden zijn de opstandelingen, inclusief Al-Qaeda en IS, niet in staat gebleken grote hoeveelheden sarin te produceren, maar ze zouden natuurlijk sarin-munitie buitgemaakt kunnen hebben. Anderzijds verspreiden chemische wapens die bij een bombardement worden getroffen hun gifgassen waarschijnlijk niet zo goed als kennelijk het geval was.

Gangbare praktijk in Syrië

In de praktijk die inmiddels gangbaar is in Syrië zullen inspecteurs van een ‘Fact Finding Mission’ van de OPCW de aard en omvang van de gifgasramp in kaart gaan brengen. Daarna zal waarschijnlijk een gecombineerde commissie van OPCW en VN proberen te achterhalen wie verantwoordelijk was. Dat gebeurt op basis van interviews en het bestuderen van films en foto’s en er gaan vele maanden overheen. In de afgelopen jaren is het vaak helemaal niet mogelijk gebleken een ‘dader’ aan te wijzen. Dat was schrijnend in het geval van de sarin-aanval op Ghouta (honderden doden) waarvoor granaten waren ingezet, waarvan de herkomst moeilijk is vast te stellen. Nu bij Khan Shaykhun kennelijk bommen zijn gebruikt, ligt de kwestie eenvoudiger.

Eind augustus vorig jaar rapporteerde een gecombineerde OPCW-VN commissie over het onderzoek naar negen eerdere gevallen van gifgasgebruik in Syrië. In slechts drie gevallen was helderheid ontstaan: twee maal had de Syrische luchtmacht vaten met chloor laten vallen, eenmaal had IS mosterdgas ingezet. De Amerikaanse inlichtingendienst CIA en de ervaren ‘burgerjournalisten’ van Bellingcat slagen er overigens vaak wel in een dader aan te wijzen.

Onzekere toekomst van verdrag

Mocht het bewijs worden geleverd dat de Syrische luchtmacht de Syrische bevolking met sarin heeft bestookt dan zal de OPCW dit als een schending van het verdrag tegen chemische wapens (CWC) aan de Veiligheidsraad moeten rapporteren. Syrië heeft dit verdrag in september 2013 geratificeerd. De reactie van de Veiligheidsraad kan bepalend zijn voor de toekomstige status van het CWC-verdrag en dat van verwante verdragen. Op het bewezen gebruik van geïmproviseerde chloorbommen reageerde de raad met de roep om meer onderzoek.

Een andere kwestie die opdoemt is de vraag hoe goed de chemische ontwapening van Syrië is geweest. Toen het land het CWC-verdrag ratificeerde begon de OPCW binnen enkele weken aan de inventarisatie en afvoer van de Syrische wapens en de grondstoffen ervoor. Het karwei was eind juni 2014 voltooid. Als komt vast te staan dat de Syrische luchtmacht toch nog over sarin-bommen beschikt is de OPCW voor de gek gehouden. Dat vermoeden is al eerder geuit.

Bekijk hier: “Waarom is Assad nog altijd aan de macht in Syrië?