Column

Zingen wat niet gezegd kan worden

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft Pia de Jong over wat haar opvalt. Vandaag: zorg dat je de soundtrack van je leven op orde houdt.

Illustratie Eliane Gerrits

Voor een zaal voornamelijk gevuld met Schotten heb ik een tweegesprek met Sally Magnusson, schrijfster en reporter voor BBC Schotland. Acht jaar lang zorgde Sally samen met haar broers en zussen, voor haar demente moeder, de journalist Mamie Baird Magnusson. In haar boek Where Memories Go beschrijft ze hoe pijnlijk het was voor haar moeder, een vrouw voor wie taal zo belangrijk was geweest, de grip op haar woorden te verliezen. Maar wanneer haar moeder de Schotse ballades zong waar ze mee was opgegroeid en die zij op haar beurt voor haar kinderen had gezongen, kwamen de woorden als vanzelf weer terug.

„Tot het allerlaatst zongen we samen”, zegt ze. „Daardoor kan ik nu terugkijken op een tijd die zwaar was, maar ook vol dierbare momenten.”

Ook ik kijk met gemengde gevoelens terug op het jaar dat onze dochter Charlotte ernstig ziek was. Door de emotie kon ik soms moeilijk praten. Maar zingen ging wonderlijk genoeg wel. Kinderliedjes, die mijn moeder voor mij zong, en haar moeder voor haar, waarvan de woorden vanzelf kwamen. Al zingend vond ik woorden om haar te vertellen hoe gelukkig ze me maakte en hoe bang ik was haar te verliezen.

Ik vraag Sally of ze een van die Schotse ballades die ze met haar moeder zong, voor ons wil zingen. Met enige schroom zet ze met ijle stem het lied The Skye Boat Song in. Spontaan begint de zaal mee te zingen. Iedereen kent de woorden uit zijn hoofd.

Sally richtte de stichting Playlist for Life op. Daarin worden familieleden aangemoedigd een speellijst te maken van de muziek uit het leven van hun demente geliefde. Die muziek is de toegang tot hun leven.

„Maar”, vertelt Sally, „eigenlijk zou iedereen de soundtrack van zijn leven moeten maken. Zodat wanneer je zelf niet meer de taal hebt om dat te vertellen, de mensen om je heen weten welke muziek ze met en voor je moeten zingen.”

Sally zingt de ballades vaak met haar eigen acht kinderen. Haar playlist hoeft ze niet op papier te zetten.

„Zing je nog voor je dochter?”, vraagt Sally. Ik vertel dat ik voor haar bleef zingen, ook toen ze beter was. Het was een gewoonte geworden. Ze houdt zelf ook van zingen en zit in het schoolkoor.

Maar toen we laatst in de auto zoals altijd luidkeels meezongen met haar favoriete nummers op de radio, zette ze midden in een lied de radio uit en draaide zich naar me toe.

„Stop mam!”, riep ze uit. „Je kunt helemaal niet zingen.”

Het was zo onverwacht, dat ik werkelijk niet wist wat te zeggen.

„O, kom op”, zei ze toen, „je gaat me toch niet vertellen dat dit nieuw voor je is. Je zingt vreselijk vals. Bovendien kun je geen toon houden.”

„Je hebt gelijk”, zei ik, „je hebt helemaal gelijk”.

En dat was het dan met het meezingen. Ik ken mijn plaats.

Althans voor dit moment. Het is nu wachten op mijn oude dag, wanneer ik, liefdevol verzorgd eindelijk uit volle borst mijn eigen soundtrack mag meezingen.

Reacties naar pdejong@ias.edu