Weer een chemische aanval in Syrië. Wat nu?

Idlib Minstens 58 doden en tientallen gewonden als gevolg van een van de ergste aanslagen sinds de burgeroorlog zes jaar geleden begon. Hoe moet de internationale gemeenschap hierop reageren?

Syrische kinderen die zijn getroffen door de aanval worden behandeld in een klein ziekenhuis in Maaret al-Noman. Foto Mohamed al-Bakour/AFP

Weer een chemische aanval in Syrië, een van de ergste van de afgelopen zes jaar van burgeroorlog. Tijdens een luchtaanval in de Syrische provincie Idlib kwamen 58 mensen om, onder wie 11 kinderen. Ook raakten tientallen burgers gewond, meldt het Syrisch Observatorium voor de Mensenrechten dinsdag. Volgens activisten zou het gaan om een chemische aanval. Drie vragen over de chemische wapens in Syrië.

  1. Syrië had toch ingestemd met vernietiging van zijn gifgas?

    In augustus 2013 werden in een voorstad van Damascus honderden burgers gedood door sarin. Een maand later, onder grote diplomatieke druk, ratificeerde het regime van Assad het chemische wapenverdrag en ging het akkoord met vernietiging van chemische munitie en grondstoffen. In juni 2014 verklaarde de coördinerende Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) dat de laatste lading uit Syrië was verscheept.

    Maar dat betrof voorraden die door het regime zelf waren gemeld. Al in april 2014 verschenen berichten over de inzet van chloorgas, minder agressief dan sarin of mosterdgas, maar evenzeer in hoge dosis verstikkend en dodelijk.

    De locatie van de aanval:

  2. Hoe opmerkelijk is de aanval van dinsdag in de provincie Idlib?

    Niet eerder vielen sinds 2013 zoveel doden bij een chemische aanval (deze keer nog eens gevolgd door het bestoken van een ziekenhuis). Maar de afgelopen jaren kwamen er enkele tientallen berichten over (kleinere) aanvallen met chloorgas. In oktober 2016 rapporteerden inspecteurs van de Verenigde Naties en OPCW dat Syrische regeringstroepen in 2014 en 2015 in zeker drie gevallen chloor als wapen hadden gebruikt. Dat gebeurde door helikopters vanaf hoge hoogte gascilinders te laten afwerpen.

    Human Rights Watch heeft het Syrische regime ervan beschuldigd vorig jaar bij de eindstrijd om Aleppo zeker acht aanvallen met chloorgas te hebben uitgevoerd. Een lokale noodhulporganisatie meldde in september dat een wijk van Aleppo, in handen van rebellen, was bestookt met vatbommen vol chloorgas.

    In december liet de OPCW weten uiterst bezorgd te zijn over het gebruik van chemische wapens in Uqayribat, in de buurt van Hama.

    Niet alleen regeringstroepen worden beschuldigd van de inzet van chemische wapens, maar ook Islamitische Staat. In hun rapport van oktober vorig jaar zeggen de inspecteurs van de VN en OPCW dat IS in ieder geval in een geval verantwoordelijk is geweest voor een aanval met mosterdgas.

    Bekijk hier: “Waarom is Assad nog altijd aan de macht in Syrië?

  3. Hoe reageert de internationale gemeenschap nu?

    De OPCW laat opnieuw weten „hoogst bezorgd” te zijn over de aanval in Khan Shaykhun en zo goed mogelijk onderzoek te zullen doen. Maar de OPCW is gehandicapt. In mei 2014 reden inspecteurs bij Kafr Zeta op een bermbom en werden onder vuur genomen. Sindsdien ziet de organisatie af van bezoeken ter plaatse.

    Los daarvan is ingrijpen in Syrië afhankelijk van de daadkracht van de internationale gemeenschap. Frankrijk wil spoedzitting van de Veiligheidsraad. Maar het is twijfelachtig of de gebeurtenissen van dinsdag wel een ommekeer zullen inluiden. Begin maart nog spraken Rusland (bondgenoot van Assad) en China hun veto uit over een resolutie om het Syrië te straffen met sancties voor aanhoudend gebruik van chemische wapens. Volgens Rusland schaden dergelijke sancties tegen Assad het vredesproces.