Tekenen tussen de ruïnes van Syrië

Na jaren van oorlog Een Nederlandse kunstenaar die Syrië goed kent, reisde tien dagen door het deel van het land dat in handen is van de regering-Assad. „Mensen gaan als vanzelf tegen je aan praten.”

Links: een onbeschadigs deel van Aleppo, bij Hotel Salfir, waar mensen van de hulporganisaties van de VN logeren. Zwaarbeveiligd. Ik stond de wegversperringen vanuit het hotel te schilderen. Het regende die dag. Rechts: Een zijstraat in de wijk Baba Amir. De gevels van alle huizen zijn weggeslagen, maar de blikken en potten met planten zijn blijven staan. Het lukt het regime niet de gevluchte mensen in groten getale te laten terugkomen. Het wantrouwen is te groot. De wijk is na vijf jaar nog steeds verlaten. Je ziet nauwelijks mensen, hoort geen bouwgeluiden. Het lijkt net of die huizen ook wantrouwig zijn. Beeld: Theo de Feyter

De man komt uit het niets op me aflopen met een schaaltje fruit. Hij heeft de appels en bananen keurig geschild en in stukjes gesneden. „Welkom in Baba Amr”, zegt hij vriendelijk. Ik teken en schilder al jaren in Syrië. Altijd word ik er welkom geheten, altijd zijn er vriendelijke woorden. Het verschil met vroeger is dat ik nu sta te tekenen tussen de ruïnes van een doodstille, bijna geheel verlaten, verwoeste wijk in Homs.

Links: een straat in Qatardzji, een zwaar beschadigde wijk in Aleppo. Ik weas gefascineerd door die grote, felrode watertank in die grauw omgeving. Uit de tank vullen de mensen hun emmers en flessen. Er is geen elektriciteit. Rechts: Het Syriac Martelarenpark in de christelijke wijk van de oude stad van Damascus. De posters tonen portretten van gesneuvelde militieleden van de Syrisch-orthodoxe gemeenschap. Ze vochten voor het regime. Beeld: Theo de Feyter

Als tekenaar en schilder sta je meestal lang op een plek. De mensen wennen aan je, je wordt een beetje deel van de buurt. Mensen gaan als vanzelf tegen je aan praten. „We leven hier als dieren”, zegt een man wanneer ik een onafzienbare rij voor een bakkerij teken in de eveneens grotendeels verwoeste wijk Fardous in Aleppo. „Het brood is goedkoop, maar er is niet genoeg”, zegt een ander. In de niet-verwoeste delen van Damascus en Aleppo zijn de winkels open en gaan de mensen uit. Daar zitten de restaurants vol. Maar hier is geen geld, stromend water of elektriciteit.

Links: Abu Hadi, een soldaat van het Syrische leger in Baba Amr in de stad Homs. Soldaten willen over het algemeen niet worden gefotografeerd. Maar getekend worden mag! Rechts: Mohammed Obeid, pater familias, tijdens een interview. Het gesprek vond plaats in een schoolgebouw waar een aantal teruggekeerde, ontheemde families was ondergebracht. Beeld: Theo de Feyter

De mensen ontmoeten elkaar in de rij voor de bakker of wanneer ze hun flessen met water vullen uit de grote, rode tanks die in de straten zijn geplaatst. En ook bij mij terwijl ik sta te tekenen. Een paar mannen en kinderen kijken toe wanneer ik een soldaat van het Syrische leger teken die de ruïnes staat te bewaken. „Zal ik mijn wapen afleggen?”, vraagt hij. Dat hoeft van mij niet. Hij is erg trots op het portret dat ik van hem maak en fotografeert het met zijn mobieltje. „Hoe heet je?”, vraag ik. „Dan schrijf ik je naam op de tekening.” „Hij heet Abu Hadi”, roepen de omstanders in koor, nog voor hij kan antwoorden. Ze kennen ‘hun’ soldaat.

Links: Na’mad, onze door het ministerie van Informatie toegewezen minder. Zij reisde vanaf Damascus met ons mee via Homs naar Aleppo en terug. In Aleppo kreeg ze versterking van een collega. Rechts: verwoeste huizen, waarvan een in aanbouw, in de wijk Baba Amr in de stad Homs. Toen ik stond te tekenen, kwam uit het niets een man op mij toelopen met een schaaltje fruit. Welkom in Baba Amr! Beeld Theo de Feyter

De verwoesting is in sommige wijken van Aleppo zo groot dat de mensen zich alleen nog maar met Google Maps kunnen oriënteren. In hun eigen buurt! Ik heb altijd stadsgezichten getekend en geschilderd. Ik ben altijd geïnteresseerd geweest in wat over het algemeen als de minder pittoreske kant van de stad wordt gezien, zoals kantoorgebouwen en viaducten. Net als me in Nederland vaak overkomt, vroegen de mensen in Syrië zich vaak genoeg af waarom ik juist die hedendaagse omgeving schilderde. „Waarom ga je niet naar de oude stad?” Die vraag heb ik nu niet gehoord. Natuurlijk tekende ik de ruïnes in de buitenwijk. De oude stad ligt namelijk ook in puin.