Column

Snap jij nog wat ze zeggen op kantoor?

Er zijn heel veel kantoorclichés. Worden we daar nou beter van, vraagt zich wekelijks af.

Soms denk ik weleens dat de hele Dikke Van Dale anders moet, of dat er in ieder geval een speciale kantooreditie zou moeten komen. Want heldere kantoorwoorden verdwijnen en ervoor in de plaats komen woorden die ik vaak niet snap.

Zo is ‘afspreken’ ‘inschieten’ geworden, als in „die meeting moeten we nog even inschieten”. De eerste keer dat ik iemand het hoorde zeggen heb ik gelijk een kogelwerend vest en een veiligheidsbril op internet besteld maar het bleek nog steeds dezelfde saaie vergadering als altijd.

‘Problemen’ zijn ook verdwenen. Dat zijn „uitdagingen” geworden. Vind ik ook lastig. Want wie voelt er zich nou verantwoordelijk voor een uitdaging? Het klinkt heel spannend, maar je kan hem ook best een dagje overslaan. Maar ook ‘plan van aanpak’ is weg. Dat is nu ‘aanvliegroute’. Ik denk dat er daardoor veel minder wordt aangepakt dan vroeger. Omdat mensen al duizelig zijn voordat ze eraan begonnen zijn.

Maar ook ‘praten’ of ‘iets laten weten’ zegt niemand meer op kantoor. Dat is ‘wisselen’ geworden. Alsof je geheel vrijblijvend van standpunt ruilt en die vervolgens in de prullenbak mietert. ‘Uitleg’ is ook verdwenen. Dat is nu ‘iemand meenemen in’ of ‘vertalen’. Alsof wat we doen op kantoor zo exotisch is, dat er bussen gehuurd moeten worden en er paspoorten en woordenboeken aan te pas moeten komen om iedereen ‘mee te krijgen’.

Maar er zijn ook geen ‘gesprekken’ meer op kantoor. Dat zijn ‘reflectiesessies’ en ‘dialogen’ geworden. Dan lijkt het of iedereen evenveel inbreng heeft terwijl het in de praktijk nog steeds monologen zijn. Of ze noemen het ‘communicatie’, ook zo lekker vaag, als in: ‘dat is ergens in de communicatie misgegaan’. Alsof het fout ging doordat de stroom is uitgevallen en niet omdat de lul van sales vergeten was iedereen te mailen.

Maar ook een woord als ‘leuk’ hoor ik op kantoor zelden meer. Dat is ‘inspirerend’ geworden of, hevige jeuk: ‘passievol’. Op die manier is verandering ‘transitie’ geworden, zijn adviseurs gepromoveerd tot ‘strateeg’, heet toepassen tegenwoordig ‘implementeren’; bezuinigen ‘optimaliseren’; aanpassen ‘kantelen’, heeft niemand meer een mening maar heet dat ‘in mijn beleving’ en zeggen we niet meer dat iets ‘nog niet af is’, maar dat we er nog ‘een slag overheen moeten maken’. O ja en iets doen waarvoor je betaald wordt heet tegenwoordig ‘eigenaarschap tonen’.

Ik snap het wel hoor. Vooral mensen die saai werk hebben kan je het niet kwalijk nemen dat ze het wat gewichtiger willen zeggen. Zo kwam ik laatst een gemeente tegen die de „verblijfskwaliteit van de weg naar een hoger niveau wilde brengen” toen ze ‘opnieuw bestraten’ bedoelden.

Maar de vraag is natuurlijk wel waar het stopt, of er straks nog genoeg overdrijfwoorden zijn, of we niet met de mond vol tanden komen te staan, of iedereen het nog snapt en of er niet te veel mensen in hun gezicht uitgelachen worden. Want langs die weg met die betere verblijfskwaliteit zaten ineens allemaal mensen met thermosflessen op tuinstoelen in de berm en in bedrijven waar nog veel slagen over dingen heen gemaakt moeten worden, breekt steeds ruzie uit. Zullen we het anders gewoon weer bij de Dikke Van Dale houden?

Meer #kantoorclichés op Twitter via @Japked