Column

Slapeloosheid

Een paar keer per jaar vergeet ik hoe ik moet slapen. Dat gaat altijd volgens hetzelfde patroon: ik stap in bed en bereik zo snel de remfase, dat ik het gevoel heb door de dekens te zijn geabsorbeerd – een luierreclame is er niets bij. Vervolgens word ik tweeënhalf uur later wakker en is het matras veranderd in een granieten deur die elke vorm van rust buitensluit.

Dan ga je op het interwebs en lees je dat ruim 60 procent van de Nederlanders op zijn tijd aan slapeloosheid lijdt. Misschien liggen achter de wanden van je slaapkamer ook talloze lotgenoten, heel stil om de slaap maar te lokken. Hopend dat deze doorwaakte nacht niet tot de zoveelste doorstart met slaappillen leidt, waardoor je nog uitgeputter ontwaakt dan dat je naar bed ging.

Tegen slapeloosheid gebruik ik twee tactieken. De eerste is te doen alsof ik slaap, zodat ik weer in dromenland beland: ik neemt de foetushouding aan, probeer aan niets te denken en kalmeer mijn ademhaling. Ondertussen zijn mijn handen tot vuisten gebald. De tweede strategie is een beetje mijmeren tot ik zo verveeld ben dat ik vanzelf weer in een coma glijd.

Vannacht besloot ik voor deze laatste tactiek te gaan. Ik mijmerde wat over mijn familieleden, van wie het merendeel slecht slaapt. Mijn ouders en zus liggen ook regelmatig naar een nachtblauw plafond te staren. We hebben afgesproken elkaar dan niet meer te appen want voor je het weet gaat het over dingen. Het is al een troost dat je niet de enige bent die wakker ligt, dat er op dat moment misschien zelfs aan je wordt gedacht. Vervolgens lig je daar weer wakker van.

Op een zeker moment belandde ik in een schemertoestand waarop ik niet echt meer aan dingen dacht. Mijn bewustzijn leek slechts te bestaan uit brokken gevoel – boosheid, nostalgie, blijdschap, geilheid – die als lavalampbellen aan me voorbij trokken. Misschien dat het zo gaat met emoties, dacht ik. Dat sommige zonder enige aanleiding ontstaan en loom naar het oppervlak borrelen.

Misschien ging het zo, afgelopen weekend, toen enkele jongeren een woede in zich voelden waarvan de herkomst maar niet te achterhalen viel en ze maar de straat opgingen, gewapend met een betonschaar, om het gevoel te kortwieken.

Dat soort gedachten gaan er dan door je heen. En je denkt, en je hoopt, dat het gedachten zonder aanleiding zijn, en dat zonder enige aanleiding de slaap wel weer komt.

heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.