Commentaar

Negeren van islamitisch familierecht is steeds minder een optie

‘Overheid moet oog hebben voor goede delen van het shariarecht” kopte NRC deze week. Shariarecht heeft dus ook góéde delen. Maar feitelijk associëren we ‘sharia’ met terreur, executies, barbarij – en ook niet voor niks. Er zijn door IS veel gruweldaden gepleegd, die werden rechtgepraat met de sharia. Recent is de burger nog bang gemaakt door politici die het vermeende „invoeren van de sharia” als het einde van de beschaving presenteren. Toch hoeft dat niet. De sharia is een religieuze plichtenleer, gebaseerd op de Koran, die binnen de Nederlandse rechtsorde mag functioneren zolang die niet in strijd is met de openbare orde. Net als gebruiken uit andere religies en geloofsgemeenschappen dat mogen.

Doorgaans kan de rechter culturele excessen uit ‘vreemde’ normsystemen corrigeren door ze als onrechtmatig aan te merken, of als dwang of bedreiging. Soms grijpt de wetgever in. Zoals nog niet zo lang geleden met de Wet tegengaan huwelijksdwang. Sindsdien is het niet meer mogelijk te trouwen onder de 18. Ook neef-nichthuwelijken zijn nu niet meer mogelijk, evenals de erkenning van in het buitenland gesloten polygame huwelijken. Dergelijke gebruiken zijn in de Arabische cultuur aanvaard, maar worden in Nederland terecht buiten de deur gehouden.

Nu vindt de nieuwe bijzonder hoogleraar islamitisch familierecht in Maastricht, Susan Rutten, het gewenst om binnen de Nederlandse rechtsorde elementen uit de sharia incidenteel positief te gaan waarderen. En dan niet uit doorgedreven cultuurrelativisme, maar met een praktisch oogmerk. Juist om zogeheten „hinkende rechtsverhoudingen” te voorkomen. Situaties waarin stellen met een migratieachtergrond volgens Nederlands recht getrouwd zijn, maar volgens eigen recht gescheiden. Of andersom. Of waarin stellen een ‘moskeehuwelijk’ sloten dat naar Nederlands recht niet bestaat. Of in de knel komen met de ‘bruidsgave’, het bedrag dat de man zijn aanstaande in het vooruitzicht stelt en waar zij aanspraak op heeft, vaak bij gebreke aan wettelijke alimentatie. Geschillen kunnen dan leiden tot rechtsonzekerheid, tot ‘forumshoppen’ met onrechtvaardige resultaten. Negeren van islamitisch familierecht of geforceerd vertalen ervan naar Nederlandse recht is steeds minder een optie in een diverse samenleving waar velen de eigen religieuze en sociale normen volgen. De benadering van Rutten kan dus onderschreven worden. Voor sommige islamitische gebruiken kan juridisch ruimte worden gemaakt. Mits ze de toets van de westerse mensenrechten doorstaan en in vrijwillige rechtsverhoudingen figureren.