Recensie

Peking Express is terug op tv en valt tegen

Zap

Tv-recensent Hans Beerekamp had zin in de terugkeer van het competitieve reisprogramma Peking Express. Helaas werkt het format niet echt meer.

Rik van de Westelaken presenteert 'Peking Express' (Net5).

Heimelijk had ik me best wel verheugd op de terugkeer van Peking Express (Net5). Sinds 2012 was het oorspronkelijk Nederlands-Vlaamse format, waarin zes duo’s een wedstrijd houden in liften en onderdak vinden voor 1 euro per dag, hier niet meer te zien geweest.

Het was vooral populair in de periode 2004-08, met als grondvorm het traject Moskou-Beijing. Nu voert de route van Halong Bay in Vietnam via Laos naar tempelstad Angkor Wat in Cambodja. Presentatoren zijn de Vlaming Sean Dhondt en voormalig NOS-nieuwslezer Rik van de Westelaken.

Er is een hoop veranderd in televisieland, sinds de begindagen van Peking Express. Competities zonder BN’ers zijn een zeldzaamheid geworden, dus moet in de voice-over voortdurend benadrukt worden naar wie we zitten te kijken. Dat gebeurt nogal eens in stereotiepe aanduidingen: we zouden te maken hebben met een studentenpaar dat alleen over boekenwijsheid beschikt, twee knappe jongens die hun charme in de strijd gooien, een kibbelende broer en zus en twee politieagentes. De zwaar getatoeëerde „nachtbrakers” uit Amsterdam „weten hoe ze mannen in hun netten moeten strikken.”

Sinds een jaar of wat is het ook niet meer de gewoonte om van zulke dure producties een Nederlands-Vlaamse samenwerking te maken. In Expeditie Robinson (RTL5) bleek dat de deelnemers uit beide landen heel weinig met elkaar te maken hadden en snel in vijandige kampen tegenover elkaar kwamen te staan.

Al in aflevering 1 van de nieuwe Peking Express tekenen zich de cultuurverschillen af. Bij de eerste halve etappe eindigen de drie Nederlandse koppels op de eerste drie plaatsen. De Belgen lukt het minder goed om met enig aplomb en gebruik van ellebogen een lift af te dwingen. Ze zijn wel aardiger en beleefder tegen de lokale bevolking, die ze aan gratis eten, slapen en vervoer helpen.

Ik mis (althans in de online-versie) de ondertiteling, vooral bij de West-Vlaamse politievrouwen Laura en Ann-Sophie, die een voor Noord-Nederlanders nauwelijks te begrijpen dialect spreken. Zij komen ook als laatsten aan bij de opera van Haiphong, en moeten dan een enveloppe openen met een groene of een rode kaart erin. Spannend!

Het wordt groen, maar dan moeten ze wel voor straf een celebrity meenemen en dus in elke auto plaats voor vier mensen zien te vinden (ook de camerapersoon, die consequent buiten beeld blijft, moet mee). Het blok aan hun been is Dan Karaty, die kijkers van commerciële zenders zouden kunnen kennen als jurylid bij talentenjachten.

Nee, het valt me niet mee, dat programma dat ik ooit zo verrassend en authentiek vond. Er is te veel in scène gezet, de deelnemers kunnen me nog nauwelijks boeien en de functie van de presentatie is nogal, eh, marginaal. In 2017 is het raar geworden om zo te ontkennen dat er een camera nodig is om televisie te maken en te denken dat wij ons dan geen vragen gaan stellen.

Wel leuk om te zien hoe welvarend Vietnam is geworden. Het oogt nauwelijks meer als een ontwikkelingsland, er rijden relatief weinig vrachtauto’s en busjes, en veel glimmende grote auto’s met een enkele bestuurder. Dat is goed nieuws voor lifters, in principe.

Grootste probleem: er zijn inmiddels zo veel geraffineerde reisprogramma’s met een competitie-element, dat deze relatieve oervorm zichzelf enigszins uit de markt heeft geprijsd.