Onmin tussen Arib en hoge ambtenaren

Tweede Kamervoorzitter

Het conflict is zodanig opgelopen dat twee hoge ambtenaren niet meer met Arib willen samenwerken.

Voorzitter Khadija Arib tijdens het wekelijkse vragenuurtje voor de leden van de nieuwe Tweede Kamer. Foto Martijn Beekman/ANP

Khadija Arib, alom geroemd als Kamervoorzitter, leeft in onmin met enkele van haar hoge ambtenaren. Het conflict met haar driekoppige managementteam is zo opgelopen dat in ieder geval één van hen na krap een jaar opstapt. Een tweede zou volgens andere ambtenaren ook niet meer met Arib willen werken.

Arib werd vorige week zonder tegenkandidaten en met 111 stemmen door de Tweede Kamer herkozen als voorzitter. Ze leidt Kamerdebatten met souplesse en is een uitstekend boegbeeld voor het parlement. In de ambtelijke organisatie van zo’n zeshonderd medewerkers wordt echter minder enthousiast op haar herverkiezing gereageerd.

Nu Arib in principe voor vier jaar blijft, vertrekt Harke Heida, de directeur constitutioneel proces, na amper een jaar in dienst van de Kamer. Hem zou een nieuwe baan zijn aangeboden bij Binnenlandse Zaken. Heida heeft zijn functie, de Kamer ondersteunen op wetgevend gebied en de voorzitter bijstaan in debatten, nooit goed kunnen uitvoeren en belandde snel op een zijspoor. Dit blijkt ook uit een brief – in bezit van NRC – die de ondernemingsraad deze week naar Arib stuurde.

Arib kondigde vorige week al plotseling aan de structuur van de ambtelijke top te willen evalueren. Zij was, voorheen als ondervoorzitter zelf betrokken bij het aannemen van Heida en de twee andere topambtenaren.

Uit gesprekken met dertien Kamerleden, medewerkers en ex-medewerkers van de Tweede Kamer blijkt dat het vanaf haar aantreden als voorzitter niet botert tussen de hoogste ambtenaar van de organisatie. „Het lijkt een vete waarvan niemand de oorzaak kent”, zegt een direct betrokkene.

Arib wil niet reageren op „interne aangelegenheden”, maar zij en Heida ontkennen zijn vertrek niet.