Opinie

Niet langer ondenkbaar: oorlog tussen China en de VS

Trump ontvangt zijn Chinese collega Xi. De spanning tussen beide grootmachten loopt op: om Noord-Korea en zeggenschap over de Stille Oceaan. sluit oorlog niet uit.

Illustratie Hajo

Als China zijn succes bestendigt, is oorlog onvermijdelijk. Ik herinner me nog goed dat ik die stelling vijftien jaar geleden formuleerde tijdens een debat aan de Amerikaanse defensieacademie in West Point.

Mijn toehoorders waren met stomheid geslagen dat iemand uit Brussel, de zelfverklaarde hoofdstad van de zachte macht, zo’n standpunt durfde in te nemen.

De meeste waarnemers in de VS veronderstelden dat een nieuwe grootmachtentragedie vermeden kon worden. Er waren immers tal van dialogen opgezet om een aanvaring te voorkomen en de Chinese krijgsmacht was erg kwetsbaar.

Vandaag, in de aanloop van de ontmoeting tussen de Chinese en Amerikaanse president, is er nog slechts een minderheid in Washington die een grootmachtenconflict met China uitsluit. En ook Europa kan zich maar beter schrap zetten. Afgezien van de oplopende spanning tussen de VS en China over Noord-Korea’s kernwapenprogramma, blijft de kern van het probleem het geopolitieke alles-of-nietsspel in de Stille Oceaan.

Zoals dreigingen vanuit zee Amerikaanse strategen sterkten in de overtuiging dat de Verenigde Staten enkel veilig kunnen zijn indien het land de oceanen domineert, zo is ook China tot de conclusie gekomen dat het alleen een volwaardige grootmacht kan zijn als het rivalen uit de Stille Oceaan weert. Anders gezegd: elke Chinese militaire zet in de regio wordt door de VS als een bedreiging beschouwd en omgekeerd.

Hoewel beide partijen hun vreedzame intenties steeds hebben onderstreept, houdt China rekening met een preventieve Amerikaanse aanval en houdt Washington steeds in het achterhoofd dat een oppermachtig China zijn macht ook zou kunnen misbruiken – net zoals Washington dat in het verleden zelf heeft gedaan.

Toen ik mijn eerste presentatie op West Point gaf, was de Chinese economie vijf keer kleiner dan de Amerikaanse en de militaire uitgaven dertien keer kleiner. De Amerikaanse marine was ongenaakbaar in de Zuid-Chinese Zee en de Chinezen waren voor hun wapens bijna volledig afhankelijk van Rusland.

Veel Amerikaanse politici beschouwden China als het land van eindeloze commerciële kansen. Nu is de Chinese economie nog maar twee keer en het defensiebudget drie keer kleiner. Terwijl de VS in de hele wereld aanwezig zijn, zetten de Chinezen hun defensiemiddelen voornamelijk in Oost-Azië in. Destijds spraken Amerikaanse militairen over de „Chinese schrootvloot”, nu zijn ze oprecht bezorgd. Ik heb Amerikaanse generaals gesproken die huiverden bij het bespreken van een oorlogsscenario.

Wat president Xi Jinping tijdens zijn gesprek met president Trump waarschijnlijk zal benadrukken, is de mogelijkheid van een partnerschap tussen gelijken. Hij zal herhalen dat er aan de belangen inzake Taiwan en de perifere zeeën niet te tornen valt, maar dat China bereid is samen te werken inzake Noord-Korea, Afghanistan, IS en andere gezamenlijke uitdagingen. Xi zal ook een aantal voorstellen doen om Amerikaanse bedrijven meer toegang te geven tot de Chinese markt.

De regering-Trump zal zich echter minder snel laten inpakken. China heeft zulke beloftes vaker gedaan. Ze doen niets af aan het fundamentele dilemma: Amerika wil nummer één blijven en China wil het worden. Haviken als Steve Bannon en Peter Navarro zien een confrontatie sowieso als waarschijnlijk. Zelfs een realist als minister van Defensie James Mattis stelt dat als China nu het overwicht krijgt in de Zuid- en Oost-Chinese Zee, het binnen tien jaar het overwicht zal opeisen in de Stille Oceaan.

Beide partijen schuwen de confrontatie niet. De defensiebudgetten gaan omhoog en de militaire aanwezigheid in vooral de Zuid-Chinese Zee wordt opgedreven. Ook op economisch vlak wordt het hard gespeeld. Hoewel niemand in Beijing of Washington zit te wachten op een oorlog, is het wederzijdse wantrouwen enorm en de retoriek scherp. Enkele flinke incidenten kunnen volstaan om escalatie in gang te zetten.

Dat zou ook Europa dwingen om zich te positioneren. Net zoals in Amerika vijftien jaar geleden durven weinig politici en militairen in Europa zo’n scenario serieus te overwegen. En toch zullen ze het moeten doen.

Het komt er vooral op aan om autonoom keuzes te maken en te vermijden dat de rivaliteit in Azië ons nog meer verzwakt in onze (groot)regio: Oost-Europa, de Balkan, het Midden-Oosten en Afrika. Europa moet zich schrap zetten voor een nieuw grootmachtenconflict door zichzelf onmisbaar te maken in zijn eigen invloedssfeer.

Te denken valt bijvoorbeeld aan de kwetsbare vaarroutes tussen de westelijke Indische Oceaan en de Middellandse Zee.

Militair hebben we weinig te zoeken in pakweg de Zuid-Chinese Zee. Geopolitiek wordt het cruciaal om te gaan praten met Rusland. Een confrontatie met een Chinees-Russische coalitie in het hart van Eurazië zou voor Europa een nachtmerrie zijn. Rusland heeft er zelf baat bij om aan een onevenwichtig partnerschap met China te ontsnappen.

De Europese Unie zal moeten leren denken als een grootmacht, als we tenminste de ambities van andere grootmachten niet gelaten over ons heen willen laten trekken.