Recht & Onrecht

Liever een vrouw als verkenner dan als premier - maar waarom?

Zijn er bruikbare biologische verklaringen voor de beslissing een vrouw als informateur aan te wijzen? Daan Scheepers probeert er een, in de Gedragscolumn.

Kamervoorzitter Khadija Arib ontvangt informateur Edith Schippers. Foto: Maarten Hartman

Daags na de verkiezingen was ik op een conferentie. Mijn buitenlandse collega’s waren reuze benieuwd hoe ik de neergang van het populisme had beleefd. Maar al snel kwam het gesprek op een ander thema: hoe kon het dat in Nederland, een land met zo’n sterke egalitaire en feminiene cultuur, nog nooit een vrouw een serieuze kans had gemaakt op het premierschap? In vergelijking met Engeland, Duitsland, en recenter Amerika en Frankrijk, slaan we internationaal een pleefiguur.

Tokenism

Diezelfde dag werd Edith Schippers aangewezen als verkenner. Een fraai staaltje tokenism dat de latent sluimerende onvrede over zo weinig vrouwelijke lijsstrekkers definitief de das om leek te doen. Tokenism, het aanstellen van één lid van een onder-gerepresenteerde groep, is zeer effectief voor het in stand houden van sociale ongelijkheid. Het neemt immers de wapens uit handen om te klagen (“In Nederland kun je als vrouw alles bereiken, zelfs zoiets als minister van verkeer en waterstaat”). Wellicht nog tragischer is dat tokens binnen de onder-gerepresenteerde groep zelf de bereidheid ondermijnen om naar sociale verandering te streven. Bij de minste aanwijzing dat individuele mobiliteit mogelijk is, daalt de bereidheid tot collectieve actie tot bijna het nulpunt.

Plooien glad

Maar er is nog een ander aspect aan dat men eerder geneigd lijkt een vrouw als formateur dan als lijsttrekker aan te wijzen. Onderzoek toont aan dat mannen eerder verkozen worden als leider bij een strijd tussen groepen terwijl vrouwen eerder verkozen worden als leider om conflicten binnen groepen op te lossen. Laat de jongens tijdens de verkiezingsstrijd lekker stoeien in de arena en als ze zijn uitgeraasd en het stof is neergedaald dan wacht Edith Schippers binnen om de plooien glad te strijken. Kopje thee erbij, radijsje.
Dit fenomeen wordt vaak evolutionair verklaard met de male warrior hypothese: Duizenden jaren zijn mannen er vooral met de speer op uitgetrokken om de strijd aan te gaan, terwijl vrouwen het in en om het huis een beetje gezellig te probeerden te houden. Trechterbekertje water er bij, worteltje.
Nu is altijd het probleem met dergelijke verklaringen dat ze met terugwerkende kracht niet meer te toetsen zijn. Tegelijkertijd zijn biologische verklaringen vaak populair om sociale verschillen te rechtvaardigen, zelfs wanneer culturele verklaringen ook plausibel zijn, of zelfs plausibeler. Biologische verklaringen zijn simpel. Mensen houden van simpele verklaringen.

Basale impulsen

Maar als de evolutie ons echter één handig ding heeft opgeleverd dan is dat wel de neo-cortex - en het vermogen om zo nu en dan met rationaliteit basale impulsen te ontstijgen. Reuze handig om bijvoorbeeld iets als democratie mee uit te vinden, of een elektrische auto, of, als er lijsstrekkers worden aangewezen, echt werk te maken van sociale verandering. Niet omdat vrouwelijke leiders zo gezellig en zo geschikt zijn voor het oplossen van de problemen van stoeiende jongens, maar vooral omdat het onderschrijven van het ideaal van gelijkheid verplicht tot het actief werken aan sociale verandering.

Daan Scheepers is universitair hoofddocent bij de sectie Sociale en Organisatiepsychologie aan de Universiteit Leiden. De gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.