Hoge Raad stelt grenzen aan politieonderzoek smartphones

Volgens de Hoge Raad heeft het hof onvoldoende gemotiveerd waarom de smartphone van een verdachte is onderzocht.

Beeld ter illustratie. Foto Stephan van den Bos/ANP

Politieonderzoek naar smartphones van verdachten mag alleen worden uitgevoerd als dit niet verder gaat dan een beperkte inbreuk op de privacy. Dat heeft de Hoge Raad dinsdag geoordeeld in een zaak over een in maart 2014 gearresteerde man die werd verdacht van cocaïnesmokkel via Schiphol. Op zijn smartphone werd na politieonderzoek belastend bewijs gevonden.

Het hof schaarde zich in 2015 in hoger beroep achter de eerdere veroordeling van de rechtbank en achtte bewezen dat de verdachte schuldig is aan het smokkelen van cocaïne. Volgens Gerard Spong, de advocaat van de verdachte, was het onderzoeken van de smartphone van de verdachte echter onrechtmatig. De strafpleiter ging vervolgens in cassatie omdat volgens hem ontoereikend is gemotiveerd dat er een wettelijke grondslag was voor het onderzoeken van de smartphone. Volgens Spong is artikel acht van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat privacy waarborgt, geschonden.

De Hoge Raad stelde Spong dinsdag in het gelijk wat betreft de motivatie en heeft de zaak terugverwezen naar het hof in Amsterdam. Het hof moet oordelen of in deze zaak sprake is van “te vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte” en zo ja: op welke manier. Volgens Spong mag het op de telefoon gevonden bewijs niet worden gebruikt in de zaak, de Hoge Raad stelt dat onrechtmatig onderzoek niet hoeft te betekenen “dat het resultaat van dat onderzoek van het bewijs moet worden uitgesloten”.

Lees ook het achtergrondverhaal: Justitie wil nu terughacken

Privacy

De politie mag volgens de Hoge Raad niet zomaar de contacten, oproepgeschiedenis, berichten en foto’s in een smartphone van een verdachte bekijken. Volgens het arrest mag alleen worden overgegaan tot het gebruik van verregaande onderzoeksmethoden om een volledig beeld van een verdachte te krijgen als hiervoor toestemming is gegeven door een officier van justitie of rechter-commissaris.

De Hoge Raad wijst er in het arrest op dat momenteel een wettelijke regeling ontbreekt op het gebied van het hacken door de politie van onder meer smartphones van verdachten. Een meerderheid van de Tweede Kamer sprak zich vorig jaar uit voor het strenger controleren van dergelijke opsporingsmethoden. Het ministerie van Veiligheid en Justitie liet de Kamer hierop weten te werken aan wetgeving.