Heeft No Surrender nog wel toekomst?

Motorclubs

Gemeenten en justitie pakken motorclubs hard aan. Het ooit zo populaire No Surrender heeft geen officiële clubhuizen meer en kopstukken zitten vast. Of is de club ondergronds gegaan?

Groot aantal clubhuizen van No Surrender gesloten

No Surrender begon in 2013 aan een stormachtige opmars. Maar amper vier jaar later is de motorclub zijn aantrekkingskracht kwijt, zo lijkt het. Vrijwel alle clubhuizen zijn gesloten en een opmerkelijk aantal spijtoptanten heeft zich gemeld bij de politie met verhalen over mishandeling. Een fors aantal leidinggevenden zit vast, onder wie de inmiddels vertrokken oprichter Klaas Otto.

De Brabantse recherchebaas Rienk de Groot stelt tevreden vast dat No Surrender vrijwel helemaal uit Brabant is verdreven. „Leden van No Surrender hebben inmiddels meer last van hun lidmaatschap dan dat ze er voordeel van hebben”, aldus De Groot. „Wij tolereren in Brabant geen normafwijkend gedrag meer dat clubs als No Surrender tentoonspreiden.” De Groot is eindverantwoordelijk voor politieonderzoeken naar zware en georganiseerde misdaad in West-Brabant en Zeeland.

Heeft No Surrender nog wel toekomst? Voorman Henk Kuipers begint keihard te lachen als het hem wordt gevraagd. „Het ledenaantal van No Surrender groeit nog altijd”, zegt Kuipers die sinds het vertrek van Otto het gezicht is van de motorclub. „Als de politie zegt dat het anders zit, liegen ze. Ik krijg iedere week een uitdraai van het ledenbestand, zij niet.” Volgens die uitdraai heeft No Surrender nu iets meer dan vierhonderd leden.

Dat het grootste deel van de clubhuizen dicht is, klopt volgens Kuipers. Maar dat wil niet zeggen dat de afdelingen niet meer bestaan, zoals gemeenten melden aan NRC. „We hebben 25 chapters waar nog altijd wekelijks clubavonden plaatsvinden”, zegt Kuipers. „Wij vinden altijd nieuwe mensen en gelegenheden om een clubavond te organiseren. Dat gemeenten daar niet altijd zicht op hebben kan wel kloppen. We zijn ondergronds gegaan.”

Lees over Klaas Otto: Een god met een motorclub

Kat-en-muisspel

Het verhaal achter de bestuurlijke aanpak van No Surrender lijkt op een kat-en-muisspel. Door de intensieve samenwerking tussen justitie, politie en het lokale bestuur is het voor motorclubs moeilijker geworden bijeenkomsten te organiseren. „Het feit dat er zo op ons gejaagd wordt, is misschien wel de verklaring voor het groeiende aantal leden”, aldus No Surrenderleider Kuipers. „Je kunt een levensstijl niet verbieden.” Al moet hij erkennen dat het leven van een biker er niet leuker op is geworden. „Als bij een sollicitatie blijkt dat je lid bent van No Surrender, ben je bij voorbaat kansloos.”

Een witstenen pand aan de provinciale weg tussen de Brabantse dorpen Zundert en Rijsbergen was vroeger het landelijke hoofdkwartier van No Surrender. Een hoog zwart hek, geblindeerde ramen en het bordje van een beveiligingsbedrijf dat waarschuwt voor cameratoezicht herinneren aan betere tijden. Nu staat het leeg.

Hier in Zundert kwamen tot eind 2014 soms honderden leden uit alle hoeken van het land bij elkaar. Er werden kickboksgevechten en survivaltrainingen gehouden; de club beschikte over een eigen truck en huurde helikopters en jetski’s. Een aantal van die tot de verbeelding sprekende acties is vastgelegd door televisiemakers Johnny de Mol en Guus Meeuwis en liet de club ook zelf filmen om te verspreiden via sociale media.

Door die openheid onderscheidde No Surrender zich van concurrerende clubs zoals de Hells Angels, die zeer gesloten opereert. Het resulteerde erin dat No Surrender binnen twee jaar een van de grootste motorclubs van Nederland werd.

Dat is voorbij. De meeste afdelingen hebben al maanden geen bericht meer op Facebook gezet. Op berichten die nog worden geplaatst, komen aanzienlijk minder reacties. De activiteit op sociale media zegt volgens Henk Kuipers niet alles: in de meest recente promotievideo van No Surrender uit januari zijn honderden leden te zien.

Het clubhuis van motorclub No Surrender in de gemeente Zundert. Foto ANP Ginopres

Alle officiële clubhuizen zijn gesloten

Een rondgang langs gemeenten leert dat dit soort grote bijeenkomsten van No Surrender niet vaak meer voorkomt. Van de 21 afdelingen die de politie in 2014 afbeeldde op een kaart, zijn er volgens gemeenten nog maar een paar over. Alle officiële clubhuizen zijn gesloten, aldus de gemeenten. Dat komt doordat gemeenten justitie helpen in de aanpak van clubs door vergunningen van panden waar de club samenkomt, extra te controleren.

Zo werd het clubhuis in Zundert in december 2014 gesloten omdat er drank werd geschonken zonder horecavergunning. In het Noord-Hollandse Heerhugowaard werd de club geweerd uit een loods omdat hun samenkomsten daar niet pasten in het bestemmingsplan. Hetzelfde geldt voor Tilburg, waar de club na ingrijpen van de gemeente vertrok, of in Zwolle, waar No Surrender uit een bedrijfspand werd gezet. Het Zeeuwse stadje Hulst is de enige plek waar No Surrender nog clubavonden kan houden met medeweten van de lokale overheid. „We hebben afspraken gemaakt over avonden in een horecagelegenheid”, aldus een woordvoerder.

Wat die gemeenten zeggen, klopt volgens No Surrender niet. Kuipers zegt dat er juist méér afdelingen bij zijn gekomen. De club zou inmiddels in 25 gemeenten afdelingen hebben. Dit aantal komt dichter in de buurt bij het beeld dat de politie heeft dan gegevens die door gemeenten zijn verstrekt, zegt politiecommissaris Pim Miltenburg, verantwoordelijk voor de landelijke aanpak van motorclubs.

„No Surrender heeft steeds minder clubhuizen. Maar dat wil nog niet zeggen dat ze niet actief zijn”, zegt Henk Jan Meijer, burgemeester van Zwolle en voorzitter van het landelijk burgemeestersoverleg over de aanpak van motorclubs. Een aantal chapters van No Surrender is opgeheven, stelt Meijer. „De chapters die nog wel bestaan zijn onzichtbaarder geworden. Ze komen nu bij elkaar in horeca of woonhuizen om te vergaderen. In twee gevallen zijn ze naar het buitenland uitgeweken.” Maar ook daar worden ze aangepakt. De Belgische politie arresteerde enkele weken geleden een aantal leden van het chapter in grensplaats Poppel. Het is een overblijfsel van No Surrender Tilburg

Tekst gaat verder onder de grafiek

Rechtszaken

Naast de bestuurlijke aandacht voor No Surrender heeft de club ook last van een fors aantal strafrechtelijke onderzoeken naar leden. NRC inventariseerde alle 36 regionale en landelijke bestuurders die No Surrender had. Van hen is inmiddels eenderde opgestapt, gevangengenomen of verdachte in een strafzaak.

De voornaamste voorman die vastzit is oprichter Klaas Otto, al is hij sinds het voorjaar van 2016 niet meer aan de club verbonden. Samen met zijn rechterhand Janus de V., leidinggevende in Zundert, wordt hij verdacht van witwassen, afpersing en het beïnvloeden van getuigen.

    Verder zit Tilburger Corin Denis – hij maakt geen bezwaar tegen het gebruik van zijn volledige naam – al bijna een jaar vast op verdenking van betrokkenheid bij handel in synthetische drugs. Tjeu N., een andere vooraanstaande captain, hoorde onlangs tien jaar cel tegen zich eisen voor betrokkenheid bij de smokkel van duizend kilo cocaïne uit Suriname.

    Vier andere leden van No Surrender, waaronder twee nomads en een captain, worden verdacht van zware mishandeling van Clement H., een teruggetreden lid. Hij werd na een conflict ontvoerd naar een bos en daar in elkaar geslagen. Clement is niet de enige die dat is overkomen. Eind vorig jaar is een No Surrender-lid uit Eelde dat uit de club was gezet, ernstig bedreigd en mishandeld door drie andere leden van de club.

    Het geweld tussen leden van No Surrender is volgens recherchebaas Rienk de Groot een indirect gevolg van de aanpak van de motorclub. „Vanwege bemoeienis van de overheid lopen leden van No Surrender weg bij de motorclub. Maar sommige leden zitten gevangen bij die club, zij willen weg maar kunnen niet.”

    Allemaal onzin, zegt Kuipers. „Iedereen die weg wil, kan weg.” Een veroordeling voor drugshandel is voor Kuipers geen reden om iemand uit de club te zetten. Ook niet als een clublid „met een goede reden”  iemand doodschiet. Kuipers: „Wat leden van de club doen als ze hun hesje niet aanhebben, moeten zij zelf weten. En als ze iets doen dat niet mag met een hesje aan, spreek ik ze vermanend toe.”