Dader hoorde mogelijk bij netwerk van Syriëgangers

Aanslag Sint-Petersburg

Het bloedbad in de metro heeft de aandacht afgeleid van sluimerend protest tegen de regering van Poetin.

Een vrouw legt dinsdag bloemen in het metrostation Technologitsjeski Institoet in Sint-Petersburg, dat maandag werd getroffen door een bomaanslag. Foto Olga Maltseva/AFP

Een etmaal na de bomaanslag op de metro in Sint-Petersburg leek het er op of de Russische autoriteiten de dader hadden geïdentificeerd.

Maandag ontplofte een bom in een metrostel dat onderweg was naar halte Technologitsjeski Institoet, in het centrum van Sint-Petersburg. Op de plek van de detonatie, in de derde wagon, werden lichaamsdelen gevonden van Akbarzjon Dzjalilov, een 22-jarige Rus van Kirgizische afkomst. Zijn DNA zat ook op de rugzak met een (niet ontploft) explosief, die onder een bankje lag op het metrostation Plosjtsjad Vosstania.

Waarschijnlijk heeft Dzjalilov zijn eerste bom daar achtergelaten om zich vervolgens in een metrostel op te blazen. Daarbij vielen veertien dodelijke slachtoffers en vijftig gewonden.

Dzjalilov hoorde misschien bij een netwerk van Syriëgangers dat werd aangestuurd door Islamitische Staat. De Russische krant Kommersant meldde dinsdag op basis van een anonieme bron dat de geheime dienst FSB op de hoogte was van een mogelijke aanslag in Sint-Petersburg. De informatie was afkomstig van een teruggekeerde jihadstrijder. De FSB luisterde telefoons af van het netwerk, maar omdat de terroristen anonieme simkaarten gebruikten, liep het onderzoek vast, aldus Kommersant.

Dat klinkt aannemelijk. Met duizenden Syriëgangers is Rusland hofleverancier van IS. Volgens mensenrechtenorganisaties hebben de geheime diensten de uitreis van geradicaliseerde jongeren jarenlang gestimuleerd. Maar niet alle Syriëgangers sneuvelen. En sinds de Russische interventie in Syrië (2015) staat Moskou bovenaan de dodenlijst van elke zichzelf respecterende moslimterrorist.

Lees ook deze reportage: ‘Hij wankelde bebloed de metro uit’

Wraak voor Aleppo

Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov noemde het afgelopen dinsdag „cynisch” om de aanslag in Sint-Petersburg te beschouwen als een gevolg van de Russische politiek. Lavrov was kennelijk vergeten dat in december zijn eigen ambassadeur in Ankara voor het oog van de camera’s werd geëxecuteerd door een Turkse politieman – als wraak voor Aleppo.

Maar tot nu toe is de aanslag nog niet opgeëist. In de Russische media circuleerden verschillende ‘versies’ – van jihadisten uit de Kaukasus tot aan de Oekraïense geheime dienst SBOe.

Maandagavond verscheen Vladimir Poetin bij de gedenkplek bij station Technologitsjeski Institoet: zwart pak, bos rode anjers in de hand. De Russische president – geboren en getogen in de stad aan de Neva – was toevallig in Sint-Petersburg voor besprekingen met de Wit-Russische president Loekasjenko. Hij heeft geleerd van fouten uit het verleden, zoals na het ongeluk met de onderzeeboot Koersk in het jaar 2000: bij rampen moet je zichtbaar zijn.

De aanslag op de Petersburgse metro komt op een gevoelig moment. Al twee weken lang praat het land over sluimerend protest tegen de regering. De oproep van oppositieleider Aleksej Navalny om te demonstreren tegen corruptie bracht door heel Rusland tienduizenden mensen op de been. De laatste keer dat er zo veel Russen de straat op gingen, was rond de betogingen tegen Poetins herverkiezing in 2012.

Volgend jaar staan er weer presidentsverkiezingen voor de deur en het Kremlin kan onrust dus missen als kiespijn.

Mikpunt van kritiek

De aanslag op de metro in Sint-Petersburg heeft de aandacht afgeleid. De Russische staatsmedia – die hun uiterste best hadden gedaan om het straatprotest te negeren – trokken alle registers open. Een oude propagandawijsheid leert dat het volk zich verzamelt rond de leider in tijden van crisis. Maar als er nieuwe aanslagen komen, dan kan diezelfde leider een mikpunt worden van kritiek.

Poetins ‘sterke hand’ heeft niet voorkomen dat gewone Russen slachtoffer worden van terreur – integendeel. En in een land dat denkt in samenzweringen zullen vele Russen hun bedenkingen hebben bij de timing: een dodelijke aanslag op het moment dat het regime onder druk komt. Of, zoals hier vaak wordt gezegd: wie heeft hier belang bij?