Commentaar

Curaçao is niet zo zelfstandig om bij de kabinetsformatie te vergeten

Als de Rijksministerraad besluit het kabinet van Curaçao opzij te zetten en de gouverneur van het eiland te belasten met het organiseren van verkiezingen is er iets grondig mis. En dat is het dan ook op Curaçao, met zijn ruim 150.000 inwoners het grootse gebiedsdeel van het Koninkrijk buiten Nederland.

Nadat het kabinet van premier Hensley Koeiman op 12 februari zijn ontslag had aangeboden omdat het niet langer op een meerderheid in de Staten kon rekenen, werd besloten tot het houden van vervroegde verkiezingen op 28 april. Maar het interim-kabinet Pisas dat op 24 maart het bestuur overnam besloot direct na zijn aantreden de verkiezingen uit te stellen. Het was de zoveelste episode in de bestuurschaos die Curaçao al jaren teistert.

Afgelopen vrijdag besloot de Rijksministerraad met een algemene maatregel van rijksbestuur alle bevoegdheden die nodig zijn voor het organiseren van verkiezingen weg te halen bij de minister van bestuur en in handen te leggen van gouverneur Lucille George-Wout. „Het handelen van het interim-kabinet heeft ernstig afbreuk gedaan aan de integriteit van het verkiezingsproces”, schreef demissionair minister Ronald Plasterk (Koninkrijksaangelegenheden, PvdA) aan de Tweede Kamer ter verdediging van deze ongebruikelijke maatregel. Sinds de inwerkingtreding van het Koninkrijksstatuut in 1954 werd dit instrument slechts twee keer eerder toegepast.

Met politieke meningsverschillen heeft de bestuurscrisis op Curaçao weinig te maken. Met totaal verziekte onderlinge verhoudingen inclusief een duistere moordzaak en omkopingspraktijken des te meer. Even leek het erop dat met de komst van het kabinet-Koeiman, eind vorig jaar, stabiliteit in het eilandbestuur zou zijn gegarandeerd. Dat was althans de hoop van minister Plasterk toen. Het bleek ijdele hoop.

De postkoloniale verhoudingen zijn terecht zo gegroeid dat Nederland bestuurlijk gesproken slechts een bescheiden rol kan spelen op Curaçao. In die zin is de ingreep waartoe de rijksministerraad heeft besloten en welke inmiddels van een positief advies is voorzien door de Raad van State een ultimum remedium. Verkiezingen zijn, om de woorden van minister Plasterk te gebruiken, in principe „een landsaangelegenheid”. Maar als het functioneren van de democratische rechtsstaat in het geding is mag worden ingegrepen. En dat was hier aan de orde.

Ver weg van Willemstad wordt ondertussen in Den Haag een nieuw kabinet geformeerd. In het regeerakkoord is serieuze aandacht om de chaos overzee aan te pakken nu nodig.