Basisschool mocht gehandicapte jongen van school sturen

Foto: ANP / John Gundlach

Een Utrechtse basisschool had het recht om een jongen met het syndroom van Down van school te sturen. Dat oordeelt het College voor de Rechten van de Mens dinsdag. De ouders van de 13-jarige thuiszitter Kubo waren naar het College gestapt omdat ze vonden dat de school discrimineerde.

Kubo zat jaren op de Prof. Kohnstammschool. De jongen moest onder meer van school omdat zijn gedrag veranderde. Hij zou beter op zijn plek zijn in het speciaal onderwijs. De ouders vonden dat hij zich juist beter in het reguliere onderwijs zou kunnen ontwikkelen.

Het College vindt dat de school voldoende aanpassingen heeft gedaan en zich geoorloofd handelingsverlegen heeft verklaard toen die niet afdoende hielpen. Daarom is er geen sprake van discriminatie.

Het College heeft de klachten niet beoordeeld op grond van het in 2016 door Nederland geratificeerde VN-Gehandicaptenverdrag, ondanks het verzoek daartoe van de ouders. Dat is omdat dit verdrag nog niet was geratificeerd op het moment dat de jongen van de reguliere school werd verwijderd, in oktober 2015. Ook vindt het College dat „de inspanningsverplichting tot het bieden van inclusief onderwijs” die uit het verdrag voortvloeit „niet bij individuele onderwijsinstellingen als de school kan worden neergelegd”.

„Het verdrag legt de staat de verplichting op om te komen tot een wettelijk kader voor inclusief onderwijs”, zegt een woordvoerder van het College. „Zolang dat niet is gebeurd, toetsen wij dit soort zaken aan de Wet Gelijke Behandeling op grond van Handicap of Chronische Ziekte.”