Eerste ‘Brexit’ duurde 200.000 jaar

Geologie

Groot-Brittannië maakte zich al eens eerder los van Europa, in aardrijkskundig opzicht. Die Brexit-1 begon 450.000 jaar geleden.

Tekening Imperial College London/Chase Stone

Groot-Brittannië raakte in twee fasen geïsoleerd van het Europese vasteland, over een periode van honderdduizenden jaren. Twee keer speelden overstromingen van enorme gletsjermeren een cruciale rol. Daardoor werd een toen bestaande kalkstenen heuvelrug tussen Dover en Calais doorbroken, en ontstond de Straat van Dover.

Dat schrijft een groep Britse, Belgische en Franse onderzoekers dinsdag in het tijdschrift Nature Communications. Eerste auteur van het onderzoek is Sanjeev Gupta, hoogleraar aardwetenschappen aan Imperial College in Londen. In een persbericht heeft hij het, met veel gevoel voor de actualiteit, over Brexit-1. „De Brexit waar niemand voor heeft gestemd.”

Maar Freek Busschers, geoloog bij TNO, twijfelt over de interpretatie van de bevindingen. Hij is gespecialiseerd in de ontwikkeling van de Rijn, en het zuidelijk Noordzeebekken in de afgelopen 2,6 miljoen jaar (het Kwartair). „Het is mooi onderzoek, maar de interpretatie van de data laat ook ruimte voor andere scenario’s”, zegt hij. Er woedt al decennia een wetenschappelijk dispuut over de opening van de Straat van Dover – door de Fransen het Nauw van Calais genaamd.

Vast staat dat Straat of Nauw er ten tijde van de Alpenvorming, tientallen miljoenen jaren geleden, nog niet waren. Ook het gebied rond de Noordzee was toen onderhevig was aan tektonische krachten. Er ontstond een geplooide, verhoogde structuur die liep vanuit het oosten van Engeland tot in het noorden van Frankrijk. Daarbij kwam kalksteen aan het oppervlak. De krijtrotsen bij Dover en Cap Blanc Nez zijn er de hedendaagse getuigen van. Maar destijds scheidde dat krijtlandschap de Noordzee van de Atlantische Oceaan.

Die situatie begon aan het eind van de Elsterien-ijstijd (470.000-420.000 jaar geleden) te veranderen. De krijtrug werd tientallen meters afgeslepen. Maar hoe kon dat? IJskappen reikten toen vanuit het noorden tot in Noord-Nederland, de zeespiegel lag meer dan 100 meter lager dan nu en de Noordzee lag droog.

De auteurs van het nu gepubliceerde artikel hebben als theorie dat er een enorm zoetwatermeer ten zuiden van de ijskap was ontstaan. Gevoed door smeltwater en de afvoer van rivieren zoals de Rijn. Het water kon nergens naartoe: in het noorden werd het begrensd door de ijskappen, in het zuiden door de kalkstenen rug. Op een gegeven moment raakte het meer zo vol dat het water over de krijtrug begon te stromen, daarbij de kalksteen eroderend. Het idee is dat zich op sommige plaatsen watervallen vormden. Het naar beneden stortende water sloeg diepe, gladde gaten in de bodem. Dat er gaten in dat gebied liggen, was al bekend, maar er was nooit een duidelijke verklaring voor. Die is er nu dus wel. Door verbeterde bodemmetingen hebben ze er een veel helderder beeld van gekregen. De gaten blijken wel 80 tot 90 meter diep. „Die metingen zijn echt prachtig”, zegt Busschers.

Die gaten liggen nu in de diep uitgesleten erosiegeul in de Straat van Dover. Bovenstrooms van de diepe gaten troffen de onderzoekers gladgepolijste stenen eilanden aan. Benedenstrooms ervan troffen ze diepe inkepingen in de bodem, honderden meters breed en enkele kilometers lang.

Smeltwatermeer

Volgens de onderzoekers wijzen deze structuren op een tweede gebeurtenis, die ze in de Salien-ijstijd (170.000-130.000 jaar geleden) plaatsen. Er was toen weer een groot smeltwatermeer ontstaan, dat via watervallen overstroomde. De schurende werking van het water sleep stenen glad. In deze periode brak de krijtrug door. Gigantische vloeden volgden. Die zouden die diepe inkepingen in de bodem hebben gemaakt.

Zeebodemdiepte in de tegenwoordige Straat van Dover. Er ligt een diepe vallei die is uitegsleten toten de zeespiegel veel lager was dan nu. De heuvelrug van kalksteen in Groot-Brittannië en Frankrijk is doorsneden. De diepste gedeelten zouden de bassins zijn waarin het water van watervallen naar beneden stortte. Imperial College London/Sanjeev Gupta and Jenny Collier

Volgens Busschers klopt het dat de diepe gaten en de inkepingen alleen gevormd kunnen zijn door enorme waterafvoeren. „Maar de vraag is in welke context je die plaatst.” Hij denkt eerder aan een mega-rivier, die zich ten zuiden van de ijskappen vormde. Een enorme hoeveelheid smeltwater en afvoer van andere rivieren verzamelde zich daar, en perste zich door de straat van Dover. Maar Busschers heeft bezwaren tegen die theorie van de grote ijstijdmeren.

Diepe gaten, zoals nu gevonden bij de krijtrug, zijn de laatste jaren op meer plekken in de Noordzee aangetroffen. Daar waren geen watervallen die zich van krijtruggen stortten. Busschers denkt dat de diepe gaten eerder het gevolg zijn van sterke waterwervelingen in een grote riviergeul. „Je ziet dit vaker bij overgangen van een harde naar een zachte ondergrond. Daar krijg je sterke, diepe erosie.”

Ook betwijfelt Busschers of het ijstijdmeer wel gigantisch groot was. In een meer ontstaan afzettingen van zand en klei. Maar ondanks de vele duizenden boringen die de Geologische Dienst heeft uitgevoerd, zijn er in Zuid-Nederland nergens aanwijzingen voor. „Alleen in Noord-Nederland en het westen van Norfolk”, zegt Busschers. Hij ontkent niet dat er ijstijdmeren waren, maar veel kleiner dan nu voorgesteld.

In hun artikel sluiten de onderzoekers op hun beurt ook niet uit dat rivierprocessen een rol hebben gespeeld bij het openen van de straat van Dover. Van een definitieve aardrijkskundige Brexit van Brittannië is trouwens geen sprake. Mocht er ooit een nieuwe ijstijd komen, dan zal de zeespiegel zakken, en is de landverbinding hersteld.