Aantal zittenblijvers stijgt voor het eerst in vier jaar

Het ministerie van Onderwijs schrijft de stijging toe aan steeds hogere ambities van leerlingen, maar wil wel meer onderzoek.

Leerlingen tijdens hun eindexamen. Foto Martijn Beekman/ANP

Het aantal leerlingen dat is blijven zitten is vorig jaar voor het eerst in vier jaar gestegen. Dat bevestigt een woordvoerder van Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) na berichtgeving in het Algemeen Dagblad. De krant baseert zich op cijfers van DUO. Na het schooljaar 2015/2016 bleef 5,7 procent van de leerlingen op de middelbare school zitten, na 2014/2015 was dat 5,4 procent. Sinds 2011/2012 (6,5 procent) daalde dat aandeel jaarlijks.

In totaal moesten in 2016 54.720 leerlingen het jaar overdoen. De stijging komt in aantallen neer op ongeveer 3.000 leerlingen. Vooral in havo 4 en vwo 6 bleven veel leerlingen zitten; respectievelijk 13,8 en 7,5 procent, een stijging bij beide groepen van een procent ten opzichte van het jaar ervoor. In het schooljaar 2015/2016 zaten ruim 960.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs.

Hoge ambities

Het ministerie van Onderwijs schrijft de stijging toe aan de steeds hogere ambities van leerlingen, laat een woordvoerder weten:

“Leerlingen met een vmbo/havo-advies kiezen bijvoorbeeld steeds vaker voor havo. Als dat vervolgens lastig blijkt, blijven ze liever zitten dan dat ze een opleidingsniveau lager gaan volgen.”

De verklaring is niet bewezen. Het ministerie gaat die dan ook verder onderzoeken met de koepelorganisatie VO-raad en CNV Onderwijs.

Lente- en zomerscholen

Staatssecretaris Sander Dekker heeft met VO-raad de ambitie om het aandeel zittenblijvers terug te brengen tot 3,8 procent in 2020. Of de stijging van afgelopen jaar gevolgen heeft voor die doelstelling, kan het ministerie niet zeggen.

Dekker noemde doubleren in 2015 “ouderwets”. Het Centraal Planbureau (CPB) berekende toen dat zittenblijven 500 miljoen euro per jaar kost, 6.500 euro per kind. Daarnaast kunnen er ook “emotionele gevolgen” zijn zoals kinderen die gedemotiveerd raken of vroegtijdig school verlaten. Conclusie: zittenblijven is duur en ineffectief.

Om het aantal zittenblijvers terug te dringen investeerde het ministerie afgelopen jaren in lente- en zomerscholen. In 2016 zetten 488 vestigingen van middelbare scholen zo’n programma op voor meer dan 11.500 leerlingen. Volgens de VO-raad ging 76 procent van de deelnemende leerlingen aan een lenteschool en 87 procent van de deelnemende leerlingen aan een zomerschool in 2016 over. “Zonder lente- en zomerscholen had het aantal zittenblijvers zo’n 9.200 leerlingen hoger gelegen”, concludeert het ministerie van Onderwijs.