14 vragen over de Franse presidentsverkiezingen

Waarom zijn de Franse verkiezingen zo belangrijk? Wat zijn de belangrijkste thema’s? En kan Marine Le Pen wel president worden? 14 vragen over de Franse verkiezingen.

Een overzicht van de elf Franse presidentskandidaten. Van boven naar beneden, van links naar rechts: Nathalie Arthaud, Francois Asselineau, Jacques Cheminade, Nicolas Dupont-Aignan, Francois Fillon, Benoit Hamon, Jean Lassalle, Marine Le Pen, Emmanuel Macron, Jean-Luc Melenchon en Philippe Poutou. Beeld: EPA
  1. Waarvoor stemmen de Fransen?

    Op 23 april gaan de Fransen naar de stembus voor de eerste ronde van de presidentsverkiezingen. Als niemand meteen een absolute meerderheid haalt, dan gaan de twee kandidaten met de meeste stemmen door naar de beslissende tweede ronde op 7 mei. Wie die dag wint, volgt president François Hollande op en wordt de achtste president van de in 1958 begonnen ‘Vijfde Republiek’.

  2. Waarom zijn de Franse verkiezingen zo belangrijk?

    Met vier kandidaten die volgens de laatste peilingen kans maken om de beslissende tweede stemronde te halen, zijn de Franse presidentsverkiezingen de spannendste sinds mensenheugenis. Het zijn voor Europa dit jaar ook de belangrijkste verkiezingen. Hoe Frankrijk stemt, is bepalend voor de toekomst van de Europese Unie.

    Twee van die vier kansrijke kandidaten staan ronduit vijandig tegenover de huidige Europese samenwerking. Voor Marine Le Pen van het nationaal-populistische Front National, zijn de verkiezingen een „referendum voor of tegen Frankrijk”. Als de Fransen haar president maken, dan wil ze binnen zes maanden een referendum over de vraag of Frankrijk lid moet blijven van de EU. Ze gaat direct met andere lidstaten in onderhandeling over „teruggave van soevereiniteit” en de uitkomst moet bepalen of ze campagne voert voor ‘Frexit’ of niet. De in de peilingen opstomende uiterst linkse kandidaat Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) wil een „onafhankelijk Frankrijk” en een eind maken aan wat hij het „Duitse Europa” noemt. De begrotingsregels voor de eurozone moeten ingrijpend worden herzien, vindt hij.

    Nu een tweede kiesronde tussen deze twee antisysteemkandidaten niet meer is uitgesloten, neemt de nervositeit op de financiële markten toe. Vertrek van Frankrijk, de tweede economie van de eurozone, is het begin van het eind van de euro en van de EU zoals we die kennen.

    Maar ook als Le Pen of Mélenchon het niet halen, kunnen deze verkiezingen ingrijpende gevolgen hebben. De sociaal-liberaal Emmanuel Macron (En Marche!) is de facto de enige die belooft de begrotingsafspraken van de eurozone te respecteren. Maar met de politieke versplintering die zich aftekent en de gevestigde politieke partijen in de touwen heeft hij weinig manoeuvreerruimte om de volgens hem voor Frankrijk en daarmee voor de eurozone noodzakelijke economische hervormingen door te voeren.

    Van de totaal elf kandidaten zijn er tien die al langer kritiek hebben op de richting waarin Europa gaat. Zij stemden in 1992 „nee” bij het referendum over het Verdrag van Maastricht (over onder andere instelling van een gezamenlijke munt) of in 2005 bij het referendum over de Europese ‘grondwet’.

    Kijken: de Franse verkiezingen zijn misschien wel de belangrijkste van dit jaar

    Maar ook als Le Pen geen president wordt, is het belangrijk de Franse verkiezingen in de gaten te houden. Van de grote kandidaten is Emmanuel Macron (En Marche!) de enige die belooft het Franse overheidstekort onder de in de eurozone afgesproken 3 procent te houden. Van de totaal elf kandidaten zijn er tien die al langer kritiek hebben op de richting waarin Europa gaat. Zij stemden in 1992 „nee” bij het referendum over het Verdrag van Maastricht (over onder andere instelling van een gezamenlijke munt) of in 2005 bij het referendum over de Europese ‘grondwet’. Met de twee traditionele machtsblokken (de socialisten en centrum-rechts) in de touwen, lijkt zich sowieso een nieuwe tweedeling af te tekenen: het FN dat in brede zin de oude Franse landsgrenzen wil herstellen tegenover Macrons En Marche! dat een open, geglobaliseerde samenleving voorstaat.

    Lees ook het interview met Marine Le Pen waarin ze zegt dat ze opstapt als Fransen geen ‘Frexit’ willen
  3. Wie zijn de kandidaten?

    De belangrijkste vijf kandidaten zijn (in alfabetische volgorde):

    François Fillon (Les Républicains)

    Conservatieve oud-premier die in opspraak raakte omdat hij als parlementslid zijn vrouw in dienst had. Wil de overheidsuitgaven met 100 miljard terugbrengen, 500.000 ambtenarenbanen schrappen en de pensioenleeftijd verhogen tot 65 jaar.

    Benoît Hamon (Parti Socialiste)

    Oud-minister van president Hollande die met de PS een ruk naar links maakte en ondermeer pleit voor een universeel basisinkomen en institutionele hervormingen, zoals evenredige vertegenwoordiging.

    Marine Le Pen (Front National)

    Wil behalve een Frexit, ook vertrek uit de NAVO en een einde aan handelsverdragen om via protectionisme de Franse industrie te beschermen. Ze wil een „moratorium” op immigratie.

    Emmanuel Macron (En Marche!)

    Sociaal-liberale oud-minister van Hollande, de meest pro-Europese kandidaat. Hij wil de Franse economie ingrijpend hervormen om de kloof met Duitsland te verkleinen. Pleit onder andere voor het gelijktrekken van pensioenen publiek en privé.

    Lees ook het profiel van Emmanuel Macron: En Marche!: de verrassende opmars van de liberaal Macron

    Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise)

    Uiterst linkse kandidaat die belooft 100 miljard euro te investeren om de economie te stimuleren. Hij wil privatisering van onder andere nutsbedrijven terugdraaien en de pensioenleeftijd verlagen tot 60 jaar en uiteindelijk tot een 32-urige werkweek komen.

    Oud-premier Francois Fillon met zijn vrouw Penelope, die op de loonlijst stond van haar man.

  4. Wie zijn de ‘kleine kandidaten’?

    Daarnaast zijn er nog zes (tegen hun zin) zogenoemde petits candidats, kleine kandidaten die in de peilingen vooralsnog niet ver komen. Dat zijn Nathalie Arthaud (Lutte Ouvrière), François Asselineau (Union Populaire Républicaine), Jacques Cheminade (Solidarité & Progrès), Nicolas Dupont-Aignan (Debout la France), Jean Lasalle (partijloos) en Philippe Poutou (Nouveau Parti Anticapitaliste). Alleen de souverainiste Dupont-Aignan zou volgens peilingen 3 à 4 procent van de stemmen kunnen halen. Hij wordt gezien als ‘Le Pen light’ en pleit ook voor vertrek uit de euro. Hij is een mogelijke kandidaat voor het premierschap, mocht Le Pen president worden.

  5. Wat zijn de belangrijkste thema’s?

    Geen onderwerp is deze verkiezingscampagne belangrijker dan de economie: ‘koopkracht’, ‘rondkomen aan het eind van de maand’ en ‘werkloosheid’ zijn volgens een recente peiling van Ifop de belangrijkste thema’s. Daarna komen ‘terrorisme’, ‘immigratie’ en ‘veiligheid’.

    Dat zijn over het algemeen ook de onderwerpen die in de campagnes van de verschillende kandidaten en tijdens de debatten het meest aan de orde komen. Terwijl voor Macron, Mélenchon en Hamon ‘werk’ in veel toespraken vaak centraal staat, zijn Le Pen en Fillon de enige twee kandidaten die ook structureel over immigratie en ‘behoud van de Franse cultuur’ spreken. Onder druk van tegenvallende peilingen maakte Le Pen in de laatste campagneweek voor de eerste ronde van immigratie en de link met terrorisme alsnog een centraal thema. Als zij president was geweest en de grenzen had gesloten, zei ze, dan had de terreuraanval in de Bataclan in 2015 niet plaats kunnen hebben.

    Vooral voor Le Pen en Mélenchon zijn de EU, de euro en het economisch liberale beleid de oorzaken van de economische misère waarin Frankrijk volgens hen verkeert. Beiden hebben veel kritiek op de ‘de Duitse dominantie’ in de EU. Maar weinig Fransen willen terug naar de franc, zoals Le Pen voorstelt: 28 procent, peilde Ifop.

  6. Hoe verlopen de campagnes?

    De kandidaten die daar het geld voor hebben, reizen stad en land af voor werkbezoeken (relatief vaak naar fabrieken of boerderijen) en voor wat ze in goed Frans meetings noemen. Dat zijn in de eerste plaats ‘oppepbijeenkomsten’ die de vaste achterban moeten motiveren op lokaal niveau door te gaan met de campagne. Maar vooral bij meetings van Macron en Le Pen zijn ook veel nieuwsgierige mensen die de in de peilingen zo succesvolle kandidaten eens in het echt willen zien en horen.

    Daarnaast hebben veel kandidaten boeken gepubliceerd waarin ze hun ideeën uiteen zetten. Met de opbrengsten proberen ze bovendien de campagnekas te spekken. Het boek van Macron heet Révolution, dat van Hamon Pour La génération qui vient, Fillon publiceerde als presidentskandidaat de werken Faire en Vaincre le totalitarisme islamique en Mélenchon kwam met De la vertu en L’Ere du peuple. Marine Le Pen publiceerde in 2006 haar autobiografie À contre flots en bij de verkiezingen in 2012 Pour que vive la France.

    Voor het eerst kwamen de presidentskandidaten in 2017 tegen elkaar uit in tv-debatten. Tot nu toe was er alleen een debat tussen de twee kandidaten voor de beslissende, tweede ronde (hoewel in 2002 Jacques Chirac weigerde met Jean-Marie Le Pen te debatteren), nu stonden de vijf belangrijkste kandidaten op 20 maart al tegenover elkaar op tv-zender TF1. Op 4 april troffen alle elf kandidaten elkaar op de nieuwszenders BFMTV en CNews. Een laatste debat dat voor 20 april gepland stond is afgeblazen omdat enkele kandidaten dat te dicht op de eerste stemronde vonden. Voorafgaand aan de tweede kiesronde debatteren de twee overgebleven kandidaten op 3 mei op de tv-zenders TF1 en France 2.

    Alle kandidaten hebben ook campagnefilmpjes gemaakt. Die worden dagelijks achter elkaar uitgezonden op de publieke televisie. Het is in die filmpjes niet toegestaan nationale symbolen als de Franse vlag of het volkslied, de Marseillaise, te gebruiken. Kandidaten mogen in Frankrijk geen commerciële advertentietijd kopen. Ook billboards zijn niet toegestaan. De beweging van Macron, En Marche!, heeft enkele duizenden vrijwilligers die op gerichte plekken langs de deuren gaan om kiezers te overtuigen voor hun kandidaat te stemmen („porte-à-porte”). Dat is in 2012 bij Hollande en natuurlijk in de Verenigde Staten bij Obama een zeer effectieve methode gebleken, maar het kost veel tijd om een netwerk van vrijwilligers op te bouwen en de meeste kandidaten (die pas enkele maanden geleden via een voorverkiezing zijn verkozen) hadden die tijd niet. Zij vertrouwen op het uitdelen van folders op markten en bij metro- en treinstations.

    Marine Le Pen, presidentskandidaat voor het nationaal-populistische Front National, voorafgaand aan een tv-debat op 20 maart, georganiseerd door de zender TF1. Foto Patrick Kovarik/REUTERS

  7. Hoe werkt de financiering van de campagnes?

    Presidentskandidaten mogen in Frankrijk niet onbeperkt geld uitgeven. Bij wet is vastgelegd dat kandidaten tot en met de eerste ronde van de verkiezingen maximaal bijna 16,9 miljoen euro mogen spenderen. Wie de tweede ronde haalt, mag in totaal zo’n 22,5 miljoen euro aan de campagne besteden. Daar wordt streng op toegezien, zoals onder anderen Nicolas Sarkozy in 2012 heeft gemerkt. Ook het FN ligt onder vuur omdat het de grenzen van het systeem heeft opgezocht.

    Een deel van de uitgaven wordt uiteindelijk vergoed door de staat. Kandidaten die minder dan 5 procent van de stemmen halen in de eerste ronde, krijgen 4,75 procent van het plafond na de verkiezingen terug – maximaal 800.423 euro dus. Wie ten minste 5 procent haalt, krijgt 47,5 procent terug. De twee kandidaten die de tweede ronde halen kunnen 47,5 procent van het plafond van ruim 22,5 miljoen euro terugvorderen.

    De resterende inkomsten halen kandidaten binnen met donaties van privé-personen. Per persoon mag maximaal 4.600 euro bijgedragen worden. Kandidaten zijn niet verplicht openbaar te maken wie wat gegeven heeft, zoals bijvoorbeeld in de Verenigde Staten. Volgens de socialistische kandidaat Benoît Hamon is daardoor de kans groot dat lobby’s invloed hebben op de kandidaten. Hij richtte zijn pijlen daarbij vooral op Emmanuel Macron, die sinds zijn kandidatuur miljoenen zou hebben opgehaald, onder andere in de Londense City. Macron zei half maart 32.000 donateurs te hebben die gemiddeld 50 euro bijdroegen.

  8. Hoeveel macht heeft de Franse president?

    Veel, in sommige opzichten zelfs meer dan de Amerikaanse. Hij of zij zet het beleid uit en vertegenwoordigt Frankrijk in het buitenland, maar hoeft zich tijdens zijn termijn van vijf jaar nooit te verantwoorden in het parlement: daarvoor benoemt de Franse president een premier en ministers. Hij kan het parlement op elk moment ontbinden en, in samenspraak met de regering, de volksvertegenwoordiging omzeilen om bepaalde gevoelige wetsartikelen door te voeren. Hij kan het Franse leger zonder overleg met het parlement inzetten voor buitenlandse of binnenlandse missies.

    Frankrijk is cultureel erg hiërarchisch en de overheid is centralistisch (‘Jacobijns’) georganiseerd. Mede daarom wordt het land vaak een ‘monarchale republiek’ genoemd, met de almachtige president in het middelpunt van de macht. Hoe impopulair een president ook mag zijn, hij symboliseert de republiek en dwingt door zijn functie respect af. Dat bleek bijvoorbeeld rond de terroristische aanslagen in Frankrijk in 2015, toen Hollande opeens een beetje opkrabbelde in de populariteitspeilingen. De linkse kandidaten Hamon en Mélenchon willen een grondwetswijziging om tot een ‘Zesde Republiek’ te komen, waarin de macht van de president is ingeperkt en het parlement tanden krijgt.

  9. Kan Le Pen president worden?

    Ja. Maar het is niet heel waarschijnlijk. Dat heeft te maken met het Franse systeem van twee kiesrondes en met de geschiedenis van haar partij.

    Volgens vrijwel alle peilingen kan Le Pen op 23 april genoeg stemmen krijgen voor een plek in de beslissende stemronde twee weken later. Maar om die tweede ronde te kunnen winnen, is het gebruikelijk en electoraal noodzakelijk allianties te sluiten met verliezers uit de eerste ronde. En voorlopig is geen van de andere grote kandidaten daartoe bereid. Maar Le Pen verwacht dat bij een tweede ronde tegenover Macron een deel van de meest rechtse vleugel van de Republikeinen van Fillon zich bij haar aansluit en kiezers meeneemt.

    Dan nog blijft het lastig. De andere helft van Fillons kiezers zal waarschijnlijk naar Macron overstappen. Ook een groot deel van de kiezers van PS-kandidaat Hamon zal Macron steunen om een presidentschap van Le Pen te voorkomen. Mocht niet Macron maar Fillon naast Le Pen de tweede ronde halen, dan kan Le Pen alleen president worden als een groot deel van de aanhang van Macron, Hamon en Mélenchon thuis blijft omdat het voor hen misschien te moeilijk kiezen is tussen twee kwaden. Om president te worden heeft Le Pen dus een lage opkomst en/of veel blanco stemmen in de tweede ronde nodig.

    Voor bijna zes op de tien kiezers (58 procent) blijft het Front National ‘een gevaar voor de democratie’, bleek uit een recent onderzoek van Kantar Sofres over de perceptie van de partij. Le Pen zelf begint iets meer geaccepteerd te worden, maar nog altijd denkt slechts een kwart van de kiezers (24 procent) dat ze een ‘goede president zou zijn’. Alleen de vaste achterban van het FN (de stemmers in de eerste ronde) heeft haar volledig geaccepteerd, zegt politicoloog Emmanuel Rivière van Kantar.

    In de presidentscampagne gebruikt Le Pen de partijnaam en haar achternaam hoegenaamd niet: ‘Marine 2017’ staat op de affiches. Veel oudere kiezers, zegt Rivière, zijn niet vergeten dat de partij in de jaren 70 mede is opgericht door oorlogscollaborateurs en dat Jean-Marie Le Pen, de vader van Marine, als partijleider regelmatig in opspraak kwam door antisemitische of negationistische uitlatingen. Rivière: „Pas met een andere partijnaam en een leider die niet Le Pen heet, zou het FN volledig geaccepteerd zijn.”

  10. Hoe betrouwbaar zijn de peilingen?

    Sinds begin april peilen vier kandidaten rond de 20 procent van de stemmen. Macron en Le Pen gaan nog aan kop, maar Fillon en Mélenchon komen op scores die bij veel bureaus binnen de foutmarge vallen. Le Pen zou het volgens alle peilingen in de beslissende strijd op 7 mei verliezen van zowel Macron, Fillon als Mélenchon als ze niet in staat blijkt een bredere coalitie te vormen. Maar na de Brexit en de door veel peilingen niet voorziene verkiezing van Donald Trump is de vraag gerechtvaardigd of de Franse peilingen het wél bij het rechte eind hebben.

    Volgens onder anderen oud-premier Manuel Valls wordt Marine Le Pen ondergewaardeerd in de peilingen. Bij de regioverkiezingen van december 2015 – een maand na de terreuraanslagen in Parijs – kwam de partij in het uiterste noorden en het uiterste zuiden van het land verder dan de peilers voorzien hadden (boven de 40 procent). Maar bij de voorverkiezingen van zowel rechts als links hadden peilingbureaus tijdig door dat niet de door de media aangewezen favorieten Juppé en Valls, maar respectievelijk Fillon en Hamon de wind in de zeilen hadden.

    De onderzoeksbureaus corrigeerden vroeger voor mensen die in een enquête niet zouden durven te zeggen dat ze FN stemmen. Maar anders dan enkele jaren geleden is dat taboe niet meer aanwezig. Sommige peilers zijn wel bang dat Fillon in de peilingen ondergewaardeerd is: sommige kiezers zouden na alle affaires rond Fillon niet durven toegeven dat ze toch op hem stemmen. Maar omdat dit effect niet bewezen is, wordt hier niet op gecorrigeerd. Anders dan in de VS wordt in Frankrijk (sinds 1965) de president via een directe stem verkozen: de kandidaat met landelijk de meeste stemmen wint. Dat maakt opinieonderzoek makkelijker dan bij het Amerikaanse systeem van kiesmannen per staat. Terwijl Amerikaanse opinie-onderzoeksbureaus meestal ‘ad random’ een x-aantal mensen ondervragen, werken alle grote Franse bureaus met een zogenoemd quotamodel waarbij steeds dezelfde zorgvuldig naar sociale klasse geselecteerde kiezers via internet bevraagd worden.

    Er zijn nog enige onzekere factoren. Drie op de tien kiezers zou volgens Cevipof, het politieke onderzoekscentrum van SciencesPo, half april nog onbeslist zijn. Vooral de aanhang van Hamon, Mélenchon en Macron is fragiel. Terwijl 84 procent van Le Pens kiezers zeker is van zijn keus en 81 procent van Fillons kiezers, geldt dat half april voor rond de 74 procent van Macron, 70 procent voor Mélenchon en slechts 61 procent voor kiezers van Hamon.

    Daarnaast is onduidelijk hoeveel kiezers thuis blijven of blanco stemmen als op 7 mei twee kandidaten tegen elkaar uitkomen die beiden weinig enthousiasme teweegbrengen. Vooral veel linkse kiezers zeggen niet te weten wat ze moeten doen als Le Pen in de finale tegenover Fillon staat. Dat kan in het voordeel werken van Marine Le Pen. Omdat maandag 8 mei een vrije dag is en sommige mensen een lang weekend weg zouden kunnen zijn, durven opiniepeilers weinig te zeggen over de voor de uitslag cruciale opkomst.

    Presidentskandidaat Emmanuel Macron. Foto Philippe Desmazes/AFP

  11. Kunnen Le Pen en Macron wel regeren?

    Dat is de vraag. De nieuwe president zal meteen na de overdracht van de macht een tijdelijke regering benoemen. Maar pas bij de parlementsverkiezingen van 11 en 18 juni wordt duidelijk of die een meerderheid in het parlement krijgt.

    Het FN heeft op dit moment slechts twee vertegenwoordigers in het parlement. Le Pen zegt ervan overtuigd te zijn dat de Fransen haar een stabiele meerderheid gunnen als ze eenmaal tot president verkozen is. Die zal dan voor een deel bestaan uit FN-parlementariërs, de verwachting is dat die fractie wel iets zal groeien.

    Le Pen hoopt daarnaast ook bij de parlementsverkiezingen een deel van de meest conservatieve aanhang van de Republikeinen van Fillon los te weken. Het is het FN nog nooit gelukt politieke allianties met andere grote partijen te sluiten. Maar wie ze als premier en ministers benoemt, kan uiteindelijk bepalend zijn voor de stabiliteit van haar regering.

    Voor Macron geldt in theorie hetzelfde. In de praktijk heeft hij al veel steun in het parlement. Tientallen afgevaardigden van de PS hebben expliciet of impliciet aangegeven op hem te zullen stemmen. Ook een aantal centrum-rechtse parlementariërs neigt naar zijn kamp. Hij zegt dat in alle 577 kiesdistricten een kandidaat van En Marche! op het stembiljet komt. Een commissie onder leiding van de voormalige centrum-rechtse minister Jean-Paul Delevoye buigt zich over de duizenden sollicitaties die En Marche! ontvangen heeft.

    Benoît Hamon. Foto Jeremy Lempin / EPA

  12. Hoe werken de parlementsverkiezingen?

    Om op 11 juni in één keer verkozen te worden, moet een kandidaat niet alleen de absolute meerderheid halen maar ook minimaal 25 procent van de geregistreerde kiezers achter zich hebben. In een tweede ronde, op 18 juni, staan in principe alle kandidaten tegenover elkaar die minimaal 12,5 procent van de stemmen van de geregistreerde kiezers hebben gehaald. Haalt niemand dat percentage, dan komen de twee kandidaten met de meeste stemmen tegen elkaar uit. In beide gevallen geldt dat in het Franse systeem entre les deux tours, tussen de twee kiesrondes, de verliezers van de eerste ronde vaak stembusakkoorden sluiten met de winnaars.

    Kijken: zo kiezen de Fransen hun president

  13. Waarom krijgt het FN zo veel media-aandacht?

    Volgens sommige verkiezingswaarnemers is het FN vooral een creatie van de media. Haar adjudanten Florian Philippot, David Rachline en Nicolas Bay zijn vrijwel iedere dag op radio en tv. Zij worden uitgenodigd omdat in Frankrijk strikte regels gelden voor de verdeling van spreektijd tussen de verschillende politieke partijen. Het Franse commissariaat voor de media, de CSA, ziet er op toe dat elke politieke stroming de aandacht krijgt die de uitslag bij de laatste verkiezingen rechtvaardigt.

    Hoewel het FN het in eerste verkiezingsrondes altijd goed doet, heeft de partij een relatief smalle basis van echte volksvertegenwoordigers. Slechts 2 van de 577 leden van de Assemblée zijn van het FN: Gilbert Collard en Marion Maréchal-Le Pen. Dus zijn het meestal dezelfde gezichten die in de media verschijnen.

  14. Waarom zijn de Franse verkiezingen dit jaar anders dan anders?

    Nog maar een jaar geleden leek de uitslag vast te staan. Oud-premier Alain Juppé, die zich vroeg namens de centrum-rechtse Republikeinen gekandideerd had, ging aan kop in alle peilingen. Omdat de impopulaire zittende president François Hollande de tweede kiesronde waarschijnlijk niet zou halen en het FN drie verkiezingen op rij (Europees, departementaal en regionaal) had gewonnen, gingen veel waarnemers ervan uit dat Juppé in de tweede ronde zou uitkomen tegen FN-voorvrouw Le Pen. De geslepen maar gematigde Juppé zou het dan wel winnen.

    Ook ex-president Nicolas Sarkozy zag zijn kans schoon. Hij keerde terug in de actieve politiek en zette de partij naar zijn hand. Met Juppé en zijn eigen oud-premier François Fillon sloot hij een akkoord om via voorverkiezingen (de eerste ooit op rechts) een kandidaat te kiezen. Sarkozy dacht die te kunnen winnen. Sarkozy noch Juppé haalde het. Het was Fillon die in november van de meer dan vier miljoen centrum-rechtse stemmers de meeste steun kreeg. De sociaal meest conservatieve en economisch meest liberale kandidaat zou de strijd met Le Pen aangaan. Op papier leek hij dat te kunnen winnen, totdat weekblad Le Canard enchaîné in Fillons boekhouding ging graven.

    Ook op links liep het anders dan voorzien. De zogenoemde frondeurs (rebellen in het parlement), die al maanden te hoop liepen tegen het volgens hen te liberale economische beleid van Hollande en zijn premier Valls, dwongen in 2016 bij de partijleiding af dat ook daar een voorverkiezing zou bepalen wie presidentskandidaat zou worden. Hollande zou slechts een van de vele deelnemers zijn. Hij stond er in peilingen zo beroerd voor, dat er een grote kans was dat hij die stemming zou verliezen.

    Tegelijkertijd zag Hollandes populaire minister van Economie Emmanuel Macron ruimte in het midden en richtte een ‘burgerbeweging’ op, En Marche!, waarmee hij zei Frankrijk „naar de 21ste eeuw” te willen brengen. Als minister had hij het gevoel niet ver genoeg te kunnen gaan bij economische hervormingen. Omdat hij het klassieke links-rechtsdenken achterhaald achtte, weigerde hij mee te doen aan de voorverkiezingen van links. Macron trad in augustus af als minister en liet in november definitief weten presidentskandidaat te zijn. Twee weken later kondigde Hollande aan geen kandidaat te zijn.

    Terwijl Macron in de peilingen omhoogschoot, werd Hollandes premier Manuel Valls, een realistische sociaal-democraat, in de tweede ronde verslagen door zijn oud-minister Benoît Hamon, vertegenwoordiger van de opstandige linkervleugel. Zowel centrum-rechts als centrum-links nomineerde in de voorverkiezingen zo kandidaten die op de uiterste flanken van het politieke landschap opereren, terwijl de meest stemmen volgens kiezersonderzoeken juist in het midden te halen zijn.
    Met de twee traditionele machtsblokken (de socialisten en centrum-rechts) in zwaar weer, lijkt zich een nieuwe tweedeling af te tekenen: het FN dat in brede zin de oude Franse landsgrenzen wil herstellen tegenover Macrons En Marche! dat een open, geglobaliseerde samenleving voorstaat.