Weer is er twijfel over de Jamaicanen

Doping

Tijdens de Spelen van 2008 in Beijing hebben sprinters uit Jamaica een verboden middel gebruikt. Wie of wat, blijft vooralsnog onbekend.

De Jamaicaanse estafetteploeg na het winnen van het goud op de 4 x 100 meter tijdens de Spelen van Beijing in 2008. Vlnr: Michael Frater, Usain Bolt, Asafa Powell en Nesta Carter. Foto Franck Robichon/EPA

Jamaicaanse sprinters hebben tijdens de Olympische Spelen van 2008 in Beijing het anabole middel clenbuterol gebruikt. Dat is gebleken uit testen van geconserveerde dopingmonsters. De concentraties zijn dermate laag dat het Internationaal Olympisch Comité (IOC) heeft besloten strafmaatregelen achterwege te laten.

Die onthulling komt van de Duitse dopingjournalist Hajo Seppelt, zaterdag tijdens een reportage voor de televisiezender ARD. Namen van Jamaicanen worden niet genoemd. Die houdt het IOC geheim. Maar Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit, meldt dat de sprinters behoren tot een groep van een honderdtal positieve hertesten met te lage waarden clenbuterol.

Bolt de grote ster

Grote ster van de Spelen in Beijing was sprinter Usain Bolt, die goed was voor goud op de 100 meter, 200 meter en 4×100 meter. De overige drie olympisch kampioenen uit Jamaica in 2008 waren: Shelly Fraser (100 meter), Veronica Campbell (200 meter) en Melanie Walker (400 m horden). De Jamaicanen domineerden in Beijing de sprintnummers met nog eens drie zilveren en twee bronzen medailles. Overigens hebben Bolt en zijn teammaten de gouden plak van de estafette moeten inleveren wegens een eerdere positieve hertest van Nesta Carter op methylhexanamine, een middel dat bloedtoevoer stimuleert.

Het IOC wilde alleen bevestigen dat bij een aantal sporters uit een aantal landen een zeer lage concentratie clenbuterol is vastgesteld. Dat het onder anderen Jamaicaanse sprinters betreft erkende in Seppelts reportage Olivier Niggli, directeur van het wereldantidopingbureau WADA.

Tegen de achtergrond van de straf voor de Spaanse wielrenner Alberto Contador in een eerdere clenbuterolzaak is de behandeling van de Jamaicanen mild. Contador, bij wie een concentratie van 50 picogram clenbuterol werd ontdekt, is twee jaar geschorst geweest en moest zowel zijn zege in de Tour de France (2010) als in de Giro d’Italia (2011) inleveren.

Acht jaar na dato

Herman Ram snapt het onbegrip over dit verschil in behandeling, maar legt uit dat het IOC onmogelijk kan herleiden of bij de Jamaicanen sprake is geweest van bewust dopinggebruik of het onschuldig eten van besmet vlees. Clenbuterol wordt onder meer in China bij vee gebruikt om mooi schoon vlees te krijgen. Volgens Ram oordeelt het IOC dat achtenhalf jaar later onmogelijk onderscheid is te maken tussen een dopinovertreding of het nuttigen van vlees. En de betrokken sporters zullen desgevraagd niet meer weten wat zij in augustus 2008 hebben gegeten.

Veterinair gebruik

Het probleem met clenbuterol is dat vanwege het veterinaire gebruik onmogelijk een drempelwaarde kan worden vastgesteld. Elke dopingzaak rond clenbuterol moet afzonderlijk afgehandeld worden. Naast China waarschuwt WADA sporters bijvoorbeeld ook voor het eten van vlees in Mexico. Ram gelooft het IOC over de lage concentraties – „anders waren die zaken er in 2008 al uitgefilterd”.

Volgens Seppelt in zijn reportage lijkt bij de Jamaicanen de kans klein dat de consumptie van vlees de oorzaak is. Tijdens de Spelen in Beijing beschikte de Jamaicaanse ploeg namelijk over een eigen kok.