Column

Volgend jaar moet u weer geld overmaken voor Jemen

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt elke week op deze plaats de feiten van de hypes.

Een gewonde Somalische vluchteling in een detentiecentrum in Jemen, eind maart. Foto Abduljabbar Zeyad/ Reuters

U heeft vorige week vast een bedrag overgemaakt naar Giro555 om de mensen in Jemen te helpen die daar door Saoedi-Arabië en zijn bondgenoten worden gehongersnood. Uw 30 miljoen euro is natuurlijk ook voor de mensen in Zuid-Soedan, Somalië en Noord-Nigeria, maar die gaan mijn bestek vandaag te buiten. Onder de omstandigheden zou u kúnnen denken dat de wereld zo snel mogelijk de oorlog in Jemen gaat beëindigen die tot die hongersnood heeft geleid.

Dan heeft u het mis.

Vorige week werd bekend dat Trumps Amerika van plan is om nog meer wapens te gaan leveren aan Saoedi-Arabië dan het al deed en ook in het algemeen dieper in de oorlog in Jemen te duiken. Amerikaanse vliegtuigen tanken al gemiddeld twee keer per dag Saoedische bommenwerpers bij. Het Amerikaanse leger helpt al met het kiezen van doelen. Er zijn op minimaal 10.000 doden inmiddels bewijsbaar zo’n 5.000 burgers omgekomen, maar ze gaan nu nóg beter helpen mikken.

Trump wil namelijk nieuwe wegen vinden om het grote gevaar Iran te bevechten, en die heeft hij gevonden in Jemen. „Vital interests are at stake!”, waarschuwde vorige week de Amerikaanse topgeneraal in de regio. Het achterliggende idee is dat de Houthirebellen die Saoedi-Arabië in Jemen bevecht marionetten van Iran zijn, dat zoals bekend de wereld aan zich wil onderwerpen. In feite is de Iraanse steun voor die Houthi’s heel beperkt, zegt iedereen die enig verstand van de werkelijkheid in Jemen heeft. Iran heeft namelijk de handen vol aan Syrië én Jemen is hoe dan ook al één groot wapenarsenaal. Maar we leven in een feitenvrije wereld en het gaat om de perceptie, nietwaar?

Ik sprak twee weken geleden in Den Haag twee jonge activisten uit Jemen, Radhya Mohammed al-Mutawakel en Abdulrasheed Khaled al-Faqih. Ze hebben elkaar leren kennen in hun strijd voor de mensenrechten, ze zijn getrouwd en hebben de mensenrechtenorganisatie Mwatana (Arabisch voor ‘burgerschap’) opgericht. Met een team van inmiddels 58 activisten vechten ze tegen bovengenoemde bierkaai, iets anders kan ik er niet van maken.

Voor een eventueel internationaal onderzoek verzamelt Mwatana bewijzen van mensenrechtenschendingen door alle partijen. Door Saoedi-Arabië, zijn coalitiepartners en de regering van president Hadi die zij steunen. Door de Houthi’s en hun bondgenoten. Door Al-Qaeda. En door de gewapende bendes die in de oorlogschaos overal zijn opgedoken.

Een internationaal onderzoek is heel belangrijk, zeggen Radhya en Abdulrasheed. Iedereen is er bang voor, kijk maar hoeveel druk de Saoediërs hebben uitgeoefend in de VN-Mensenrechtenraad om het onderzoek te voorkomen waartoe Nederland had opgeroepen.

De overgrote meerderheid van de Jemenieten steunt volgens hen geen enkele kant. Ze willen alleen dat de oorlog ophoudt – bedenk, er is geen functionerende staat meer, alleen maar crisis. Maar voorlopig is er geen enkel teken dat het einde in zicht is. „Niemand van de strijdende partijen geeft een zier om de gewone burgers”, zeggen ze.

De enige hoop die ze hebben is dat de Europese Unie zich ermee gaat bemoeien. Die kan een positieve rol spelen omdat ze niet betrokken is bij het conflict (afgezien van de Britten natuurlijk, die Saoedi-Arabië ook voor miljarden wapens leveren, maar die zijn bijna weg). De EU zou moeten helpen een dialoog op gang te brengen. Anders gaat de oorlog nog jaren door.

En zult u volgend jaar weer aan Giro555 moeten geven.