Opinie

Veiligheid als thema voor Brexit-overleg? Niet doen

Met het Britse vertrek uit de EU komen ook de veiligheid en strijd tegen terreur in het geding. Zeker nu premier May deze thema’s als stok achter de deur gebruikt, meent
Foto Chris Ratcliffe / EPA

De toekomstige handelsrelatie met de Europese Unie is het belangrijkste onderwerp in de Brexit-onderhandelingen. Maar Londen is bang dat het een slechte deal zal krijgen. Dus legt premier Theresa May de Britse bijdrage aan de Europese veiligheid op tafel. Een onverstandige zet.

Het Verenigd Koninkrijk wil een vrijhandelsakkoord met de EU sluiten. In die besprekingen zijn de verhoudingen ongelijk. Ongeveer 44 procent van alle Britse export gaat naar de EU, terwijl maar 8 procent van de Europese export naar het VK gaat. De 27 Europese lidstaten vormen een handelsblok met een gezamenlijke markt en een douane-unie, en de Europese Commissie onderhandelt voor 440 miljoen inwoners. Londen voor 60 miljoen.

Maar op veiligheidsgebied zijn niet de Europese instituties, maar de lidstaten de belangrijkste spelers. En May weet dat het VK een centrale rol speelt bij het volgen van Syriëgangers, bij de opsporing van criminelen en terroristen en bij het effectief maken van financiële sancties tegen Rusland of Iran. In haar art. 50-brief koppelt ze samenwerking op veiligheidsgebied met de uitkomst van het handelsakkoord. Met dit dreigement gokt ze erop dat de EU-lidstaten zich inzetten voor een coulante houding van de Commissie bij de vrijhandelsbesprekingen.

Het is merkwaardig dat juist in de week na de aanslag in Westminster, de Britten samenwerking op het gebied van contra-terrorisme in Europa ter discussie stellen. Het is namelijk evident dat het VK hier baat bij heeft. Daarmee lijkt een element van bluf in het spel. Toch was het beter geweest als de Britten de veiligheidssamenwerking met Europese partners hadden losgekoppeld van de discussie over vrijhandel. Een constructieve houding had goodwill bij de EU opgeleverd; verstandig als je weet dat je de vragende partij bent op het handelsdossier. Mays opstelling brengt een akkoord op veiligheidsgebied ook niet dichterbij. Het is lastig om iemand die dreigt een gunst te verlenen. En een aantal moeilijke kwesties moet opgelost worden. Wil het VK, bijvoorbeeld, als niet-EU-lidstaat, aangesloten blijven bij Europol, een opsporingsinstantie dat nu geleid wordt door een Brit?

Naast interne veiligheid zullen de onderhandelingen ook over de Britse rol in het Europese veiligheids- en defensiebeleid gaan. Het VK is de tweede militaire macht in Europa, heeft kernwapens en een permanente zetel in de Veiligheidsraad. Daarnaast heeft de Britse diplomatieke dienst een wijdvertakt, mondiaal netwerk. Hoewel ze niet warm lopen voor Europese defensie-integratie, is het wenselijk om de Britten bij de besluitvorming over Europese veiligheids- en defensiekwesties te betrekken. Dat komt de geloofwaardigheid en effectiviteit van het Europees buitenlandbeleid ten goede.

Defensie-samenwerking is echter ook een Brits belang, onder meer omdat het VK een grote bijdrage levert aan twee lopende EU-missies; operatie Atalanta in de Golf van Aden en operatie Althea op de Balkan. Ook speelt de EU, meer dan de NAVO, een rol in West-Afrika en de Sahel. In deze voor het VK belangrijke regio’s probeert Europa stabiliteit te brengen met een combinatie van diplomatie, militaire ondersteuning en ontwikkelingshulp.

Het is verder in het Britse belang om onderdeel te blijven van de ontwikkelingen op Europees veiligheidsgebied. Zeker nu het rommelt aan de randen van Europa en president Trumps steun voor de NAVO twijfelachtig lijkt.

Een paar vuistregels kunnen voorkomen dat defensie-samenwerking een twistpunt wordt in de Brexit-onderhandelingen. Londen is overgevoelig voor suggesties dat de EU toewerkt naar een Europees leger. Zij zien bijvoorbeeld directe concurrentie tussen de EU en de NAVO in het EU-voorstel om een beperkte civiel-militaire planningscapaciteit op te zetten. Dat is er niet, maar de suggestie dat het een ‘operationeel hoofdkwartier’ gaat heten doet de Britten het ergste vermoeden.

De Britse minister van Defensie zei onlangs dat hij, zolang het VK lid van de EU is, zijn veto zal uitspreken over dit idee. De oplossing is simpel: EU, noem het geen operationeel hoofdkwartier, en doe in deze delicate periode geen voorstellen waarvan het duidelijk is dat het de Britten op de kast jaagt. En voor de Britten geldt: zie niet in ieder EU-voorstel een bedreiging voor de NAVO. Om Londen tegemoet te komen moet de EU27 openstaan voor creatieve ideeën om hen bij besluitvorming te betrekken, bijvoorbeeld over nieuwe militaire missies. Dat betekent tegelijk dat het VK niet de rol van de EU op veiligheidsgebied moet ondermijnen. Goede afspraken over veiligheid hadden de smeerolie kunnen zijn voor de verdere Brexit-onderhandelingen; nu dreigt er zand in de raderen te komen. Maak van de Britse bijdrage aan de veiligheid van Europa geen onderhandelingspunt. Een afweging tussen tariefmuren en tanks kent alleen maar verliezers.