Recensie

Moss is een onnadrukkelijk rockfenomeen

De Amsterdamse band Moss is niet het meest flamboyante rockfenomeen van Nederland. De muzikanten staan nog net niet met de puntjes van de tongen tussen de lippen over hun instrumenten gebogen. Muziek wint het van uiterlijk vertoon en in hun wisselende bezettingen tekent zich een gestadige progressie af, die een voorlopig hoogtepunt bereikt op het nieuwe album Strike.

Moss had zijn live-doorbraak in 2010 op Lowlands, waar vooral het nummer I Apologise (Dear Simon) iets teweeg bracht. Een nieuwe tour brengt ze naar Paaspop en Down The Rabbit Hole. De clubshows maken een vaste waarde van het vijftal dat geen flitsende podiumpresentatie, maar wel altijd kwaliteit biedt.

Zanger/gitarist Marien Dorleijn is een zelfbenoemd laatbloeier en nerd, die als frontman met bril en relativerende praatjes vooral sterk is in de demystificatie van de rockzanger als stoere meisjesmagneet.

Liedjes en subtiel samenspel, daar draait het om bij Moss. Gitaarnoten vouwen zich delicaat rondom ronkende synthesizers. Fraaie samenzang ontspint aan exotische ritmes, of mondt uit in een pulserende Krautrock-groove. Effectbejag is Moss vreemd: de projecties van vorige tournees ontbreken en I Apologise, een Nederlandse klassieker, wordt onopvallend in stelling gebracht. Nieuwe nummers Bored To Death en Ghosts hebben ruimte voor expansie, zoals het oudere Silent Hill is uitgegroeid tot een psychedelische jam om in te verdwalen. Moss is een band om te koesteren, zo onnadrukkelijk goed zijn ze.