Krassen op beeld van tolerant Nederland

Homofobie in Nederland

Nederland loopt internationaal voorop met acceptatie van homo’s. Toch krijgen veel van hen met fysieke en verbale agressie te maken.

D66-onderhandelaars Alexander Pechtold en Wouter Koolmees arriveren hand in hand op het Binnenhof voor aanvang van een overleg over de vorming van een kabinet. Zij deden mee aan de solidariteitsactie voor twee homo?s die in Arnhem werden mishandeld omdat zij hand in hand over straat liepen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Op de muur en op het raam van de woning staat ‘viese homo’ geschreven met blauwe verf. Op de auto is met verf meerdere malen het woord ‘homo’, ‘gay’ en ‘vies’ gespoten. Op de schuur is een hakenkruis gespoten en de woorden ‘homo’ en ‘kankerslet’ en ‘gay’.

Zomaar een aangifte van geweld tegen homo’s in Nederland, uit 2015. Opgetekend in een jaarlijks rapport van de politie over registraties van discriminatie-incidenten door de politie en meldingen bij antidiscriminatiebureaus.

Hoe tolerant is Nederland?

Nederland behoort tot de landen in Europa die het meest positief denken over homo’s, schreef onderzoeker Lisette Kuyper van het Sociaal en Cultureel Planbureau vorig jaar in een studie naar de opvattingen over en ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen, ook wel aangeduid als lhbt’s. In Nederland, Zweden en Denemarken vindt meer dan negen op de tien inwoners dat homoseksuele mannen en lesbische vrouwen hun leven moeten leiden zoals ze dat zelf willen. Van de Poolse bevolking, bijvoorbeeld, is slechts ongeveer de helft het hiermee eens.

Lees ook hert interview met de slachtoffers in Arnhem: ‘Ze hebben al mijn voortanden eruit geslagen!’

In 2006 was 15 procent van de Nederlanders negatief over homo- en biseksualiteit, aldus het SCP-rapport, en vorig jaar was dat verder gedaald tot 7 procent. Ook in kringen die doorgaans minder blijmoedig over homoseksuelen denken, zoals wekelijkse kerkgangers, mannen, ouderen, dorpsbewoners en stemmers op christelijke partijen, wordt minder negatief geoordeeld.

Maar of deze cijfers betekenen dat er geen discriminatie en geweld bestaat? „Wij denken in Nederland dat we al heel lang homo’s accepteren en dat we niet voor niets het eerste land waren dat het homohuwelijk heeft ingevoerd”, zegt SCP-onderzoeker Kuyper. „Maar als je dan de percentages ziet van homo’s die met geweld te maken hebben gekregen, dan valt dat beeld tegen.”

Stijging aantal incidenten

Homo’s hebben veel vaker dan hetero’s te maken met geweld, met name bedreiging. De politie heeft niet de indruk dat het aantal ernstige incidenten toeneemt, maar toch. Ook het afgelopen jaar was het weer raak: in Groningen werden twee vrouwen in elkaar geslagen; in Maastricht werden dragqueens mishandeld; in Amsterdam werden antihomoflyers in brievenbussen gegooid. En afgelopen weekend volgde de mishandeling van een homostel in Arnhem.

De meeste meldingen van discriminatie gaan over herkomst. Een goede tweede, met ruim 30 procent, was in 2015 ‘seksuele gerichtheid’. Een stijging ten opzichte van 2014, toen ging het om een kwart van alle incidenten. Ook in absolute aantallen was er sprake van een stijging: van 1.403 incidenten in 2014 naar 1.574 in 2015. Overigens gaat een vermoedelijk groot deel van deze incidenten over het gebruik van ‘homo’ als algemeen scheldwoord. Vaak is de uitgescholdene geen homo.

Het COC, een belangenorganisatie voor lhbt’ers, wil meer aandacht voor homoseksualiteit in het onderwijs, maar pleit ook voor een grotere pakkans en zwaardere straffen voor daders, en ook voor meer veroordelingen. Zo werden er in 2013 slechts negen mensen door een rechter veroordeeld voor discriminatie wegens ‘seksuele gerichtheid’.

Marokkanen oververtegenwoordigd

Het profiel van de daders is divers. Het gaat niet louter om, zoals wel eens wordt gedacht, Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond die homoseksualiteit allerminst vanzelfsprekend vinden. Wel is er sprake van een oververtegenwoordiging van Marokkanen onder degenen die van anti-homogeweld worden verdacht. Volgens het politierapport ‘Antihomogeweld in Nederland’ (2014) had 17 procent van de verdachten de Marokkaanse nationaliteit. Marokkanen maken echter slechts 2 procent uit van de bevolking. Daar staat tegenover dat autochtone Nederlanders 61 procent van de verdachten van anti-homogeweld vormen, terwijl autochtonen 79 procent van de bevolking uitmaken.

„Er is een verschil tussen homo’s niet accepteren en mensen in elkaar slaan”, zegt SCP-onderzoeker Lisette Kuyper. Ook kun je niet zeggen dat er in bepaalde delen van Nederland meer geweld tegen homo’s is dan elders. Wel komt dit geweld vaker voor grote steden. „Daar zijn meer mensen. Als je van plan bent een homo in elkaar te slaan, kun je beter niet op het dorpsplein in Dalfsen gaan wachten.”

Zeven op de tien lhbt’s heeft volgens slachtofferenquêtes ooit te maken gehad met „de een of andere vorm van discriminatoir geweld”, zo staat te lezen in een rapport uit 2009 in opdracht van het toenmalige ministerie van Justitie. Maar hoe betrouwbaar zijn zulke cijfers als je niet precies weet hoe veel mensen besluiten géén aangifte te doen?

„De waarde van cijfers is beperkt”, zegt Ellie Lust, politievrouw in Amsterdam en lid van het politienetwerk ‘Roze in Blauw’, een team dat in Amsterdam beoogt slachtoffers op te vangen en te stimuleren aangifte te doen. „Binnen dat team zitten politiemensen die affiniteit hebben met het onderwerp. Wie dat weet, doet eerder aangifte.” Zoals een slachtoffer van geweld op een metrostation dat in zijn telefoon het nummer ‘roze politie’ had staan. „Hij belde ons meteen en zo konden we de verdachte op het volgende metrostation al aanhouden.” Of slachtoffers van een mislukte date via internet. „Een man die was vastgebonden aan zijn verwarming, vertelde ons dat hij zich doodschaamde, en zonder ‘Roze in Blauw’ de politie nooit zou hebben gebeld.” Inmiddels beschikken, na het succes in Amsterdam, alle politie-eenheden in Nederland over een ‘Roze in Blauw’-netwerk.