Slachtoffer Arnhem: ‘Ze hebben al mijn voortanden eruit geslagen!’

Slachtoffers Jasper en Ronnie Vernes-Sewratan liepen ’s nachts over een brug in Arnhem. Dan ontstaat er heftige ruzie met een groep jongens.

Foto’s Facebook

Overdag liepen ze al nooit hand in hand over straat. Jasper (35) en Ronnie (31) Vernes-Sewratan krijgen liever geen verwensingen naar hun hoofd. „We willen geen gedonder”, zegt Jasper.

Alleen als het stil en donker is houden ze soms elkaars hand vast. Zoals zaterdagnacht, toen ze „een beetje aangeschoten” na een homo-evenement in de Luxor Live in Arnhem nog even twee kapsalons bij een dönertent haalden, „vaste prik”, en rond vier uur samen richting huis liepen, een wandeling van zo’n twintig minuten. Ze prikten met een vorkje de kapsalon naar binnen. En intussen „wat friemelen”.

Lees ook over homofobie in Nederland: Krassen op een beeld van tolerantie

Het echtpaar Vernes-Sewratan kent elkaar al dertien jaar. Jasper was 23 jaar toen hij op de TMF-chat een foto zag van Ronnie en dacht ‘wát een lekker ding’. Ronnie, populair op de chat, koos hém uit en op 19 december 2003 volgde hun allereerste date. Bij Ronnie thuis in de Achterhoek, zijn ouders waren een weekend weg. Jasper en Ronnie raakten op slag verliefd en inmiddels zijn ze vijf jaar getrouwd.

Ronnie (links) en Jasper Vernes-Sewratan zaterdag voor de mishandeling. Foto Facebook

Op de Nelson Mandelabrug is het ’s nachts meestal uitgestorven, maar ditmaal stond er een hele groep, zegt Jasper. Hij schat minimaal „zes jongens”. Ze waren volgens hem licht getint en gekleed in het zwart en een aantal was met de fiets. Hij schatte ze tussen de 14 en 18 jaar oud.

Over wat er daarna gebeurde verklaart Jasper het volgende:

„Die jongens zagen ons lopen op de brug, gedeeltelijk hand in hand. Ze begonnen te schelden. ‘Homo’s!’ ‘Vieze vuile homo’s!’ Wij scholden terug, we laten ons niet de kaas van het brood eten. Ik zei onder meer zoiets als: ‘Rot op naar je eigen land.’

„We passeerden en waren al zo’n honderd meter bij ze vandaan toen ik me omdraaide en een van de jongens plots bij ons stond. Hij zei ‘wat kijk je, wat kijk je, waarom zoek je ruzie?’ Ik gooide mijn kapsalon neer en zei: ‘Ik kijk helemaal niet naar jou.’ Ik zei: ‘Opdonderen, wat nou ruzie zoeken?’ Het waren jonge jongens dus ik zei: ‘Moet je niet naar bed? Opdonderen.’

„Toen kwamen ook de anderen aangefietst. Ze gingen om ons heen staan, één heel dicht bij Ronnie. Hij is geen vechtersbaas dus ik stapte ertussen en zei weer: ‘Opdonderen.’ Op dat moment lieten drie jongens hun fiets vallen. Ze sprongen op mij en begonnen te schoppen en te slaan. Ook ik deelde een paar rake klappen uit, ik heb op judo, kickboksen en kungfu gezeten. Maar tegen zoveel jongens kun je niet op.

„Liggend op de grond hoorde ik Ronnie roepen: ‘Jap, Jap, ze hebben al mijn voortanden eruit geslagen.’ Met mijn laatste krachten stond ik op, de jongens waren intussen weggerend. Alleen een wat dikkere jongen met een betonschaar stond er nog. Daar was Ronnie mee geslagen. Waarom ze een betonschaar bij zich hadden, geen idee. Ik liep op hem af maar hij maakte zich uit de voeten. En toen zag ik Ronnie zitten op zijn knieën met zijn hand tegen zijn mond. Overal bloed. Vierenhalve voortand is hij kwijt.”

De politie, die snel ter plaatste was, kon die nacht twee jongens van de groep aanhouden. Vier anderen hebben zich zondagavond zelf gemeld op het politiebureau.

Ronnie is inmiddels bij de kaakchirurg geweest. Het echtpaar voelt zich gesteund door de honderden reacties die ze hebben ontvangen. En door hun vier katten. „Die geven ons veel liefde.”