Is er nog hoop voor de antiquair?

Antiekhandelaren

Antiquairs worstelen om te overleven. Het aantal antiekwinkels daalde met ruim eenderde. Jongeren vinden antiek „stoffig”.

Foto Ton Koene/ANP

Het is een mooie tafel, vindt antiquair Harry Jong. Hij wijst hem aan in zijn kleine zaak aan de Amsterdamse Nieuwe Spiegelstraat, bekend om zijn kunst- en antiekwinkels. Negentiende-eeuws, rond, massief mahonie, met een stevige voet en plek voor een man of vijf. Maar wie gaat hem kopen? „Vroeger kon ik voor zo’n tafel 1.500 euro vragen.” En nu? „450 euro. Maar als jij zegt dat je er 350 voor wilt betalen, dan krijg je hem ook mee.”

De markt voor antiek (doorgaans wordt de term gebruikt voor spullen die meer dan honderd jaar oud zijn) is niet wat-ie geweest is, zegt Jong. Zijn verklaring: jonge mensen zijn niet geïnteresseerd in antiek. „Dat vinden ze stoffig.” Ze gaan liever naar de Ikea, denkt hij. En als ze iets ouder zijn, kopen ze (nieuwer) design, zoals een jarenzestigdressoir.

Jong zegt mazzel te hebben met zijn huurbaas, die een schappelijke prijs vraagt omdat hij het leuk vindt dat er een antiekzaak zit in zijn pand. „Als ik marktconforme huur zou moeten betalen, is het klaar.”

Hij zal niet de enige antiquair zijn die het moeilijk heeft. In tien jaar is het aantal antiekzaken in Nederland met ruim eenderde afgenomen, blijkt dinsdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Waren er in 2007 nog 1.640 winkels, in 2016 blijft de teller steken op ruim 1.000.

Ook het aantal kunsthandelaren nam het afgelopen decennium met eenderde af, van ruim 1.500 naar 1.000 winkels.

Souvenir van 9.800 euro

Drie deuren verder van de zaak van Jong, werkt Mischa Hendriksen, in een galarie met zeventiende- tot twintigste-eeuwse schilderijen. „Dit verkoopt altijd”, zegt Hendriksen, terwijl hij naar een werk van de Nederlandse schilder Cees Muller loopt. Een winters tafereel: bevroren gracht, roze lucht. Als koper stelt hij zich een Amerikaan voor, die een tijd in Nederland heeft gewerkt. Een souvenir, maar wel een met een vraagprijs van 9.800 euro.

Over dit schilderij mag hij dan optimistisch zijn, over de kunsthandel in het algemeen is hij dat niet. „Een uitstervend beroep”, zo typeert hij het vak. Net als Jong denkt Hendriksen dat antiek niet „hip” meer is en merkt hij op dat ook kunsthandelaren, net als bijvoorbeeld kledingwinkels, last hebben van online concurrentie. Zo zijn er bijvoorbeeld veel verschillende kunstveilingsites op internet. Verschillende kunsthandelaren en antiquairs zijn over de jaren verdwenen uit het straatbeeld. In plaats kwamen vaak kledingwinkels en eetgelegenheden.

Is er dan geen hoop voor de kunstverkoper en antiquair? Dat valt best mee, denkt Robert Aronson, voorzitter van de Koninklijke Vereeniging van Handelaren in Oude Kunst in Nederland. Natuurlijk zijn er handelaren in de provincie die het moeilijk hebben, zegt hij. Een klant gaat volgens hem niet alleen meer naar de lokale antiquair maar ook zo naar Londen of Amsterdam. „Aan de andere kant: buiten de Randstad is de huurprijs natuurlijk wel weer lager.”

Aronson, zelf gerenommeerd verkoper van antiek Delfts blauw, ziet juist mogelijkheden in online verkoop. Met ratings, net als bij Uber of Airbnb, zodat klanten weten dat je te vertrouwen bent.

En hij denkt dat de vraag naar bijzondere kunst en antiek blijft – ook al richten mensen hun huis anders in dan vroeger. Laatst, zegt hij, was hij in een heel modern huis, „een witte kubus”. „In de keukenwas een nis gebouwd met daarin een oude, Hollandse kabinetkast. Prachtig!”

Ook antiquair Jong zegt dat hij vermoedt dat de vraag naar topstukken, zoals Aronson verkoopt, zal blijven bestaan. Zelf is hij gespecialiseerd in schaakspelen, ook daar is altijd een markt voor. En daarnaast: binnenkort wordt hij opgenomen in een app met leuke winkeltjes in Amsterdam, naar Barcelonees voorbeeld. Wie weet wat dat nog oplevert.