‘Hij wankelde bebloed de metro uit’

Sint-Petersburg Om 14.40 uur ontplofte in een metrostel een fragmentatiebom: zeker 11 doden, 50 gewonden. Justitie zoekt twee verdachten.

Bij Roman staat de schrik nog op het gezicht. „Ik kwam net de metro uit”, zegt de student. „Heel griezelig.”

Om half drie arriveerde Roman op de halte bij de Technische Universiteit in het centrum van Sint-Petersburg. Tien minuten later, om 14.40 uur, ontplofte er tussen de haltes Sennaja Plosjtsjad en Technologitsjeski Institoet een bom in een metrostel. Ruiten sneuvelden, deuren werden uit de sponningen geslagen, metaal vloog in de rondte – de bom was gevuld met fragmentatiedeeltjes om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. Veertien mensen kwamen om het leven, ongeveer vijftig raakten gewond. Pas toen de trein op het perron was gekomen, konden de slachtoffers uit het beschadigde metrostel worden gehaald. Kort daarop kon op het metrostation ‘Plein van de Opstand’ een tweede bom onschadelijk worden gemaakt.

Noodtoestand uitgeroepen

Drie uur na de explosie is de omgeving van metrostation Technologitsjeski Institoet volledig afgezet. De doden en gewonden zijn inmiddels afgevoerd, de agenten achter het rood-witte lint doen er het zwijgen toe. Forensisch experts gaan de metro binnen. In de Burger King bij het station doet een opgeschoten jongen luidkeels verslag van wat hij heeft gezien. „Dus die jongen komt met een bebloed hoofd de metro uit wankelen, helemaal zwart – zand, vuil, of zoiets – en al die journalisten storten zich op hem.”

Kort na de explosie wordt in Sint-Petersburg de noodtoestand uitgeroepen. Alle metrostations gaan dicht. Reizigers mogen gratis met de tram of de bus, zo laat het gemeentebestuur weten. Evengoed ontstaat er binnen een mum van tijd een verkeersinfarct in de stad. Ook op gewone dagen is de doorstroming in de spits in Sint-Petersburg een probleem. Nu staat het verkeer muurvast en staan de statige negentiende-eeuwse allees vol toeterende auto’s.

Russen bieden elkaar hulp

Onderlinge solidariteit is er ook. Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen een miljoen Petersburgers om het leven. En ook de slachtoffers van de vorige grote aanslag kwamen uit de stad aan de Neva: de Airbus die in het najaar van 2015 boven de Sinaï werd opgeblazen, was onderweg naar de lokale luchthaven Poelkovo.

Via Yandex (het Russische Google) bieden autobezitters hun diensten aan: „Ik neem gepensioneerden mee.” Of: „18.00 uur. Baltische Parel [een wijk, red.]. 1 plek.”

Al in de eerste uren na de aanslag lekt er informatie over mogelijke daders. De Petersburgse internetkrant Fontanka toont beelden van een bewakingscamera, waarop een bebaarde man in traditionele islamitische kledij is te zien. Tijdens verhoor blijkt dat de man onschuldig is. Dat geldt waarschijnlijk ook voor de Kazachse student Maksim Arysjev, die om kwam door de explosie. Volgens Russische media richt het onderzoek zich nu op een 22-jarige Rus van Kirgizische afkomst. Akbarzjon Dzjalilov, die zich zou hebben opgeblazen. Dinsdagmorgen meldt de Russische krant Kommersant dat de geheime dienst FSB al langer op de hoogte was van een mogelijke aanslag in Sint-Petersburg. De informatie was afkomstig van een aangehouden Syriëganger. Afluisteren van telefoons leverde niets op.

Om een uur of acht op maandagavond verzamelen Petersburgers zich bij de ingang van de metro om bloemen te leggen en waxinelichtjes aan te steken. Een piepjonge priester leest het gebed. Voor de camera’s stelt hij zich voor als Aleksandr Chmelov van de oud-katholieke kerk. „Zo’n aanslag wordt ook door de islam veroordeeld”, zegt hij.

Twintigers Sergej (28) en Tatjana (24) kijken teneergeslagen toe. Of ze bang zijn voor meer aanslagen? Sergej schudt van nee, maar zijn vriendin knikt ja. „Ik maak me grote zorgen.”
Later op de avond zal Vladimir Poetin de gedenkplek bezoeken: zwart pak, bos rode anjers in de hand. De Russische president – hier geboren en getogen – was toevallig in Sint-Petersburg voor besprekingen met de Wit-Russische president Loekasjenko over gas. De Russische president heeft geleerd van fouten uit het verleden (zoals na het ongeluk met de onderzeeboot Koersk): bij rampen moet je zichtbaar zijn.

De aanslag op de Petersburgse metro komt op een gevoelig moment. Al twee weken lang praat het land over sluimerend protest. De oproep van oppositieleider Aleksej Navalny om te demonstreren tegen corruptie bracht door heel Rusland tienduizenden mensen op de been. De laatste keer dat er zo veel Russen de straat op gingen, was rond de betogingen tegen Poetins herverkiezing in 2012. Volgend jaar staan er weer presidentsverkiezingen voor de deur en het Kremlin kan onrust dus missen als kiespijn.

Bekijk ook: Explosie in metro Sint-Petersburg (let op: deze serie bevat schokkende beelden)

De aanslag op de Petersburgse metro heeft de aandacht even afgeleid. De Russische staatsmedia – die hun uiterste best hadden gedaan om het straatprotest te negeren – trokken maandagavond alle registers open. Een oude propaganda-wijsheid leert dat het volk zich verzamelt rond de leider in tijden van crisis. Maar als er nieuwe aanslagen komen, dan kan diezelfde leider onderwerp worden van kritiek. Al in 1999 beloofde Poetin – toen nog premier – de terroristen desnoods te zullen liquideren op de ‘plee’. Die belofte heeft nieuwe aanslagen niet voorkomen. Voor veel Russen kan de timing van de aanslag in Sint-Petersburg geen toeval zijn – dit is een land dat denkt in samenzweringen. „De mensen zeggen dat dit misschien te maken heeft met de demonstraties van Navalny”, zegt student Roman bijvoorbeeld.

Vasili Koenin, lid van de oppositiebeweging ‘Open Rusland’, is ook naar het metrostation gekomen. Hij wil niet speculeren.

„Maar hoe dan ook is het president Poetin die hier de volledige verantwoordelijkheid voor draagt. De inlichtingendienst FSB heeft zich de afgelopen jaren meer beziggehouden met het achternazitten van de oppositie, dan met de veiligheid voor de burgers van dit land.”