Commentaar

Brexit meteen al nodeloos onder druk door retorisch geschut van Tories

Een rotspunt aan de rand van het continent. Ruim dertigduizend Britse staatsburgers, die graag Brits willen blijven, omgeven door zee en Spaans grondgebied. Een toeristischetrekpleister, vermaard om apen, gokbedrijven en uitzicht op Noord-Afrika: Gibraltar. De enclave, Brits sinds de Unie van Utrecht in 1713, is onderwerp van de eerste schermutseling in de Brexit-onderhandelingen.

Al meteen het eerste weekend nadat het Verenigd Koninkrijk de formele uittreding uit de Europese Unie in gang heeft gezet, gooide een vooraanstaande partijgenoot van premier Theresa May een retorische handgranaat naar de EU. De hoop op een enigszins beschaafde scheiding tussen EU en VK lijkt al te vervliegen, nog voordat gesprekken goed en wel zijn begonnen.

Voormalige partijleider Michael Howard zei dit weekend dat premier May bereid zou zijn om oorlog te voeren over de toekomst van Gibraltar, net zoals haar verre voorgangster Margaret Thatcher in de jaren tachtig bereid was om oorlog te voeren over de soevereiniteit van Falkland-eilanden voor de kust van Argentinië.

De staf van de premier zei dat Howard alleen de Britse standvastigheid wilde onderstrepen. Gevraagd of standvastigheid ook het sturen van marineschepen zou kunnen inhouden, zei een woordvoerder: „Dat gaat niet gebeuren.”

Het idee van Britste oorlogsbodems met vijandige bedoelingen voor de Spaanse kust is natuurlijk krankjorum. Maar het is evengoed niet constructief om op de vierde dag van een ongekend gecompliceerd en veelomvattend internationaal onderhandelingsproces, dat twee jaar gaat duren, grof retorisch geschut in te zetten.

Gibraltar was opgenomen in een blauwdruk voor de onderhandelingen die de voorzitter van de Europese Raad, Donald Tusk, vrijdag presenteerde. De blauwdruk, waar de EU27 zich nog over moeten uitspreken, bevatte de zin dat als het VK de EU eenmaal heeft verlaten, geen afspraak tussen de EU en het VK „van toepassing kan zijn op Gibraltar, zonder overeenstemming tussen Spanje en het VK”. Met andere woorden: Spanje zou een veto krijgen over afspraken die de EU en het VK ná uittreding maken.

Juridisch lijkt dat weinig te betekenen. De lidstaten hebben al een veto over veelomvattende handelsakkoorden. Aan Britse kant werd die zinsnede onmiddellijk opgevat als een poging van Spanje om meer zeggenschap te krijgen over Gibraltar.

De Gibraltar-retoriek was niet verstandig, maar laat wel meteen zien hoe gevoelig het Brexit-dossier is. Het VK neemt niet alleen afscheid van de EU, maar ook van 27 lidstaten met ieder hun eigen belang.