Recensie

El Bacha toont katachtige souplesse in prelude-marathon

Klassiek

Met een fabelachtige techniek plaatste El Bacha Bach, Chopin en Rachmaninov nadrukkelijk in elkaars verlengde.

Pianist Abdel Rahman El Bacha Foto: Chloe Kritharas

Abdel Rahman El Bacha (Beiroet, 1958) is niet vies van een megalomaan project op z’n tijd. Enkele jaren terug gaf hij in La Roque d’Anthéron nog een chronologische uitvoering van alle piano solo werken van Chopin.

In het Muziekgebouw aan ‘t IJ zette de pianist zich afgelopen zaterdag aan een soortgelijke tour de force: een ruim drie uur durende prelude-marathon met werk van Bach, Chopin en Rachmaninov.

Het is een rekbaar genre, de prelude. Wat in de renaissance begon als een geïmproviseerd opwarmertje, groeide in de barok uit tot een virtuoos gecomponeerde inleiding voor een fuga of anderszins. In de romantiek werd de prelude zelf tot hoofdmoot in de vorm van een evocatief karakterstuk.

Sneltreinvaart

El Bacha liet die ontwikkkeling zaterdag in sneltreinvaart de revue passeren in drie keer 24 preludes, stapsgewijs gerangschikt naar toonsoort. Een selectie uit Bachs Das wohltemperierte Klavier (Boek 1 en 2) diende daarbij als kapstok voor de corresponderende preludes uit Chopins opus 28 en Rachmaninovs opus 23 en 32.

De hamvraag: klinken zulke totaal verschillende componisten anders als ze zo nadrukkelijk in elkaars verlengde worden geplaatst? In El Bacha’s handen zeker. Zo kenmerkte zijn Rachmaninov (telkens na Bach) zich door grote helderheid en transparantie. Zelfs in de stormachtige f-klein prelude (opus 32/6) mikte El Bacha eerder op katachtige souplesse dan op klavierleeuwerig machtsvertoon.

Elders stelde hij zijn fabelachtige techniek in dienst van het koloriet (impressionistische kleurenwaaiers in opus 32/5) en een subtiele reliëfwerking, alsof hij Rachmaninoffs boordevolle notenmassa’s ter plekke orkestreerde. El Bacha’s Chopin was onopgesmukt en kraakhelder.

Scherp uitgelichte dissonanten

Van de weeromstuit klonk Bach opvallend romantisch. Een volle toon en soepele fraseringen maakten van de f-klein prelude (BWV 857) een Lied ohne Worte avant la lettre. In de scherp uitgelichte dissonanten van BWV 867 smeulde reeds het ‘con fuoco’ van Chopins hondsmoeilijke bes-klein prelude, die El Bacha zinderend vertolkte.

Toch werkte de vrijmoedige Bach-benadering niet overal. Zo klonk de beroemde C-groot prelude wat zwemmerig door overvloedig pedaalgebruik en sloeg El Bacha in de e-klein prelude nadrukkelijk aan het interpreteren met wel erg rekbare tempi.