‘Buren meegesleurd door modder’

Natuurramp Colombia

Door de aardverschuiving in Colombia zijn volgens het Rode Kruis meer dan 250 mensen om het leven gekomen. De paniek is groot. Overlevende Carlos Niëto: „Als het vannacht weer losbarst, wat moeten we dan?”

Boven: Inwoners van Mocoa bekiiken de verwoesting. Onder: Een hulpverlener op zoek naar slachtoffers. Foto’s Luis Robayo / AFP

Carlos Niëto lag diep te slapen toen hij plotseling wakker schrok van het gekrijs van mensen en het oorverdovende lawaai van water dat door de straten denderde. „Ik rende naar buiten en zag hoe de buren werden meegesleurd door een lawine van modder”, zegt Niëto met trillende stem op de Colombiaanse televisie. „Ik probeerde erachteraan te gaan, maar ik kon niet tegen de stroom in komen. Ik heb nog nooit zoiets gezien, dit is een vreselijke ramp.” Hij barst in tranen uit.

Colombia is dit weekeinde opgeschrikt door een van de grootste natuurrampen van de afgelopen decennia: een enorme aardverschuiving in de provinciestad Mocoa (40.000 inwoners), in het zuidelijke departement Putumayo. De aardverschuiving was het gevolg van aanhoudende regens waardoor rivieren overstroomden en buiten hun oevers traden. Er vormden zich modderbanken en lawines die met een enorme snelheid het stadje overspoelden. Mensen, auto’s, bomen, huizen, alles werd meegesleurd door de enorme modderstroom.

De ramp zorgde voor grote paniek. Zondag zochten veel moeders wanhopig naar hun vermiste kinderen. „Ik ben mijn baby kwijt, waar is mijn baby?” gilde een jonge moeder, terwijl ze zich vastklampte aan journalisten. Uit lijsten met namen en leeftijden van vermisten die zijn opgehangen in het rampgebied blijkt dat onder hen veel kinderen en jongeren zijn.

Volgens het Rode Kruis is het dodental inmiddels opgelopen tot meer dan 250. Vierhonderd mensen raakten gewond en zeker 220 mensen zijn nog spoorloos. Het Colombiaanse leger heeft samen met verschillende noodorganisaties acute noodhulp ingezet en 1.100 militairen naar de rampplek gestuurd. Door de ramp is er een gebrek aan drinkwater en is de elektriciteit in het stadje uitgevallen, waardoor het zoeken naar overlevenden ’s nachts met moeite werd voortgezet.

Het plaatselijke ziekenhuis kan het aantal slachtoffers nauwelijks aan, dus worden verpleegsters, artsen en ziekenhuismateriaal ingevlogen vanuit steden zoals de dichtstbijzijnde grote stad Cali en de hoofdstad Bogotá. Zondag werden extra helikopters en toestellen van de Colombiaanse luchtmacht ingezet om tientallen patiënten vanuit het rampgebied te evacueren naar noordelijke steden. Ook zijn medicijnen en vaten drinkwater naar het gebied gestuurd.

‘We laten jullie niet in de steek’

President Juan Manuel Santos kondigde de noodtoestand af in het getroffen gebied en nam er persoonlijk poolshoogte. „Mijn hart en dat van alle Colombianen is bij de slachtoffers van deze tragedie”, zei Santos. „We laten jullie niet in de steek.” De president beloofde zo snel mogelijk te beginnen met de wederopbouw van het stadje.

De bisschop van Cartagena, Andrés Sanchez, riep de overwegend katholieke bevolking van Colombia op om zondag massaal te bidden voor de slachtoffers en hulpmiddelen te brengen naar de kerken voor de getroffen bewoners. Paus Franciscus riep zondag ook op tot gebed en medeleven voor de slachtoffers van de ramp. President Santos deed juist een oproep om geld te storten. „De bewoners zijn alles kwijt en moeten hun huizen weer opbouwen, laten we hen daarbij ondersteunen”, zei Santos.

In de provinciestad zijn zeker zeventien wijken volledig van de kaart geveegd. Ook het huis van de burgemeester van Mocoa, José Castro. „Gelukkig kon mijn zoon snel geëvacueerd worden naar zijn oma”, zei de burgemeester. „We hebben het overleefd, maar helaas had niet iedereen dat geluk in onze stad.”

Extreme regenval

Oorzaak van de ramp is volgens president Santos klimaatverandering, met name El Niño. Deze golfstroom verplaatst het warme water van de Stille Oceaan naar de kust van Zuid-Amerika. Dit heeft grote invloed op de hoeveelheid regen: in Zuidoost-Azië regent het weinig, terwijl in Zuid-Amerika extreem veel regen valt.

Volgens de meteorologische dienst viel vrijdag 30 procent van de hoeveelheid regen die normaal gesproken in een maand tijd valt. Drie rivieren rondom Mocoa overstroomden en er ontstonden modderbanken. De getroffen stad kampt net als veel andere delen van het land al weken met aanhoudende regens. Door de combinatie van het bergachtig landschap in deze streek, de zwakke constructie van de huizen en de massale regens, is dit gebied extra gevoelig. De meteorologische dienst noemt maart de natste maand in Colombia sinds 2011.

In andere Zuid-Amerikaanse landen waren de afgelopen weken vergelijkbare grote overstromingen met modderbanken en veel doden. In buurland Peru kwamen vorige maand bijna honderd mensen om door modderlawines. Meer dan de helft van het land, dat sinds december kampt met aanhoudende hevige regenval, werd getroffen door overstromingen.

Het Colombiaanse Rode Kruis waarschuwt voor mogelijke uitbreiding van de ramp. „We moeten goed in de gaten houden wat er gebeurt in andere provincies met dezelfde overvolle rivieren”, benadrukte de woordvoerder van het Colombiaanse Rode Kruis. „Mensen moeten eerder geëvacueerd worden om rampen zoals deze te voorkomen.”

Maar niet alleen El Niño, ook de overheid droeg volgens inwoner Carlos Niëto bij aan deze ramp. „Ze hadden allang moeten investeren in betere wegen en goede infrastructuur in onze mooie stad. Deze oude en verwaarloosde wegen bieden geen weerstand tegen deze enorme regens. Als het vannacht weer losbarst, wat moeten we dan?”