Uitgeven of bezuinigen: welke politieke plannen zijn uitvoerbaar?

Formatie

Het ministerie van Financiën zette honderden suggesties voor de onderhandelaars aan de formatietafel op een rijtje.

Minister Jeroen Dijsselbloem van Financien presenteert op Prinsjesdag 2017 de miljoenennota. Foto EVERT-JAN DANIELS/ANP

Alle rijksambtenaren nog eens vier jaar op de nullijn houden? Het levert ruim 5 miljard euro op. Of geven we leraren juist een loonsverhoging van 1 procent? Dat kost dan 160 miljoen per jaar. Volgen we het voorstel van GroenLinks en bieden we alle twee- en driejarigen voortaan gratis kinderopvang aan? Prima, maar het kost structureel een miljard per jaar. Het lage btw-tarief op cultuur weer laten aansluiten bij het hoge tarief van 21 procent? Het zou de schatkist ruim 1,3 miljard extra opleveren.

Wie zich heeft afgevraagd waar het ministerie van Financiën zich tijdens deze beleidsluwe periode van eerst de verkiezingscampagne en nu het formatieproces zoal mee bezighoudt, kreeg maandag het antwoord. Maandagochtend publiceerden de ambtenaren van het departement dat over begrotingszaken en belastingwetgeving gaat een lijvig document met honderden suggesties voor de onderhandelaars aan de formatietafel.

De Ombuigings- en intensiveringslijst 2017 bevat een overzicht van zowel mogelijke bezuinigingsmaatregelen als potentiële investeringen die de overheidsuitgaven juist opvoeren. De eerste lijst verscheen vorig voorjaar al eens als intern document voor politieke partijen die hun verkiezingsprogramma’s toen aan het schrijven waren. Nadat deze ‘bezuinigingsbijbel’ onverhoopt was uitgelekt, maakte Financiën er een openbaar document van. De tweede selectie met voorstellen voor nieuwe of extra uitgaven is gebaseerd op de verschillende verkiezingsprogramma’s en de doorrekening daarvan door het Centraal Planbureau, Keuzes in Kaart, die in februari verscheen.

Praktisch handboek

Voor de onderhandelaars van VVD, CDA, D66 en GroenLinks is het een praktisch handboek om er bij te pakken: wat kost een bepaalde maatregel in de komende vier jaar en wat betekent die structureel voor de rijksbegroting? Nu werden deze financiële vragen ook al enigszins beantwoord door het doorrekenwerk van het CPB, maar Financiën gaat één niveau verder. Het probeert ook aan te geven of voorgestelde maatregelen eigenlijk wel uitvoerbaar zijn, zowel praktisch als juridisch en hoe lang het duurt voor die kunnen worden ingevoerd.

Uit de lange lijst blijkt dat een tiental maatregelen voor de uitvoeringsinstanties, zoals de fiscus, niet uitvoerbaar is. Zo krijgt het afschaffen van de overdrachtsbelasting voor starters op de woningmarkt van Financiën het predikaat ‘niet uitvoerbaar’ mee. „De notarissen en de Belastingdienst beschikken niet over de informatie om vast te stellen wie als starter aangemerkt kan worden”, luidt de motivatie.

Tal van voorgestelde maatregelen om de macht van verzekeraars in de gezondheidszorg te breken, zijn naar het oordeel van de ambtenaren van Financiën eveneens onuitvoerbaar of „juridisch uiterst kwetsbaar”. Voor linkse partijen die dit voorstelden, zoals GroenLinks, geen prettig bericht, maar het streept voor alle onderhandelingspartners wel wat makkelijker weg bij het opstellen van nieuwe regeerafspraken.

De opstellers van de lijst benadrukken dat het document van bijna 500 pagina’s niet is bedoeld om het beleid van de nieuw te vormen regering te beïnvloeden. „De lijsten zijn opgesteld door de ambtenaren van Financiën en zeggen niets over de politieke wenselijkheid.”

Waarschuwing

Toch staat er ook een duidelijke waarschuwing aan het adres van de partijen aan tafel bij informateur Edith Schippers in. In deze zogeheten ‘Parameterbrief’ van de Belastingdienst geeft Financiën een overzicht van uiterste data waarop aanpassingen in fiscale wetgeving nog mogelijk zijn om die „zorgvuldig te kunnen doorvoeren”. Mocht het nieuwe kabinet bijvoorbeeld het tarief in de derde schijf van de inkomstenbelasting (nu 40,8 procent) met een procentpuntje omhoog of omlaag willen veranderen, dan „laat zich dat eenvoudig aanpassen”. De nieuwe tarieven moeten uiterlijk 22 november in de systemen van de Belastingdienst worden doorgevoerd, om per 1 januari van kracht te kunnen zijn.

Voor tal van fiscale maatregelen die verder gaan dan alleen een tariefswijziging ligt het beduidend ingewikkelder, bijvoorbeeld op het gebied van milieuheffingen, autobelastingen en toeslagen. Dan moet zowel de Belastingdienst als betrokken marktpartijen (softwareleveranciers, banken, notarissen, verzekeraars) hun systemen ingrijpender aanpassen. De invoering van een andere accijnsbelasting kan zomaar een jaar duren, grote wijzigingen met toeslagen wel 15 tot 18 maanden.

Les voor de onderhandelaars: wilt u in de loop van 2018 al ingrijpende lastenmaatregelen nemen, dan is enige haast bij de formatie geboden.