Zinderend Ajax wint, maar is toch ontevreden

De klassieker

Ajax was zondag in de Arena in alle opzichten superieur aan koploper Feyenoord. Alleen vergat de ploeg van Peter Bosz zichzelf te belonen met een veel hogere score dan 2-1.

Het gezang sterft langzaam weg, als een vreemd soort sereniteit de overhand neemt in de Arena. Het is zondagmiddag tegen half vijf, de roes van negentig minuten glansrijk voetbal wordt naar de achtergrond verdreven. Het is geen pure vreugde, zeker geen onvrede, het hangt ergens tussenin. „We doen weer volop mee in het kampioenschap”, roept de speaker na de 2-1 zege van Ajax op Feyenoord. Een slag is gewonnen, maar de tegenstander is niet kapot gespeeld.

En dat had wel gekund. Dit Ajax zinderde en prikkelde, 90 minuten lang – alleen de laatste 3 minuten blessuretijd waren voor Feyenoord. Ajax was ontketend in een duel naar de filosofie van coach Peter Bosz, met hoog druk zetten, steeds binnen vijf seconden de bal heroveren, met veel beweging voorin, combinaties, met aanval op aanval.

Op dit Ajax stond deze middag, in nationaal verband, geen maat. Gebrand als het was, in deze setting, een must-win thuis tegen de rivaal, op een gevoelig moment in de titelrace.

Het komt allemaal samen in die eerste minuut, zo bepalend voor het verdere verloop. Ajax dat direct druk zet, gevolgd door een charge van verdediger Eric Botteghin op Ajax-architect Lasse Schöne, geen overtreding volgens Feyenoord, overigens.

Enfin, een vrije trap, zeker een meter of 25, recht voor de goal. Specialist Schöne huppelt, neemt een rustige aanloop, verhoogt naarmate zijn loopje zijn tempo, zet vier, vijf stappen. En dan, de katachtige trap, een zwabberende granaat, met perfecte curve, eerst hoog en daarna dalend tegen de onderkant van de lat. Boem, binnen. 53 seconden voetbal: 1-0. Meesterwerk.

„Als je zo vroeg achter komt, dan is het gewoon heel moeilijk”, zegt Feyenoord-coach Giovanni van Bronckhorst. „Dan geef je een tegenstander energie, dan geef je het stadion energie.” Dat was voelbaar, de furie vanaf die eerste minuut – de ondefinieerbare wisselwerking tussen veld en tribunes.

Nachtmerriescenario

Opening met dynamiet. Een nachtmerriescenario voor Feyenoord, na tien minuten zakt spits en eredivisietopscorer Nicolai Jørgensen naar de grond: achillespeesblessure. Ook dat nog. Exit Jørgensen, zo evident als afmaker en aanspeelpunt. Michiel Kramer vervangt hem. Feyenoord is onherkenbaar, is bang om te voetballen, met de terugspeelballen op doelman Brad Jones als weerspiegeling van de angst.

Mentaal lijkt er iets te knakken als Feyenoord de Arena binnenstapt, geloof lijkt te verdampen, ergens bij het naderen van Amsterdam-Zuidoost. Je ziet het aan het gebrek aan overtuiging, intensiteit, felheid, gif. Het beginnen inmiddels traumatische ervaringen te worden, in de Arena. De laatste zege, er is vaak aan gememoreerd in de aanloop, was hier in 2005. Danny Blind was toen nog coach van Ajax.

Ajax is eerzuchtig, deze middag, met het mes op de keel. Aanvoerder Davy Klaassen en spelmaker Hakim Ziyech dansen de tango op het middenveld, Justin Kluivert doet in zijn eentje de samba op de linkerflank. Zeventien jaar pas, uitgeroepen tot man van de wedstrijd. Hij speelt rechtsback Rick Karsdorp – toch international – naar de vernieling. Aan alles zie je, al snel: dit kan Ajax niet verliezen, niet vandaag. „Na een minuut of twintig had ik zoiets: dit kan niet meer misgaan als we zo blijven spelen”, zegt Klaassen. „Je voelde het stadion, ongelofelijk.”

Ajax swingt, straalt, bluft. Is behendiger, technischer, sneller. Ongrijpbaar. Het wist dat alleen een zege nog zicht zou bieden op een titel, en zo speelde het ook. Gezegend met een soort overlevingsdrang, waar dat twee weken terug tegen Excelsior nog ontbrak. De interlandperiode heeft zijn invloed gehad op Ajax, toverdrank voor de gekwetste ziel.

Buiging voor Ziyech

Voorin werkt de elastische Bertrand Traoré zich als een slang door de Feyenoord-defensie. Grote kansen krijgt hij, groots mist hij evenzeer. Niet hij maakt de 2-0. Een buiging is op zijn plaats voor Ziyech, de Arena is zijn speeltuin deze zondag. Een maand terug vroeg hij nog om rust, hij was vermoeid. En rust kreeg hij van Bosz. Zie hem nu, met passing op de centimeter nauwkeurig.

Met een magistrale assist lanceert hij de Braziliaanse miljoenenaankoop David Neres vrij voor open goal, zijn eerste doelpunt in zijn eerste basisoptreden. De Arena trilt, dit is voetbal zoals ze het wensen. Feyenoord hangt aangeslagen in de vuurlinie, wordt van alle kanten onder schot genomen.

Ajax blijft meester, ook in de tweede helft. Drie enorme kansen worden gemist – door Davinson Sanchez, Traoré en invaller Abdelhak Nouri. In de slotfase maakt Feyenoord er via een venijnig schot in extra tijd van Kramer nog 2-1 van.

En daar zit hem het beetje zuur bij Ajax, ergens proefde je in de nabeschouwingen een bepaald soort ontevredenheid. Het had bloeddorstiger moeten zijn. Klaassen: „Als jij met 5-0 kan winnen, moet je met 5-0 winnen.”

Doelsaldo

Drie punten zijn gewonnen, maar één is verloren. De uitleg: de achterstand op de koploper is teruggebracht naar drie punten, maar Feyenoord heeft een beter doelsaldo – tien meer ten opzichte van Ajax. Als de titelstrijd bij een gelijke stand op doelsaldo wordt beslist, heeft Ajax deze zondag een uitstekende kans laten liggen om qua doelpunten in te lopen.

Bosz: „Wat je jezelf kwalijk mag nemen, los nog van de tegentreffer vlak voor tijd, is dat je niet meer gescoord hebt. En in die zin het gevoel dat je een punt hebt laten liggen. Je had vandaag echt aan het doelsaldo kunnen werken. Jammer dat we dat niet gedaan hebben.”

En Feyenoord? Karsdorp liep op krukken, hij heeft last van zijn knie. Jørgensen, Terence Kongolo, Eljero Elia – allemaal onzeker met pijntjes en blessures voor het thuisduel tegen het opgeleefde Go Ahead Eagles woensdag. Tonny Vilhena is nog geschorst. Van Bronckhorst: „We zullen ons moeten oprichten en snel de knop om moeten zetten.” Want Ajax ruikt bloed. Evenals PSV.